SALARISVERHOGING VAN MAAR LIEFST VIJFTIG PROCENT | “DIT IS DE DRUPPEL”

Auteur: Armand Snijders

Terwijl een groot deel van de samenleving zich in allerlei bochten moet wringen om te kunnen overleven, heeft de regering zichzelf gezegend met een salarisverhoging van maar liefst vijftig procent om het koopkrachtverlies op te brengen. Dat is bij de meeste Surinamers totaal verkeerd gevallen. “Dit is de druppel.”

Dat leden van de regering ook in aanmerking moeten komen voor enige compensatie voor de gevolgen van de crisis en de daarmee samenhangende inflatie, zal niemand tegen kunnen spreken. Maar dat ze rijkelijk meer worden gecompenseerd dan de rest van de bevolking, die notabene door maatregelen van diezelfde regering het vel over het been wordt getrokken, is natuurlijk in strijd met iedere vorm van fatsoen en behoorlijk bestuur.

Dat de regering daarvoor zegt te staan, zoals ze al drie jaar men een stalen gezicht beweert, is een pertinente leugen. Want anders zouden bij staatsbesluit Santokhi zelf, vicepresident Ronnie Brunswijk, ministers, leden van de Staatsraad, directeuren en onderdirecteuren bij de overheid niet zulke riante extra vergoedingen krijgen.

Ze krijgen maar liefst 50 procent extra per maand, terwijl de meeste ambtenaren worden afgescheept met SRD 2.500. Die hebben nog ‘geluk’, want veel anderen wachten al een half jaar nog steeds tevergeefs op de SRD 1.800 koopkrachtversterking. Daar zitten ook veel AOV’ers bij, die het met slechts SRD 1.250 per maand moeten doen. Alleen al hun SZF-premie bedraagt iedere maand meer.

Bovendien krijgen de ambtenaren dat extraatje vooralsnog maar tot november dit jaar, terwijl de ‘toppers’ de rest van deze regeerperiode -dus tot medio 2025- van de vette verhoging kunnen profiteren. Minister krijgen bovendien de koopkrachtversterking tot nog een half jaar na hun ontslag -mits dat eervol is- en Santokhi en Brunswijk zelf nog een jaar nadat ze het veld hebben geruimd.

Santokhi ontvangt met ingang van deze maand SRD 38.000 extra aan koopkrachtversterking! Dus bovenop zijn al riante salaris en naast al zijn andere extraatjes, zoals onder meer een ruimhartige representatietoelage en een super de luxe ziektekostenverzekering, waarbij hij zelfs naar Nederland kan vliegen als hij bang is dat de zorg in eigen land niet toereikend is. Hij eet en drinkt het grootste deel van zijn tijd zijn buik helemaal gratis vol, waardoor hij zich niet iedere dag hoeft rot te schrikken van de gestegen prijzen in de winkels.

Je mag ook niet vergeten dat de president en de first lady een wagenpark tot hun beschikking hebben en als ze dat willen per helikopter overal in het land naar toe kunnen vliegen. En dat allemaal gratis, op kosten van de reeds uitgeknepen belastingbetaler.

Voor veel andere bevoorrechten gelden soortgelijke -op sommige punten misschien iets minder riante- extraatjes.

Geen wonder dus dat veel groepen protesteren tegen deze vorm van ongekende zelfverrijking van de regeringstoppers. “Ze spelen met vuur bij het kruitvat”, brengt leerkracht Roberto de heersende gevoelens in de samenleving treffend onder woorden. “Ik heb er totaal geen moeite mee dat ze een verhoging krijgen, maar dit is buitenproportioneel. Hoe vaak heeft de regering niet gezegd dat het volk de broekriem moet aanhalen om de economie weer gezond te maken? En dat wat leerkrachten en anderen hebben gehad echt het maximale is dat lanti kan betalen. Maar als het op henzelf aankomt, is opeens alles mogelijk. Echt geloof mij, dit is de druppel. Niemand lust Santokhi en de regering meer.”

Hij verbaast zich erover dat, terwijl de woede onder leerkrachten heel groot is, er nog niet zoveel animo is om het werk echt neer te leggen en de straat op te gaan om te protesteren. “Maar misschien komt dat ook omdat de absurditeit van de verhogingen nog tot de meeste mensen moet doordringen. De regering heeft het trouwens een heel slim moment aangekondigd, zo vlak voordat er twee belangrijke feestdagen waren, Ied-ul-Adha en Keti Koti Dei. Dus iedereen was veel te druk met feestvieren. Maar hopelijk wordt het volk nu echt wakker.”

De vakbonden staan in ieder geval op hun achterste benen, al kun je vraagtekens zetten bij hun intenties en of die oprecht zijn of niet. Want in de Staatsraad, die positief heeft geadviseerd over de zelfverrijking van de regering (maar ook van de Staatsraadleden zelf), gaven vakbondsvertegenwoordigers Roy Haverkamp van de Federatie van Agrariërs en Landarbeiders (FAL) en Dharmdew Chotkan van de Organisatie van Samenwerkende Autonome Vakbonden (Osav) hun zegen daaraan. Dat het bedrijfsleven ook akkoord ging is wrang, want in de afgelopen drie jaar hebben ondernemers heel wat te verduren gehad door het beleid van de regering.

Dat Paul Torilal namens de Verenging Surinaams Bedrijfsleven (VSB) instemde, is helemaal opmerkelijk. Vooral door toedoen van deze vereniging werd het al door de regeringsraad goedgekeurde verhoging van het wettelijke minimumloon in februari teruggedraaid, waardoor vele duizenden werknemers ernstig werden gedupeerd. Het lijkt erop dat de regering het op een akkoordje met de machtige belangenorganisatie heeft gegooid: in ruil voor het verlangde afblazen van de oorspronkelijke verhoging van het minimumloon, zou de VSB geen strobreed in de weg leggen voor de door Santokhi voorgestelde zelfverrijking. Waarvan Torilal uiteraard ook profiteert.

De minimumloners moeten nu dus noodgedwongen aanspraak maken op de koopkrachtversterking, waarvan de uitbetaling nog altijd een chaos is. Dat de koopkrachtversterking voor de regering daarentegen moeiteloos wordt uitbetaald, maakt vele burgers woedend. Niet alleen de burgers, maar ook maatschappelijke groeperingen, leerkrachten, onderwijsgevenden en tal van anderen hebben hun buik vol van het grote onrecht dat hen door deze regering wordt aangedaan. Dus Santokhi kan de borst weer natmaken. Of hij tegen die druk bestand zal zijn, zal de komende tijd moeten blijken.

OPINIE

 

 

Facebook Comments Box