OOK MET IMF IS HET LICHT IN DE TUNNEL NOG VER

Auteur: Armand Snijders

De jubelstemming van de regering is compleet nadat bekend werd dat het Internationaal Monetair Fonds (IMF) eindelijk over de streep is getrokken en akkoord is gegaan met hervatting van de lening aan Suriname. Maar de problemen zijn daarmee nog lang niet opgelost: in werkelijkheid zal de samenleving nog jaren op een houtje moeten bijten. Want de regering zal de grootste moeite blijven houden om alle eindjes aan elkaar te knopen. Met of zonder IMF.

De vreugde de regering was wel een beetje te begrijpen, ze heeft de komende tijd weer enigszins lucht. Maar de wijze waarop de regeerders zichzelf op de borst slaan, is wel erg overdreven. Vooral minister Stanley Raghoebarsing van Financiën en Planning kwam superlatieven te kort om iedereen en alles te prijzen.

Hij werd daarvoor in de gelegenheid gesteld door de Communicatie Dienst Suriname (CDS). In maar liefst vier berichten mocht de door de CDS omgedoopte ‘’s lands penningmeester’ zijn enthousiasme over het bereikte hernieuwde resultaat met de samenleving delen. De media stond hij echter niet te woord, waardoor er door de vrije pers geen kritische kanttekeningen bij zijn optimistische verhalen konden worden geplaatst. Zoals de meeste leden van deze regering wel vaker de media mijden, zeker als niet helemaal de waarheid vertellen.

President Chandrikapersad Santokhi en zijn financiënminister verdrongen elkaar voor de camera’s en pennen van de CDS-medewerkers om het goede nieuws te delen. “Als land en volk hebben we zware inspanningen gepleegd en offers gebracht om onze economie gezond te maken voor deze en de komende generatie. Met de IMF-financiering en onze eigen inspanningen en besparingen kunnen we meer verlichting brengen voor de samenleving”, aldus Santokhi. “Ik dank het volk voor de offers en het is tijd om terug te geven met meer koopkrachtversterking, werkgelegenheid, woningbouw, veiligheid, onderwijs en betaalbare gezondheid.”

Daarmee doet Santokhi alsof in één klap alle problemen van het land nu zijn opgelost. Maar met de circa 53 miljoen dollar die dezer dagen uit Washington komen, is dat verre van waar. Daarvan is overigens 33 miljoen dollar begrotingssteun, de rest gaat naar de internationale reserves. Dus daar merkt de gewone burger erg weinig van in zijn of haar portemonnee. En dan moeten de komende anderhalf jaar nog zo’n zeven soortgelijke kwartaaltranches volgen, mits Suriname de tussentijdse evaluaties doorkomt, waarvan de eerstvolgende al over minder dan drie maanden plaatsvindt. Dat liep na de eerste oorspronkelijke overeenkomst met het IMF ook mis, waardoor het land inmiddels zo’n 160 miljoen dollar is misgelopen.

Terwijl het IMF voorzichtig optimistisch is dat het economisch herstelprogramma weer op rails is gezet, zal de regering alles in het werk moeten stellen om er voor zorg te dragen dat het daar ook op blijft en niet weer ontspoort.

Tegelijkertijd zal de begrotingsdiscipline moeten worden hersteld en zullen de sociale bijstandsprogramma’s moeten worden uitgebreid om de bevolking te beschermen, zo meent het IMF.

Wat de begrotingsdiscipline betreft, heeft de regering een zware klus. Want de begroting van 2023 is inmiddels behoorlijk achterhaald door de enorme inflatie en door de verdere waardevermindering van de Surinaamse munt. De uitgaven voor personeelskosten zijn daarnaast enorm gestegen, alleen al doordat de tienduizenden ambtenaren en gepensioneerden hun eigen koopkrachtversterking van respectievelijk SRD 2.500 en SRD 1.800 per maand krijgen. En die honderden miljoenen SRD’s zijn nog niet in die begroting opgenomen. Daardoor is de vrees niet onterecht dat die 33 miljoen dollar van het IMF aan begrotingssteun vooral aan de landsdienaren besteed zal worden.

Ondanks alle kritische geluiden die te horen zijn, is Raghoebarsing optimistisch over het behaalde “IMF-succes” en spreekt vol lof over de internationale geldschieter. De bewindsman zegt bijvoorbeeld dat de instantie onder de indruk is van de steun vanuit de vakbeweging en het bedrijfsleven. “Er is leiderschap getoond, als we kijken naar hoe het bedrijfsleven zelf het initiatief heeft genomen om het IMF-programma te monitoren. Als je het persbericht van het IMF leest zijn er veel complimenten gemaakt aan Suriname. Ik denk dat de complimenten naar ons land en volk terecht zijn. De autoriteiten blijven vooruitgang boeken met hun agenda voor structurele hervormingen”, zo valt te lezen in de lawine van jubelberichten.

Volgens de CDS beweert Raghoebarsing ook dat het IMF-programma “geen opgelegd programma” is, maar “een eigen programma naar Suriname’s realiteit”. Dat is echter maar het halve verhaal: de maatregelen die moet worden genomen zijn inderdaad voorgesteld door Suriname maar vervolgens door het IMF omarmd en als verplichting vastgelegd voor het verkrijgen van de tranches van leningen. Dus uiteindelijk is dat programma wel opgelegd.

Dat was vorig jaar ook de reden dat Washington de stekker uit de samenwerking trok, omdat na betaling van de eerste tranche bleek dat Suriname de door haar zelf voorgestelde afspraken niet na kwam. Zoals de invoering van de Belasting Toegevoegde Waarde (BTW) per 1 januari 2022. Uiteindelijk kreeg de samenleving die alsnog op 1 januari van dit jaar door de strot geduwd.

Wat de nieuwe voorwaarden zijn die met het IMF zijn overeengekomen, is nog grotendeels onbekend. “Wij hebben het IMF gevraagd om ons programma te ondersteunen”, is alles dat de bewindsman daarover zei. “Vertel ons niet wat we moeten doen, maar ondersteun ons. En dat is ook gebeurd: wij hebben een programma gemaakt en zijn continue in overleg geweest met het IMF. In februari is het programma goedgekeurd in het hoogste college van Staat. Dat was de begroting van 2023. Het IMF steunt dus de begroting van Suriname.”

Maar wat de gevolgen zijn van dat programma, dat op verschillende manieren geïmplementeerd en uitgelegd kan worden, is nog een raadsel. Zeker zolang de regering (en in het verlengde daarvan de overheid) het vertikt om flink te snijden in de eigen uitgaven. En doorgaat met het aannemen van nog meer ambtenaren, het instellen van vele commissies/platform/werkgroepen en het subsidiëren van staatsbedrijven die allang ten dode zijn opgeschreven, vooral om family&friends te kunnen accommoderen. Dan gaat een steunpakket van het IMF echt niet helpen en blijft het door Santokhi al heel lang beloofde licht in de tunnel nog ver te zoeken.

OPINIE

 

Facebook Comments Box