BIJ RESOLUTIE AANGEPASTE BEZOLDIGING RECHTERLIJKE MACHT ONGRONDWETTELIJK
Foto: bestuurskundige Eugene van der San
Auteur: Wilfred Leeuwin
Terwijl de grondwet in artikel 141 lid 3, voorschrijft dat de bezoldiging van de Rechterlijke Macht (RM) in een speciale wet moet worden geregeld, hebben regeringen op regeringen en het parlement nagelaten deze wet te maken.
Nu wordt het nog erger, en kan de president middels een resolutie eigenhandig de bezoldiging inhoud geven. Volgens bestuurskundige Eugene van der San, “Een inmenging en beïnvloeding in en van een onafhankelijk staatsorgaan binnen de triaspolitica
De recent in het staatsblad aangekondigde aanpassing van de bezoldiging van de Rechterlijke Macht en nog wel bij een presidentiele resolutie, is een ongrondwettelijke politieke handeling. De nu bij resolutie goedgekeurde aanpassing van de bezoldiging bij de Rechterlijke Macht , lijkt onschuldig. Het wordt eenvoudig gerechtvaardigd door te verwijzen naar de loonronde die de ambtenaren hebben gekregen, in plaats van uitvoering te geven aan de grondwettelijke vereiste.
Van der San zegt dat de bestemde wet reeds is voorbereid maar niet door het parlement in behandeling wordt genomen. Dit verwijt maakt hij niet alleen de huidige maar ook de vorige regering die de wet in concept heeft voorbereid. In 2019 zou het de laatste keer zijn dat bij staatsbesluit de bezoldiging ( Salaris plus emolumenten) van de Rechterlijke Macht zou worden aangepast. In de concept wet zijn voorstellen en modellen opgenomen hoe en op welke momenten, de bezoldiging vastgesteld moet worden.
In 2021 is er, ook al met verwijzing naar een loonronde bij de ambtenarij een ambtelijke aanpassing gekomen op de bezoldigingen bij de Rechterlijke macht. In dat jaar kwam er echter weer een aanpassing. Pesident Chandrikapersad Santokhi noemde die een “bijzondere” aanpassing en motiveerde in het staatsbesluit het bijzonder karakter van de RM. Het bijzondere lag erin dat de verhoging procentueel fors was. De regering vond dat nodig, omdat in aanloop naar een organieke wet ‘Besluit bezoldiging rechterlijke macht eerst een goede aanpassing moest komen van het inkomen van zowel de zittende als staande magistratuur.
Staatsraad
Deze bijzondere aanpassing stuitte in de samenleving op veel kritiek. Omdat toen, de aanpassing middels een staatsbesluit moets plaatsvinden, werd door onder andere de staatsraad enorm kritiek geuit als ook door de vakbeweging. De regering heeft echter gedaan weten te krijgen dat de aanpassing door het staatsorgaan werd goedgekeurd. Meer nog dat de Staatsraad instemde dat voortaan bij presidentiele resolutie, de bezoldiging van de Rechterlijke Macht wordt bepaald. Hiervoor is toen in een staatsbesluit van 2022 een aanpassing gemaakt. Politiek heeft dit ook gezorgd voor enige wrijving binnen de staatsraad.
Presidentiele Resolutie
“Je kan eigenlijk spreken van voorbedachte rade. Want in plaatst van de grondwet na te leven en de conceptwet, aangepast of niet naar eigen inzichten, naar het parlement te brengen, wordt nu bepaald dat de president alleen, met een resolutie de bezoldiging van de RM bepaalt”, zegt van der San. President Santokhi had na de verhoging in 2021 zelf in een staatsbesluit laten opnemen dat het toen de laatste keer zou zijn en voortaan invulling zou worden gegeven aan de grondwettelijke vereiste. De dekking middels een resolutie is niet alleen ongrondwettelijk, maar een directe inmenging en je kan zelf spreken van beïnvloeding van de R.M door de uitvoerende politieke macht. Dat is hier het grote probleem. Ik vraag me af als het Hof van Justitie hieraan heeft meegewerkt”, zegt van der San.
In de conceptwet is onder andere voorgesteld dat de bezoldiging van de president van het Hof van Justitie als hoogste rechts-functionaris en dat van de Procureur Generaal in een formule maximaal 90 procent een afgeleide zou moeten zijn van het salaris van de president en vice president van het land. Door eerst een Bijzondere aanpassing van de president en nu een op basis van de ambtenaren loonronde, is er een willekeurige politieke situatie ontstaan. “Maar erger nog is dat bij die bijzondere aanpassing wel een voorstel uit de conceptwet is overgenomen. Dat is dat op de bezoldiging de leden van de Rechterlijke Macht 20 procent vervoerstoelage en 20 procent representatietoelage krijgen”, zegt de bestuurskundige.
In de recente aanpassing gaat de bezoldiging van de president van het hof van Justitie en dat van de procureur generaal nu met 8 procent omhoog. Dat van de andere rechters belast met rechtspraak, gaat met 5 periodieken omhoog. De bezoldiging van de Ho president en dat van de PG zal nu SRD 74,262 bedragen. Ook de bezoldiging van de staande magistratuur, zoals de Advocaat Generaal, hoofdofficieren en officieren van justitie wordt aangepast. De aanpassing bij de RM gaat terug tot 1 juli 2021.
UNITEDNEWS
