CONSTITUTIONEEL HOF | ‘VERSTEK EN HOGER BEROEP’ ONDER VERGROOTGLAS. WETBOEK VAN STRAFRECHT IN STRIJD MET INTERNATIONALE VERDRAGEN

Auteur: Wilfred Leeuwin.

Het Constitutioneel Hof heeft zich woensdag uitgesproken over de fysieke afwezigheid van verdachten tijdens de strafrechtelijke behandeling van hun zaak, terwijl ze wel vertegenwoordigd worden door een advocaat.

Het CH sprak zich ook uit over de vraag als deze verdachten wel of geen recht hebben op hoger beroep. De uitspraak kwam nadat de juristen Murwin Dubois en Milton Castelen het CH gevraagd hadden artikelen uit het Wetboek van Strafvordering te toetsen aan de grondwet en internationale verdragen.

Het CH heeft bij de toetsing art 261 van het wetboek dat gaat over verstek ofwel afwezigheid van de verdachte, in tweeën opgedeeld. Volgens het CH is het eerste deel niet discriminerend. Wanneer dit wetsartikel samen wordt toegepast met artikel 364, is het ook niet in strijd met een eerlijk strafrechtelijk proces. Dit eerste deel gaat over het niet verschijnen op een strafzitting door de verdachte en zich ook niet laat vertegenwoordigen van een advocaat. Dit wordt verstek genoemd.

Het CH oordeelde dat het tweede deel van artikel 261  van het wetboek van strafvordering, in samenhang gelezen met artikel 263, wel in strijd is met de grondwet, het Amerikaans Verdrag voor de Rechten van de Mens (AVRM) en het Internationaal Verdrag inzake Burger en Politieke rechten. (IVBPR). Het CH heeft hiermee geoordeeld dat de artikelen, die zijn getoetst, het recht op gelijkheid en het recht op een eerlijk proces, schenden.

De consequentie van deze uitspraak is dat een fysiek aanwezige verdachte die wel vertegenwoordigt wordt door een advocaat vanaf nu niet meer bij verstek kan worden veroordeeld, omdat hij zich wel laat vertegenwoordigen. Ook kan die verdachte vanaf nu zonder omwegen direct in hoger beroep gaan tegen een veroordeling van de rechter in eerste aanleg.

Met deze beslissing heeft het CH de advocaten Dubois, die de raadsman is van ex-minister Gillmore Hoefdraad en Castelen gelijk gegeven in hun mening dat van verstek pas sprake is wanneer de verdachte niet lijfelijk aanwezig is op de zitting en ook niet wordt vertegenwoordigd door een advocaat.

Is de verdachte lijfelijk afwezig, maar wel wordt vertegenwoordigd door een advocaat kan er dus geen sprake zijn van een verstekprocedure, maar van een proces ‘op tegenspraak’.

Tot deze uitspraak van het CH was het volgens de artikelen in het wetboek van Strafvordering die nu strijdig zijn verklaard, dat ook in geval de verdachte zich liet vertegenwoordigen door een advocaat, maar zelf niet op de zitting aanwezig was. Er sprake was van een verstekproces met een verstekvonnis. Als de verdachte in hoger beroep wilde gaan moest hij eerst een verzet procedure starten, die hem tot de uitspraak van woensdag verplichte aanwezig te zijn op de zitting. Verscheen hij ook niet op deze zitting dan verloor hij het recht op hoger beroep. Dit is nu met de uitspraak van het CH ongedaan gemaakt.

Castelen legt uit dat het aanwezig zijn van de verdachte op een zitting een recht is van de verdachte. “Hij kan ervoor kiezen persoonlijk aanwezig te zijn of zich te laten vertegenwoordigen door een advocaat. “Elke verdachte die veroordeeld is door de rechter heeft het recht om in hoger beroep te gaan. Het doet goed dat het CH mee is gegaan met deze opvatting die wij goed onderbouwd hebben in ons verzoekschrift”, zegt de jurist.

Het was woensdag tijdens de zitting van het CH en daarna niet duidelijk wat de beslissing inhield. De uitspraak was juridisch technisch.  Ook bij Castelen was er enige onduidelijkheid. In een eerste reactie, meteen na de zitting ging hij ervan uit dat het CH had beslist dat de afwezigheid van een verdachte die wel wordt vertegenwoordigt door een advocaat niet in strijd was met de grondwet en de internationale verdragen. “Ik ben hierop terug gekomen zegt Castelen nadat hij later op de dag de uitspraak van het CH heeft gelezen en bestudeerd.

UNITEDNEWS

 

 

 

 

Facebook Comments Box