AMERIKA VERSUS HUAWEI
HANDELSOORLOG / Amerika heeft de Chinese telecomgigant Huawei op de korrel. In december werd de financieel directeur van het bedrijf gearresteerd. Huawei staat voor de groeiende industriële macht van China. En de strijd draait om vrijhandel, macht en technologische dominantie. Kan Amerika de Chinese opmars stoppen?

Een vliegtuig dat om vier uur ’s middags vertrekt uit Hongkong komt op dezelfde dag rond half twaalf ’s morgens aan in Vancouver, West-Canada. De vlucht duurt elfenhalf uur. Genoeg voor een forse jetlag.
Als Meng Wanzhou, financieel directeur van de Chinese telecomgigant Huawei, op 1 december 2018 na deze vlucht uit het vliegtuig stapt, passeert ze met een van haar zeven paspoorten de grenscontrole. Ze wil in één van haar twee miljoenenhuizen in Vancouver gaan uitrusten voordat ze de avondvlucht neemt naar Mexico. In Vancouver heeft ze enkele jaren gewoond.
Het loopt anders. Op verzoek van de Verenigde Staten houdt de Canadese politie de 46-jarige Meng aan. De aanklacht: overtreding van Amerikaanse handelssancties tegen Iran door een aan Huawei gelieerd bedrijf waarvan Meng destijds directeur was.
De arrestatie is een ongekende stap. Vele bedrijven overtraden Amerikaanse handelssancties. Huawei is dan ook geen gewoon bedrijf. Het is ‘het icoon van de opkomst van Chinese industriële macht’, zoals het treffend is getypeerd in een onderzoeksrapport van de Amerikaanse vermogensbeheerder Northland Capital Markets. Huawei is opgericht in 1987. Het bedrijf begon met het uit elkaar halen en namaken van schakelborden voor telefooncentrales uit Hongkong.
Inmiddels is Huawei, met een omzet van ruim 85 miljard euro, de op één na grootste verkoper van smartphones – het Zuid-Koreaanse Samsung is de grootste. Ook is het de op twee na grootste verkoper van netwerkapparatuur, zoals routers, schakelstations en zendmasten. Die vormen de ruggegraat van telecommunicatienetwerken en zijn nodig om Youtube-video’s te kunnen streamen, te whatsappen en te bellen.
Sinds enige tijd hebben de Amerikanen het Chinese bedrijf op de korrel. In 2011 blokkeerden de Verenigde Staten een overname van serverfabrikant 3Leaf door Huawei. In 2012 waarschuwde een commissie van het Huis van Afgevaardigden dat gebruik van apparatuur van Huawei en een andere Chinese telecomfabrikant, ZTE, ‘een mogelijke bedreiging voor de nationale veiligheid’ is.
Het Pentagon, het Amerikaanse ministerie van Defensie, werd het in mei 2018 verboden om smartphones en andere apparatuur van Chinese fabrikanten te gebruiken, vooral van Huawei en ZTE. De Verenigde Staten lobbyen bij bondgenoten om geen netwerkapparatuur van de beide bedrijven af te nemen.
Vanwaar de argwaan? De Amerikanen vermoeden dat Huawei en ZTE in opdracht van de Chinese overheid ‘achterdeurtjes’ in hun apparatuur hebben gebouwd. China zou zo kunnen spioneren of zelfs saboteren.
Amerika en China zijn verwikkeld in een wereldom spannend gevecht
De Verenigde Staten willen hun telecomnetwerken – vitale infrastructuur – niet overlaten aan een bedrijf uit een land dat in alle opzichten hun geopolitieke tegenstrever is geworden. Deze overweging speelde in Nederland ook toen KPN dreigde te worden overgenomen door de Mexicaanse concurrent América Móvil.

Bewijs voor de Amerikaanse vermoedens is er overigens niet, al is dat ook bijzonder moeilijk te vinden in de miljoenen regels aan programmeercode waarop moderne telecomapparatuur draait.
Innige band
Huawei is een privaat bedrijf, zoals de Chinezen graag benadrukken. Opgericht door Ren Zhengfei, oud-ingenieur in het Volksbevrijdingsleger en de vader van de gearresteerde Meng Wanzhou. Maar het bedrijf heeft wel degelijk banden met de overheid. Dat geldt voor elke grote Chinese onderneming. In een communistische eenpartijstaat als China kan niemand een bedrijf groot maken zonder hulp van de machthebbers.
