‘AMNESTIEWET IN STRIJD MET GRONDWET’

Het Constitutioneel Hof heeft donderdag tijdens een openbare zitting verklaard dat de Amnestiewet 1989 in strijd is met verschillende artikelen van de Grondwet.

De voornoemde wet is aldus het CHof ook in strijd met bepaalde bepalingen in het Internationale Verdrag inzake Burger en Politieke Rechten (IVBPR) en het Amerikaans Verdrag voor de Rechten van de Mens (AVRM).

Het CHof neemt in overweging dat amnestie een bij of krachtens wet geregelde algemene kwijtschelding van straffen is, wegens strafbare feiten gepleegd gedurende een bepaalde tijd en achteraf het strafbaar karakter ontnomen wordt, onverschillig of er een rechtsvervolging is ingesteld en of men de schuldigen kent. Volgens de vaste rechtspraak van het Inter-Amerikaans Hof voor de Rechten van de mens is het zo dat indien amnestie in strijd is met het AVRM deze nietig wordt verklaard, stelde het College.

Ook heeft als overweging gegolden dat degenen aan wie amnestie werd verleend conform de voornoemde wet in de periode van 1 januari 1985-20 augustus 1992 ten aanzien van misdrijven tegen de menselijkheid, oorlogsmisdrijven en genocide, niet zijn uitgezonderd van strafvervolging. Volgens het CHof is geen rekening gehouden met de gevoelens van het volk en de inzichten van relevante organisaties over de gevolgen van de verleende amnestie met betrekking tot de wet.

Amnestiewetten leiden tot machteloosheid bij slachtoffers en bestendigen straffeloosheid, aldus het CHof. De Staat Suriname is echter gehouden tot waarborging en verzekering van mensenrechten, zulks voortvloeiende uit de Grondwet en de internationale mensenrechtenverdragen waarbij Suriname partij is, waaronder het IVBPR en het AVRM.

Verder vormde de wet een belemmering, dan wel inmenging, voor alle onderzoeken, vervolgingen en berechtingen van strafbare feiten die in de Amnestiewet zijn genoemd. De wet stelde daders van een aantal strafbare feiten straffeloos, waaronder mensenrechtenschendingen en genocide.

Het Constitutioneel Hof besliste dat de Amnestiewet 1989, die in 1992 is afgekondigd, in strijd is met de artikelen 8, 10, 14 131 lid 3 van de Grondwet. Voorts druist ze in tegen de artikelen 1, 8, 25 van het Amerikaans Verdrag voor de Rechten van de Mens en de artikelen 2 en 14 van het Internationaal Verdrag inzake Burger en Politieke Rechten. De Amnestiewet stelde daders van mogelijke strafbare feiten tijdens de Binnenlandse Oorlog in de periode 1 januari 1985 tot en met 20 augustus 1992 straffeloos. De advocaat Shanti Sheombar legde de Amnestiewet een jaar geleden voor toetsing voor aan het CHof. Direct na de uitspraak is de amnestiewet niet meer geldig. Voorzitter Gloria Stirling van het CHof voerde bij het bekendmaken van de beslissing aan dat de uitspraak niet is gekomen binnen de vastgestelde drie maanden na ontvangst van het verzoekschrift, omdat het om een zeer complex vraagstuk ging.

UNITEDNEWS

 

Facebook Comments Box