ACHTERGROND BIJ 20 JAAR NIMOS
FOTO|HOOFDKANTOOR NIMOS
Milieu is het bloed van alle andere sectoren, je kan het niet wegstoppen bij een ministerie, omdat het door alles heen gaat. Laat milieu waar het is, alleen moet je het goed coördineren, als je het ontmanteld begin je aan een operatie die van te voren is mislukt. ( Ellen Naarendorp )
“MILIEU DOE JE MET JE HART , VOOR JEZELF, JE NAGESLACHT EN JE LAND “
“Ik vind wel dat hier moet staan dat het niet gemakkelijk was samen te werken met die vrouw, maar het is aan haar te danken dat wij hebben doorgezet en het instituut nu 20 jaar bestaat. Zij heeft ons het gevoel en zelfvertrouwen gegeven dat wij iets belangrijks te doen hebben en van betekenis zijn voor ons land. Dat was precies ook onze ambitie.”, zegt Nancy del Prado(zie foto). Grondlegger Ellen Naarendorp, naar wie del Prado verwijst als de vrouw waarmee het moeilijk samenwerken was, lacht nu om deze verwijzing en voelt zich dankbaar en vereerd, wanneer haar wordt meegedeeld dat iedereen die wordt geïnterviewd, onafhankelijk van elkaar de wens uitspreekt dat zij de ontstaansgeschiedenis voor haar rekening neemt. “Het NIMOS is inderdaad mijn baby en ik ben zo trost op de eerste groep mensen die ik persoonlijk heb gerekruteerd uit sollicitatiegesprekken en op wat zij van hun leven hebben gemaakt”, begint Naarendorp het verhaal dat twintig jaar terug begon met slechts het populaire woord ‘ milieu’ waar niemand precies wist, wat er mee te doen.
Toen midden jaren tachtig, wereldwijd het milieubewustzijn allang zijn intrede had gedaan en het besef dat alternatieve en hernieuwbare natuurlijke hulpbronnen de toekomst zouden bepalen, ontwikkelde zich, aangetrokken door het internationaal nieuws via internet spontaan een milieudiscussiegroep op de universiteit van Suriname. “Als docent en decaan merkte ik het wel, maar echt betrokken raakte ik pas veel later toen ik minister werd van Volksgezondheid en het vraagstuk van milieu steeds indringender werd. Milieu was het nieuwe woord onder studenten en docenten. Bij die discussie, nu ook in regeringskringen, kwam het besef dat Suriname enorm veel natuurlijke hulpbronnen heeft, maar wat we precies er mee moesten en hoe, wist niemand, toen nog niet. Het milieuvraagstuk werd echter indringender, maar niemand wist ook nog onder welk ministerie het ondergebracht moest worden, terwijl vrijwel alle ministers het toegewezen wilden hebben”.
Op voorstel van Naarendorp werd milieu toegevoegd aan het ministerie van Volksgezondheid, maar al snel bleek dat het niet zomaar een toevoeging kon zijn. Naarendorp vond in de toenmalige docent en bioloog Archibald Marschall een geschikte coördinator die een team samenstelde voor het coördineren van het milieuvraagstuk. Suriname bevond zich net als alle lid landen van de Verenigde Naties voor de moeilijk voorbereiding geplaats rapportage te doen op een van de meest belangrijke milieuconferenties in RIO ( Brazilië) in 1991. Het door de commissie toen opgemaakt rapport waarin de visie van Suriname met het milieubeleid was neergepend, belande, als gevolg van verschil in politieke inzichten over het milieubeleid, letterlijk in de prullenmand. De toen gekozen Front regering in 1987 zag geen heil in het document. Volgens het relaas van Naarendorp is dit rapport op het laatste moment toch nog gepresenteerd geworden op de klimaatconferentie en werd Suriname lid van het klimaatverdrag en het verdrag op de biodiversiteit. Die politieke machtswisseling resulteerde er in dat milieu voortaan werd geplaats bij het toenmalig ministerie van Planning en Ontwikkelingssamenwerking.