Huawei heeft een innige band met de overheid. Oprichter Ren verzekerde zich in de jaren negentig van overheidssteun door de toenmalige president van China, Jiang Zemin, ervan te overtuigen dat ‘een natie zonder eigen telecomfabrikant gelijk is aan een natie zonder leger’. Volgens de Amerikaanse denktank RAND Corporation rekent Huawei het Chinese Volksleger tot zijn klanten en is het bedrijf een belangrijke leverancier van apparatuur voor het digitale surveillance- en controle-apparaat waarmee Peking haar burgers in het gareel houdt.
Verder is er bij de Amerikanen veel ergernis over het schaamteloze optreden van Huawei. Zo maakte het bedrijf eens een router van het Amerikaanse technologiebedrijf Cisco Systems zo nauwgezet na dat de handleiding dezelfde spelfouten bevatte. Ook braken Huawei-werknemers in een onderzoekslaboratorium van de Duitse telecomprovider T-Mobile in om onderdelen van een robotarm te stelen.
Maar de belangrijkste reden voor de Amerikaanse achterdocht is economische machtspolitiek. De Chinezen zijn de fase van het afkijken van het Westen inmiddels voorbij. Wie denkt aan wedijver tussen de Verenigde Staten en China denkt bijna automatisch aan de handelsoorlog die gaande is. De Amerikaanse president Donald Trump maakte Chinees staal duurder met een invoerheffing. De Chinezen sloegen terug met invoerheffingen op Amerikaanse soja.
Maar welbeschouwd vormt de blokkade van de importtarieven over en weer maar één front op het slagveld waarop de twee landen – de één een supermacht, de ander uitdager – elkaar bestrijden.
De Verenigde Staten en China zijn verwikkeld in een wereldomspannend gevecht om macht, om speelruimte voor hun multinationals en om de vraag wie de meest geavanceerde technologie heeft. Deze strijd was al jaren aan de gang voordat Trump met zijn retoriek en invoerheffingen de verhoudingen op scherp zette.
Met zijn omvang en zijn enorme concurrentievermogen – waarvan Huawei een prominent voorbeeld is – bedreigt China de positie van grootmacht Amerika en de wereldorde die de Verenigde Staten na de Tweede Wereldoorlog creëerden. Die orde is gebouwd op de macht van het Amerikaanse leger en van de Amerikaanse dollar.
De Verenigde Staten bewaakten de orde en kweekten kapitalistische bondgenoten tegen de communistische Sovjet-Unie door landen onder goede voorwaarden te laten exporteren naar Amerika, namelijk gebaseerd op regels en op uitruil van belangen. Amerikaanse machines naar Duitsland, Duitse auto’s naar de Verenigde Staten.

De Amerikaanse supermacht is voor de wereld heel goed geweest. West-Europa, Japan, Zuid-Korea en vele andere landen – ook China! – konden welvarend worden door handel met Amerika. De wereld was nooit eerder zo rijk en vrij. De Sovjet-Unie is inmiddels uiteengevallen.
Westerse technologie kopiëren hoeven de Chinezen niet meer
Zolang Amerika het machtigste en technologisch meest vooruitstrevende land was, kon het Amerikaanse bedrijfsleven de concurrentie met tegenhangers uit landen van kapitalistische bondgenoten altijd prima aan. De problemen begonnen toen China begon te exporteren. China speelt op hetzelfde speelveld als de Verenigde Staten en zijn bondgenoten: de kapitalistische vrijemarkteconomie.
Maar China is veel groter dan de andere landen die rijk werden door de handel met de Verenigde Staten en kan dus veel meer (goedkope) mankracht en kapitaal bijeenbrengen om de concurrentie mee aan te gaan. Dat doet het land dan ook met veel succes. De gewone Amerikaan is daarvan de dupe. Veel banen in Amerika zijn verloren gegaan door de Chinese lagelonenconcurrentie. Hetzelfde gebeurde in Zuid-Europa. Daar moesten veel textiel- en kledingfabrieken door concurrentie met China sluiten.
