CHINA’S BEVOLKING GAAT KRIMPEN – MET GEVOLGEN VOOR DE HELE WERELD
Bron: The Conversation
Na vier buitengewone decennia waarin de bevolking van China, het grootste land ter wereld, groeide van 660 miljoen naar 1,4 miljard, zal de bevolking naar verwachting dit jaar te krimpen, voor het eerst sinds de grote hongersnood van 1959-1961. Dit schrijft Xiujian Peng, econoom aan de Universiteit van het Australische Victoria.
Volgens de laatste cijfers van het Chinese Nationale Bureau voor de Statistiek groeide de Chinese bevolking vorig jaar nauwelijks: van 1.41212 miljard naar 1.41260 miljard. De toename met amper 480.000 is een fractie van de jaarlijkse groei met ongeveer acht miljoen tien jaar geleden.
Mogelijk hebben de coronapandemie en de strikte lockdownmaatregelen het aantal geboorten dit jaar wat verminderd, maar de vertraging is al jaren aan de gang. Het totale vruchtbaarheidscijfer in China (het aantal geboorten per vrouw) lag eind jaren 1980 op 2,6 – ruim boven de 2,1 die minimaal nodig was om sterfgevallen te vervangen. Maar in 1994 was dat nog 1,6 à 1,7 in 2020 amper 1,3 en vorig jaar zelfs 1,15.
Ter vergelijking: in Australië en de Verenigde Staten is het vruchtbaarheidscijfer 1,6 geboorten per vrouw. In het vergrijzende Japan is dat 1,3. De daling is opvallend, omdat China in 2016 zijn eenkindbeleid heeft afgeschaft en vorig jaar een driekindbeleid heeft ingevoerd, ondersteund met belastingvoordelen en andere prikkels.
Er circuleren verschillende theorieën over de reden waarom Chinese vrouwen terughoudend blijven om kinderen te krijgen. Een daarvan is dat de samenleving gewend is geraakt aan kleine gezinnen, een andere wijst naar de stijgende levensduur, en nog een andere ziet in de verhoging van de huwelijksleeftijd de belangrijkste oorzaak, omdat geboorten worden uitgesteld en de kinderwens zou afnemen.
China telt minder vrouwen in de vruchtbare leeftijd dan je zou verwachten. Door de eenkindpolitiek sinds 1980 kozen veel paren voor een jongen, waardoor de verhouding van de geslachten bij de geboorte steeg van 106 jongens voor elke 100 meisjes (de verhouding in het grootste deel van de rest van de wereld) tot 120 jongens per 100 meisjes, en in sommige provincies zelfs tot 130.
De totale bevolking van China groeide vorig jaar met amper 0,34 per 1.000. En volgens prognoses van de Universiteit voor Sociale Wetenschappen in Shanghai krimpt de bevolking dit jaar – voor het eerst na de hongersnood – met 0,49 op duizend. Dat keerpunt komt een decennium eerder dan verwacht. In 2019 was de prognose nog dat de bevolking pas in 2029 een piek zou bereiken van 1,44 miljard. En de Verenigde Naties verwachtten de piek nog later, in 2031-32, op 1,46 miljard.
Het team van de Universiteit voor Sociale Wetenschappen voorspelt na 2021 een jaarlijkse gemiddelde daling van 1,1 procent, waardoor de Chinese bevolking in 2100 zal teruglopen tot 587 miljoen, minder dan de helft van ze nu is. ]
Die voorspelling is gebaseerd op de redelijke aanname dat het totale Chinese vruchtbaarheidscijfer daalt van 1,15 naar 1,1 tegen het einde van dit decennium en daar blijft tot 2100.
Maar die snelle achteruitgang van het bevolkingscijfer zal een grote impact hebben op de Chinese economie. Want de Chinese actieve bevolking bereikte al in 2014 en piek en zal naar verwachting krimpen tot minder dan een derde van die piek tegen het einde van deze eeuw.
De oudere bevolking van China (65 jaar en ouder) zal naar verwachting het grootste deel van die tijd blijven groeien en ergens rond 2080 de omvang van de actieve bevolking overtreffen. Dat betekent dat momenteel gemiddeld 100 werkende mensen 20 ouderen ondersteunen, maar eind deze eeuw diezelfde 100 actieve Chinezen maar liefst 120 ouderen zullen moeten ondersteunen. De jaarlijkse gemiddelde daling van 1,73 procent van de Chinese beroepsbevolking voorspelt ook een veel lagere economische groei, tenzij de productiviteit snel zou toenemen.
Die snel krimpende beroepsbevolking gaat gepaard met snel groeiende arbeidskosten – nu al twee keer zo hoog als in bijvoorbeeld Vietnam. Daardoor zullen veel arbeidsintensieve productie met lage winstmarges uitwijken naar landen zoals Vietnam, Bangladesh en India. Tegelijk zal China meer van zijn productieve middelen moeten besteden aan gezondheids- en zorgdiensten om te voldoen aan de eisen van een steeds ouder wordende bevolking.
Modellen van het Centrum voor Beleidsstudies aan de Victoria University voorspellen dat, zonder wijzigingen in het Chinese pensioenstelsel, de pensioenbetalingen zullen vervijfvoudigen van 4 procent van het Chinese bbp vandaag tot 20 procent in 2100.
Voor landen die veel natuurlijke rijkdommen naar China exporteren vormt die bevolkingstrend een uitdaging. Ze zullen zich waarschijnlijk meer moeten oriënteren naar producenten in andere landen. Grote importeurs van Chinese producten zullen zich op hun beurt ook meer moeten richten op nieuwe en opkomende productiecentra.
Ondanks alle voorspellingen dat we aan het begin staan van een “Chinese eeuw”, voorspellen deze bevolkingsprojecties dat de invloed kan verschuiven naar andere landen, inclusief buurland India. De Indiase bevolking zal die van China naar verwachting dit decennium in aantallen nog overtreffen.
ASIA FILES