Toen in 1996 de NDP waaronder Naarendorp een begin had gemaakt met het milieubeleid wederom aan het bewind kwam schreef zij mede op aandringen van de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank een beleidsdocument voor Suriname over het milieuvraagstuk. Daarin kwam centraal te staan dat deze ‘nieuwe’ sector niet ondergebracht moest worden bij een ministerie maar een zelfstandige entiteit moest worden. Alle milieu en milieu gerelateerde aspecten moesten vanuit alle ministeries onder een noemer worden gebracht. Het idee voor het opzetten van een nationaal milieu instituut zoals dat wereldwijd gebeurde, werd dan ook ondersteund door de IDB, met en fonds van US$ 1 miljoen. Dat fonds werd verder aangevuld met US$ 750. 000 van de Europese Unie, de eigen Surinaamse overheid bracht uitgedrukt in diensten en financiële een bedrag in van US$ 500.000, terwijl door tussenkomst van enkele andere donoren het fonds uiteindelijk een waarde vertegenwoordigde van US$ 2,2 miljoen.
Nelom(zie foto), nu zelf directeur van het NIMOS, herinnert zich in 1998, geremigreerd uit de Verenigde Staten, op zoek te gaan naar een baan die alles te maken had met milieu en de natuur. Hij ging dan ook af op de advertentie waarin de IDB en de Europese Unie jong kader opriepen opgeleid te worden voor het opzetten van een nationaal milieu instituut. “Het gevoel iets nieuws en groots op te zetten voor je land, moet je eigenlijk zelf ervaren om het te kunnen begrijpen. Maar het is toen ook niet van een leien dakje gegaan, integendeel met vallen en opstaan en soms teleurstellingen, zeker wanneer een toen heel belangrijke politieke figuur je haast ontmoedigend toeschreeuwt, ‘jullie snotapen, wat komen jullie mij vertellen’. “Dan moet milieu echt een bewuste en persoonlijke keus zijn. In de afgelopen twintig jaar heeft het NIMOS van mij een professional gemaakt met een vorming die niet meer uit mij is weg te krijgen”. Naast alle belangrijke wapenfeiten in de afgelopen twintig jaar, vindt Nelom het kenmerkend voor het milieu instituut dat, het met internationale erkenning in staat is milieustudies en onderzoekingen te beoordelen, inzicht heeft in nationale als internationale milieuvraagstukken en dat bij het instituut snel informatie verkregen kan worden over allerhande vraagstukken over het milieu en daaraan gerelateerde onderwerpen.
Del Prado, jurist en milieuconsultant heeft volgens Naarendorp, baanbrekend werk verricht bij het formuleren van een concept nationaal milieuwet. “Zij praat er niet over maar Nancy heeft als pas afgestudeerde jurist, om het instituut te kunnen oprichten, het als een persoonlijke uitdaging gezien om alle wetgeving nationaal en internationaal die bij de overheid aanwezig was te verzamelen te ordenen en te becommentariëren. Ik ben dan ook erg trots op haar”. “Ik denk dat niets voor zijn tijd komt”, zegt Del Prado nu zelf over het concept dat al sinds 2002 wacht om tot wet verheven te worden. Volgens haar heeft het document nu meer dan ooit draagvlak, omdat het niet alleen bepleit wordt door milieudeskundigen, maar ook door burgers, politici, journalisten en bedrijven. Hetzelfde geldt voor haar als het gaat om de toekomst van het milieu instituut. Hierover zegt Nelom, “Als bosrijkste land met een positie binnen de top drie waterrijkste landen en een enorme hoeveelheid mogelijkheden aan natuurlijke hulpbronnen, kan het niet anders dan dat je nationale doelen gaat stellen in een milieuwet. Je staat als land in een voorhoede positie, zeker als we op de wereld recent nog hebben beloofd dat we 93 % van ons bos voor haar bewaard en in stand zullen houden.