Maar al speelt China op hetzelfde speelveld, het houdt zich niet aan de regels.China steunt de eigen bedrijven volop.
Dat is op zich niet uniek. Elk land probeert het eigen bedrijfsleven een steuntje in de rug te geven. Maar onder regie van de Verenigde Staten is destijds afgesproken hier grenzen aan te stellen. Zo kwam de Wereldhandelsorganisatie (WTO) tot stand, die invoertarieven maximeerde.
China steunt zijn bedrijven anders dan westerse landen. Bijvoorbeeld door een oogje toe te knijpen als ondernemers op grote schaal intellectueel eigendom van westerse concurrenten kopiëren. Of door het buitenlandse bedrijven in China moeilijk te maken. Of door financiële steun.
Miljardenomzet
In 2011 stelde de Europese Commissie vast dat Huawei en ZTE profiteren van ‘gigantische’ goedkope leningen van staatsbanken. Dit na een onderzoek naar dumping – het tegen dumpprijzen aanbieden van de eigen producten om concurrenten uit de markt te drukken. Iets wat in de Europese Unie verboden is.
Dit is zo’n beetje het ‘bedrijfsmodel’ van de Chinese economie. De spaarrente is er kunstmatig laag, zodat staatsbanken een berg geld hebben dat ze goedkoop kunnen uitlenen aan staatsbedrijven en aan nationale kampioenen zoals Huawei. Hierdoor, en natuurlijk doordat de lonen in China lager zijn, kan Huawei zeer goedkoop leveren.
Door de enorme schaal, de goedkope leningen en de miljardenomzetten in het buitenland kunnen Huawei en andere Chinese technologiebedrijven enorme bedragen investeren. Van de 180.000 Huawei-werk nemers werken er 80.000 in onderzoek en innovatie, meldt het bedrijf.
Westerse technologie kopiëren hoeft niet meer. Chinese bedrijven streven hun Amerikaanse concurrenten zowat voorbij. En dat gaat bij de Verenigde Staten tegen het zere been. Hun bedrijven worden bedreigd. Amerika is vooral bang dat de beste netwerktechnologie straks niet meer uit Silicon Valley komt, maar uit de Zuid-Chinese stad Shenzhen. Shenzhen, waar de hoofdkantoren staan van Huawei en ZTE, was in de jaren zeventig nog een slaperig vissersplaatsje vlak bij de grens met Hongkong. Nu is het de techhoofdstad van China, met ongeveer twintig miljoen inwoners. Een paar jaar geleden werd Shenzhen nog lacherig de ‘geboorteplaats van de selfiestick’ genoemd. Inmiddels lijkt het de stad te zijn waar de mobielenetwerktechnologie van de toekomst wordt gemaakt.

Australië, dat gehoor gaf aan de Amerikaanse oproep om geen Huawei-apparatuur te kopen, is er bezorgd over of het land straks een technisch minder geavanceerd of duurder 5G-netwerk heeft.
Werkt het Amerikaanse offensief? Het land nam al een aantal stappen om de eigen technologische voorsprong te bewaken. Zo blokkeerde president Trump de overname van de Amerikaanse chipmaker Qualcomm door de Singaporees-Amerikaanse concurrent Broadcom, uit vrees dat de combinatie de investeringen in 5G-technologie zou verminderen. Dan liever een zelfstandig Qualcomm dat volop op de voor Amerika zo belangrijke netwerktechnologie inzet.
In 2017 bracht Amerika ZTE een gevoelige slag toe. Het kleine broertje van Huawei schikte voor overtreding van Amerikaanse handelssancties tegen Iran en Noord-Korea en betaalde een boete van omgerekend ruim 1 miljard euro. Toen het bedrijf in 2018 niet voldeed aan de eisen, werd het Amerikaanse bedrijven zeven jaar lang verboden om te leveren aan ZTE.
Dit was een ijzersterke troef. Zonder de Amerikaanse producten was ZTE waarschijnlijk failliet gegaan. Ruim een kwart van de leveranciers van ZTE zijn Amerikaanse chipmakers. Maar Trump heeft de troef slecht uitgespeeld. Hij zette een streep door het verbod omdat het ‘te veel Chinese banen zou kosten’. Trump hoopte zo de steun van de Chinese president Xi Jinping te behouden in de aanloop naar zijn historische ontmoeting in juni 2018 met de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un.
