NABESTAANDEN DOODGESCHOTEN INHEEMSE MANNEN WILLEN ONAFHANKELIJK ONDERZOEK

Foto: Advocaat Milton Castelen aan het woord tijdens, de persconferentie gehouden door de nabestaanden van de slachtoffers van de Pikin Saron schermutselingen. 

Bij de operatie van veiligheidstroepen vorige maand tegen opstandige inheemsen te Pikin Saron zijn volgens nabestaanden naar alle waarschijnlijkheid mensenrechtenschendingen gepleegd door de regeringstroepen.

Nabestaanden van de twee omgekomen inheemse mannen eisen daarom een onafhankelijk forensisch en pathologisch onderzoek naar de doodsoorzaak van de slachtoffers en onder welke omstandigheden ze zijn omgekomen. In het parlement verklaarden president Chandrikapersad Santokhi en minister van Justitie en Politie Kenneth Amoksi dat de mannen het leven hadden verloren tijdens een vuurgevecht met de politie. Familieleden en stamleden van de twee mannen hebben grote twijfels over de verklaringen van de regering.

Tijdens een persconferentie donderdag hebben de nabestaanden en hun advocaat aangegeven dat de lichamen van Ivanildo Dijksteel en Martinus Wolfjager pas worden begraven als er forensisch onderzoek is gedaan en de doodsoorzaak is vastgesteld. Hoewel de regering heeft verklaard dat ze zijn doodgeschoten tijdens een confrontatie met de politie, schetsen de toestand van de ontzielde lichamen, getuigenverklaringen, overheidsoptreden en foto’s van de mannen voordat ze stierven een ander beeld. De families willen het autopsierapport zien dat is opgesteld door de staatslijkschouwer. Tot nu toe hebben ze geen toegang gehad tot het autopsierapport.

Tijdens de persconferentie werden foto’s getoond van wijlen Dijksteel. Hij ligt op de grond, levend, geboeid, in goede fysieke conditie en in politiehechtenis. Op de foto van zijn lijk heeft zijn gezicht verwondingen en de schedel is ingeslagen. De nabestaanden vinden het vreemd dat terwijl de overheidsinstanties de mannen bestempelen als criminelen en terroristen, de overheid bereid is de begrafenis te betalen. Het is niet gebruikelijk dat de overheid de begrafeniskosten betaalt van door de politie neergeschoten criminelen. Dat de overheid aandringt op een snelle begrafenis zorgde ook voor argwaan bij de families.

Volgens Lloyd Read, voorzitter van het Inheemsen Collectief Suriname en advocaat Milton Castelen, zijn er sterke aanwijzingen dat de mannen niet zijn omgekomen tijdens een vuurgevecht.

Volgens Read en Castelen zijn er ook aanwijzingen dat de slachtoffers niet gewapend waren toen ze werden neergeschoten. Ook tegen het Openbaar Ministerie is er argwaan. Volgens nabestaanden is het OM zeer terughoudend met onderzoeken of meewerken aan het onderzoek, wat het vermoeden versterkt dat er zaken worden verzwegen. De families eisen dat de informatie uit de autopsie zo snel mogelijk openbaar wordt gemaakt en dat er onafhankelijk forensisch en pathologisch onderzoek wordt gedaan, zo nodig met hulp uit het buitenland.

Ze willen een eerlijke rechtsgang voor de andere personen die bij de ongeregeldheden zijn opgepakt en dat hun veiligheid wordt gegarandeerd. Ze eisen ook dat de namen van de twee mannen publiekelijk worden verschoond door de regering, aangezien president Santokhi hen had bestempeld als criminelen en terroristen. Zolang aan deze eisen niet wordt voldaan, worden de slachtoffers niet begraven, betoogden de nabestaanden.

In de vroege ochtend van 2 mei viel een groep gewapende inheemse jonge mannen het politiebureau en een controlepost van SBB aan. Het politiebureau werd beschoten en in brand gestoken. Elf vrachtwagens geladen met boomstammen werden ook in brand gestoken. Bij de aanval raakten drie politieagenten gewond. Kort daarna gingen de schutters een nabijgelegen goudconcessie binnen die eigendom was van het staatsmijnbedrijf Grassalco en gijzelden een aantal werknemers. De gijzelaars werden bevrijd tijdens een operatie van de politie en het leger, waarbij twee mensen aan inheemse zijde werden gedood.

Volgens stamleden namen de jonge mannen hun toevlucht tot hun gewelddadige optreden uit onvrede en frustratie over het beleid van de regering. Ze klagen erover dat de overheid hun landrechten al decennialang niet bij wet erkent, terwijl land in hun woongebied voortdurend door de overheid aan derden wordt uitgegeven. Deze situatie bedreigt hun voortbestaan omdat ze niet naar de toegewezen gronden mogen gaan om te jagen en te vissen, een van hun belangrijkste middelen van bestaan.

Ook vinden ze het onaanvaardbaar dat derden natuurlijke hulpbronnen als goud en hout uit hun leefgebied wegdragen zonder dat de inheemse bevolking daar ook van profiteert. Er is momenteel een wetsontwerp om de landrechten van inheemse en tribale volkeren wettelijk te regelen ter goedkeuring bij het parlement.

UNITEDNEWS

Facebook Comments Box