Bij het milieu instituut overlappen generaties van medeweerkers elkaar, waardoor er geen vacuüm ontstaat op zowel vergrijzing als kennis. De afgelopen drie tot vijf jaar is in het verjongingsproces, onder andere Angela Kromodimedjo, aangetrokken voor de afdeling Environmental Monitoring and enforcement (EME). Zij doet een master studie en heeft voor haar afstudeer proefschrift gekozen een onderzoek te doen naar het afvalprobleem in Suriname en hoopt daarmee via het Nimos een bijdrage te leveren aan de oplossing van dit probleem. “Ik wilde in eerste instantie de medische richting opgaan, maar door sociale omstandigheden heb ik daarvan moeten afzien. De studierichting Milieuwetenschappen was mijn tweede keus, omdat ik iets wilde doen waar ik het vak biologie zeker nodig zou hebben. En het was absoluut een van de beste keuzes die ik in me leven heb gemaakt. Bij het NIMOS heb ik kennis gemaakt met bijna alle aspecten van het milieu. Je leert overigens om zelf aan te pakken en een duizendpoot te zijn. Maar dat geeft meteen ook de mogelijkheid je verder te ontwikkelen. Naast professionele vorming heb ik zowel nationaal als internationaal mijn netwerk kunnen vergroten. Angela is door haar collega’s uitgekozen om leiding te geven aan de activiteitencommissie die belast is met het twintigjarig bestaan van het NIMOS. “Wij zijn onze jaardag begonnen met een lezing over “plastic awareness” en de bedoeling hiervan is om de bewustwording over het gevaar van plastic voor mens en milieu te creëren in de samenleving. Maar wat zeker belangrijk is, is dat die bewustwording bij ons als organisatie moet beginnen, wij moeten het juiste voorbeeld geven, verander de wereld, begin eerst bij jezelf. Ik geloof sterk dat we in de komende periode/toekomst een positieve verandering zullen zien als het gaat om het probleem van plastic afval, zeker binnen onze organisatie. Verder willen wij elke 15-de dag van de maand een bewustwordingsactiviteit organiseren. Het NIMOS is intussen volledig plastic vrij gegaan. Angela, die doet denken aan de eerste vijf technische specialisten van 20 jaar terug, heeft als boodschap aan haar collega’s en de samenleving “Tyar’ a boskopu waka: Plèstik e tyar’ a milieu go na baka.
Milieu mag, zoals Naarendorp(zie foto) bepleit best gezien worden als een bewuste keuze sector van de huidige regeerders. Op het kabinet van de president is er dan ook een speciale unit in het leven geroepen die een coördinerende rol heeft op milieu gebied. “ We moeten vaststellen dat het NIMOS een volwaardig instituut is voor Suriname die ook internationaal erkend wordt om onderzoek en ontwikkeling van milieu en milieu gerelateerde vraagstukken. Ook moeten wij erkennen blij te zijn dat dit instituut de verantwoordelijkheid toen heeft gekregen over het milieu. Het NIMOS heeft absoluut een plek bij de samenleving en in het beleid van de regering”, zegt Milieucoördinator Winston Lackhin. Voor de toekomst wil het kabinet een diepere samenwerking met het instituut, zeker als onderzoeksinstrument. Lackhin vindt dan ook dat het NIMOS verder versterkt moet worden, zowel institutioneel als in capaciteit. Half dit jaar wil de regering ook de lang in concept zijnde nationale milieuwet volledig hebben opgeschoond, waardoor niet alleen de rol van alle actoren duidelijk is maar dat ook wordt vastgesteld wat en welke richting Suriname opgaat met het milieu. Volgens de milieucoördinator van Suriname past het, om bij het 20 jarig bestaan van het NIMOS een bijzondere dank uit te spreken aan het instituut en haar medewerkers. “ Ik weet dat ze soms hebben moeten roeien met de riemen die er niet eens waren. Er is aantoonbaar baanbrekend werk verzet door de jaren heen waardoor het milieubeleid nu terecht is waar het is”, zegt Lackhin. Volgens del Prado zal het NIMOS publiekrechtelijke bevoegdheden moeten krijgen om regulerend te kunnen optreden. Zij, Nelom en Naarendorp, zijn het er over eens dat het NIMOS een goed draaiend onafhankelijk instituut moet worden. “Daarvoor hebben we de ondersteuning nog van niet alleen de gemeenschap, maar vooral van de politiek, omdat dit land zich alleen goed zal ontwikkelen door sterke, krachtige en onafhankelijke instituten”, zegt Nelom. Volgens hem zal het milieu instituut over nog eens twintig jaar professioneler, meer berekend voor haar taken de schakel moeten zijn tussen duurzaam natuur beheer en economische ontwikkeling en welzijn van de Surinaamse gemeenschap.
UNITEDNEWS|WILFRED LEEUWIN

