COLUMN: ONZE LEVENSADER IS DE SURINAME RIVIER

FOTO: ROGIER CAMERON | SATELLIET FOTO VAN DE SURINAAMSE MODDER KUST

Een academische opleiding voltooien, zelfs een bestuurskundige, is een hele prestatie. Een ieder die deze weg (heeft) bewandeld, al of niet in zijn geheel, ervaart dat er in de grijze hersenmassa daarboven verbindingen gemaakt worden die tot nieuwe levensinzichten leiden. En die levensinzichten verschillen heel vaak van persoon tot persoon. Een academische opleiding is er in eerste instantie om onderzoekers te vormen. Nee, niet opleiden maar vormen. Er is een verschil, doe daar maar een studie over of nog beter: maak een werkstuk. Academici worden gevormd op speciale plaatsen. Dat moet ook, want het maken van die nieuwe verbindingen is een heel delicaat proces. De speciale plaatsen waar academici gevormd worden noemen wij Universiteiten. Onderzoekers zijn eigenlijk mensen die ergens zijn blijven hangen in hun peutertijd. Hun hele leven draait maar om twee woorden: hoe en waarom. Die twee woorden worden continu gecombineerd met andere woorden en vormen zo vragen. Om al die vragen beantwoord te krijgen is de academische wereld sinds het bestaan van de mensheid zichzelf gaan opdelen in groepjes. Zoiets als onze samenleving, waar iedere erkende etnische groep haar eigen vrije dag of dagen heeft. Die groepjes grote peuters zijn onderverdeeld in een paar grote groepen die op hun beurt weer verdeeld zijn in kleinere groepen die ook weer verdeeld zijn, enzovoorts. Zo heb je groepen die alles willen weten over de natuur en anderen die alles willen weten over het meest rare verschijnsel van de natuur, de mens. Dan heb je nog een ander soort. Eigenlijk zijn dat niet echt academici maar hebben ze een soortgelijke vorming gehad. Dat zijn de toegepaste wetenschappers. Deze wezens, wij noemen ze dokters en ingenieurs, maken al die kennis over de natuur en de mens nuttig. Voor wie? De mens natuurlijk. Hier in Suriname hebben wij ook een vormingsinstituut voor wetenschappers. Dit instituut heeft een bewogen geschiedenis die jammer genoeg niet van (toegepaste) wetenschappelijke aard is. Nee, de beweging is vooral op (hoe raadt u het?) bestuurlijk gebied. Dit heeft tot gevolg gehad dat de plannen voor de Universiteit zoals zij geformuleerd zijn bij haar oprichting nu bijna een halve eeuw geleden, nooit behoorlijk zijn uitgevoerd. O jawel hoor, er is wel wat ontwikkeling en bijsturing geweest maar weet U wat eigenlijk ontbreekt? De vorming van onderzoekers. Wat, wat, wat!? Maar dat is toch wat een Universiteit doet? Zou moeten doen ja. Maar vanwege die bijna 50 jarige bestuurlijke crisis, kan dit nog steeds niet echt uit de verf komen. Niet dat er geen onderzoek gedaan wordt hoor, dat wel. Maar of dit onderzoek zorgt voor de vorming van academici op de schaal dat dit zou moeten? Donothinkso. Daarvoor is veel meer nodig dan het aantal doctoren in de filosofie opschroeven. Geld bijvoorbeeld. Veel geld. Het onderzoek dat op de Universiteit van Suriname gedaan wordt is soms van heel uitzonderlijk grote betekenis.

Pas geleden kwam raakte ik in gesprek met iemand die op ons academisch instituut onderzoek verricht.  Deze juffrouw is de protegé van niemand anders dan professor Pieter Augustinus, de man van onze ritsen en banken. Deze juffrouw nu doet onderzoek naar de effecten van menselijk ingrijpen op onze levensader. Onze levensader? Dat is toch nu verstopt in quartz te Rosebell en omgeving?

