BUSINESS RADIO: NA DE UITZENDING | MACRO OF MICRO? SURINAME HEEFT BEIDE NODIG!
Foto complilatie: Henk-John Guicherit, Gavin Ooft en Edward Lee
In Business Radio: “Na de Uitzending…..” fileert Henk-John Guicherit wekelijks de belangrijkste gedachte achter het gesprek van die week — en wat die betekent voor Suriname.
Wat mij in de uitzending van deze week (zo 19/04) het meest opviel, was niet alleen het onderwerp, maar vooral het stijlverschil aan tafel. Gavin Ooft, Economic Advisor van het het Suriname Economic Oversight Board (SEOB) sprak vanuit de macro-economie: inflatie, schuld, reserves, instituties, human capital. Edward Lee, Founder van Business United sprak vanuit de praktijk: sector-data, concurrentie, marktkansen, tastbare informatie. De een keek van bovenaf naar het systeem, de ander van binnenuit naar de markt. En precies in dat spanningsveld zat voor mij de echte waarde van het gesprek.
Op papier ging het over data. In werkelijkheid ging het over iets groters: hoe Suriname economische ontwikkeling begrijpt. Of misschien beter gezegd: hoe wij nog te vaak doen alsof we moeten kiezen tussen twee werkelijkheden. Alsof macro iets is voor beleidsmakers en economen, en micro iets voor ondernemers die gewoon willen weten waar de kansen, de concurrentie en de bottlenecks zitten. Maar zo werkt een economie niet.
Edward bracht een punt naar voren dat ik serieus neem. Hij verzette zich tegen abstracties. Tegen grote woorden die in Suriname eindeloos rondzingen — inclusiviteit, duurzaamheid, transformatie — zonder dat voor veel mensen duidelijk wordt wat daar in de praktijk tegenover staat. Daar heeft hij gelijk in.
Wij zijn in Suriname soms sterk in het bespreken van ontwikkeling, maar minder sterk in het organiseren ervan. Er wordt veel gezegd in keurige termen, maar te weinig vertaald naar iets waar de ondernemer, de werknemer of de burger direct grip op krijgt.
Tegelijkertijd wilde ik in de uitzending bewust een ander punt maken. Daarom haalde ik ook Daron Acemoglu, Nobelprijs winnaar economie in 2024 en zijn boek “Why Nations Fail” aan, omdat de kern van die boodschap nog steeds relevant is voor Suriname: zonder sterke, onafhankelijke instituties kom je er niet. Concurrentie is belangrijk. Zeker. Sector-data zijn belangrijk. Absoluut. Maar als de spelregels niet deugen, als opvolging zwak is en instituties niet werken, dan wordt zelfs concurrentie geen motor van brede ontwikkeling. Dan wordt het al snel een gevecht binnen een systeem dat structureel scheef blijft.
Het is niet Micro “of” macro, het is Micro “en” Macro. En daar zit voor mij de kern van deze hele uitzending.
Een ondernemer die alleen naar micro kijkt, ziet zijn sector, zijn klanten, zijn concurrenten en misschien zijn kansen. Maar hij ziet niet automatisch de onderstroom: inflatie, wisselkoers, kredietvoorwaarden, schulddruk, begrotingsdiscipline. Die zaken bepalen wel degelijk hoeveel ruimte er is om te investeren, te groeien en risico te nemen. Omgekeerd geldt hetzelfde. Wie alleen naar macro kijkt, krijgt keurige dashboards en nette analyses, maar mist gemakkelijk waar het in concrete sectoren vastloopt: bij local content, bij financiering, bij logistiek, bij markttoegang, bij gebrekkige ketens.
Het meest rake beeld van Edward vond ik misschien nog zijn opmerking dat het in Suriname niet “één soep” is, maar verschillende potjes. Dat is scherp gezien. De instituten praten met elkaar. Ondernemers praten met elkaar. De media doen hun deel. Op seminars zie je vaak weer dezelfde mensen. Maar de koppeling tussen die werelden blijft te zwak. Precies daar zit een deel van het probleem. Niet alleen in een gebrek aan informatie, maar in een gebrek aan samenhang, vertaalslag en momentum.
Daarom geloof ik dat Suriname zich geen valse keuze kan permitteren tussen macro en micro. We hebben macro nodig om stabiliteit, richting en risico te begrijpen. Gavin ga zo door. We hebben micro nodig om te zien waar groei werkelijk kan landen. Go Edward. Maar boven beide staat nog iets anders: instituties die sterk genoeg zijn om van inzicht ook uitvoering te maken.
Want daar gaat het uiteindelijk te vaak mis. Niet bij het eerste gesprek. Niet bij de eerste analyse. Maar in de stap daarna: wie pakt het op, wie houdt vol, wie verbindt de losse potjes tot iets dat werkt?
De les van deze week is voor mij daarom helder: Suriname heeft geen keuze tussen macro en micro.
Suriname heeft eindelijk de discipline nodig om beide met elkaar te verbinden.
Een economie groeit niet van losse potjes, maar van verbanden die werken.
Tot volgende week,
Henk-John
Business Radio: elke zondagochtend om 11 uur op Radio 10.
INGEZONDEN