Verder hebben de Verenigde Staten moeite om China in te tomen. Amerika wist Australië, Japan en Nieuw-Zeeland ertoe te bewegen Huawei-apparatuur in de ban te doen, maar de Europese Unie reageert langzamer. Al onderkent zij wel de risico’s van een Chinese leverancier voor telecommunicatienetwerken – vitale infrastructuur immers. ‘We moeten bezorgd zijn over Huawei,’ zei de Estse Europees Commissaris Andrus Ansip in december 2018.
Brisant is dat Huawei in Europa al heel veel klanten heeft. Alle mobieletelefonienetwerken in Nederland draaien in elk geval deels op Huawei-apparatuur. Huawei wordt in Europa ook een steeds grotere cloud-dienstverlener. Onder meer voor aanbieder Deutsche Telekom bewaart de Chinese telecomgigant gegevens van klanten op zijn servers.
Door de lage prijzen wordt het bedrijf buiten China met open armen ontvangen. Zeker in Nederland, waar telecomproviders enorme sommen moeten betalen voor frequenties voor mobieldataverkeer. De veiling van 4G-frequenties in 2012 leverde de overheid 3,8 miljard euro op. Dat geld moeten de providers terugverdienen, en dat kan onder meer door goedkope apparatuur van Huawei te gebruiken.
In de Verenigde Staten wordt zelfs al gesproken over rip and replace – alle Huaweiapparatuur weghalen en vervangen. In Europa zal een eventueel verbod er niet zo snel komen. Het is simpelweg te duur.
‘5G zonder Huawei is als een NBA-wedstrijd zonder zijn sterspeler’
De positie van Europa is dubbel. Het continent profiteerde weliswaar enorm van de Amerikaanse wereldorde: met gratis bescherming door het Amerikaanse leger en volop mogelijkheden voor handel. Maar Europa ziet zichzelf niet als partij in de machtsstrijd tussen de Verenigde Staten en China.
Veelzeggend is dat het onderzoek van de Europese Commissie naar dumping door ZTE en Huawei in 2013 werd stopgezet ‘om de voortzetting van de onderhandelingen met de Chinese autoriteiten in de richting van een minnelijke oplossing mogelijk te maken’. Handel met China was belangrijker.

Oneerlijk
De laatste weken lijkt Europa toch een draai te maken. Deutsche Telekom zei vorige maand de discussie over de veiligheid van de apparatuur van hun Chinese partners ‘zeer serieus te nemen’. De Duitse telecomprovider werkt samen met Huawei aan het uitrollen van een 5G-netwerk, de volgende generatie in mobiele communicatie (zie ‘Meer appen, voice en 5G’ op pagina 42).
British Telecom ging nog een stap verder en kondigde aan apparatuur van Huawei uit hun netwerken te verwijderen. Zowel het hoofd van de Britse veiligheidsdienst MI6 als de minister van Defensie van het Verenigd Koninkrijk sprak eind december zijn ‘diepe zorgen’ uit over de rol van Huawei in de Britse telecomnetwerken.
Huawei’s CEO Guo Ping reageerde in zijn nieuwjaarstoespraak op de ‘oneerlijke behandeling’ van zijn bedrijf in het buitenland. Hij waarschuwde ervoor dat het implementeren van het veelbelovende 5G-net-werk zonder Huawei is ‘als een NBA-wed strijd zonder zijn sterspeler’.
Intussen heeft Huawei-CFO Meng in Vancouver huisarrest, in afwachting van uitlevering aan de Verenigde Staten. Meng komt vrijwel zeker niet in de cel, maar Amerika zal vast een miljardenboete bij China weten af te dwingen. Maar dat zal de technologische opmars van de Chinezen niet stuiten.
Of, zoals Huawei-baas Guo het cryptisch verwoordde in dezelfde nieuwjaarsboodschap: ‘Duizend schepen voeren voorbij het scheepswrak; de dagen komen waarop wij tegenwind en golven zullen trotseren. Tegenslagen noch moeilijkheden zullen ons ervan weerhouden om door te varen.’
Bron|Geo-Politiek