Nee, onze levensader is de Suriname rivier. Stel eens dat de Suriname rivier minder bevaarbaar wordt en er minder grote boten onze Nieuwe Haven kunnen aandoen. Dan kunnen we nog moeilijker exporteren wat we niet produceren en worden de importen die we wel op grote schaal doen, nog duurder. Nou deze knappe dame onderzoekt dus op welke wijze de dingen die wij als mensen hebben gedaan en nog steeds doen, zoals het afdammen van de rivier voor een heel klein beetje stroom, de rivier beïnvloeden. En als je bedenkt dat het zeewater wordt weggeduwd door het rivierwater, dan is zo een studie dus ook best wel belangrijk in het licht van het water dat eraan zit te komen. Om de bemoeienis van de mens op natuur te kunnen bepalen, is het natuurlijk noodzakelijk om eerst de natuur te begrijpen. Daarom is die juffrouw ondertussen de enige echte specialiste op Surinaams kustmorfologisch gebied. Wat? Ja, een moeilijk woord maar dat is dus iemand die alles weet over de vorming van de kust.

Tijdens het gesprek met deze professora-in-de-maak kwamen wij op het nog steeds onduidelijke verbod op het afgraven van schelpen en schelpzand. Dat leidde tot een college in de modderbanken-golven, die in het kort zo gaat: achter de bergen van ons land regent het soms veel, soms weinig. Dit water beland voor een groot deel in de Amazone rivier, die het water naar zee draagt. Dit water vindt “alleen is maar alleen” en neemt daarom onderweg van alles en nog wat mee. Vooral modder. Deze modder beland in zee, alwaar zij heerlijk naar boven zwemt en vanaf onze oosterburen begint te pauzeren. Ook bij ons. Die modder kennen wij als modderbanken. De modder vindt het aan land wel leuk, maar wil natuurlijk verder. Het bedrijft tenslotte geen politiek. En als die modder al voortsukkelend voor de monding van een rivier komt? Dan hebben we zoiets als eb en vloed, en komt een deel van de modder gezellig permanent bij ons wonen.

MODDER4

 

 

 

 

 

 

 

 

Op de bodem van de rivier wel te verstaan. Hoeveel van die modder uiteindelijk onze landelijke massa doet toenemen, wordt in grote mate bepaald door de kracht van het water dat de rivier uitstroomt. En wat gebeurt er als je dan enige obstakels in die rivier plaatst? Precies, het water stroomt minder hard en wij worden rijker. Leuk dacht ik, bij het aanhoren van dit verhaal. Wist ik grotendeels al, want lang heel lang geleden heb ik op school aardrijkskunde gehad. Maar deze les was de inleiding. Want wat blijkt: de ene modder is de andere niet. Jaaaaren geleden heeft de professor die nu boven de 80 jaar oud is, voorspelt dat er een hele bijzondere modderbank aan zit te komen. Die is zo een lekkere dikkerd dat niemand weet of ze nu meteen hier zal blijven of  dat de Suriname rivier haar weg kan duwen zodat al die grote exporten die er eens zeker gaan komen nog wel kunnen. Nou en? Was mijn reactie. Dan doen we toch net als het landelijk bestuur en wachten we tot die tante voorbij is gewandeld? Kan, alleen wandelt tante niet zo snel. Met anderhalve kilometer per jaar sjokt ze voort. En klein is onze tante niet. Zeker 70 km lang. Toen werd ik wel even stil. Want wat kunnen wij hieraan doen? Nog niet bekend. Onze enige kustmorfologe (langzaam uitspreken) en specialiste van de Surinamerivier voert namelijk haar onderzoek onder de meest belachelijke omstandigheden uit. Geld krijgt ze niet, onderzoeksgeld is er immers niet. Ook niet voor zaken die ons leven letterlijk bedreigen. Er is zelfs een heuse afwijzing van een speciaal onderzoeksfonds dat liever een zinloze campagne over kwikgebruik financiert. Niet dat daar waar ze het zouden moeten weten niet op de hoogte zijn van haar kennis hoor. De indruk bestaat dat ze daarboven alleen de kennis ontbreken om haar kennis te kunnen begrijpen. O ja. Hoe lang hebben we nog om “iets” te verzinnen? Ongeveer een jaartje of 5. Dus 100% geen zorg van deze door het volk gekozenen en dus 100% zeker geen enkele aanpak te verwachten. Ik deel deze informatie toch maar met U. Want misschien bent U druk bezig met allerlei productie en export plannen. Of iets reëler, heeft U import plannen voor “als het eindelijk weer goed gaat”. Stop dan maar de tijd, moeite en vooral de centen in andere plannen. Die over de ontwikkeling van de dienstensector bijvoorbeeld. Kost minder, levert meer op en bovenal: geen last van een verstopte rivier.

Columnist: Rogier I. Cameron

Facebook Comments Box