WIE OF WAT IS DE SURINAAMSE DIASPORA IN NEDERLAND?
Dr. Ir. Drs. Rabin Gangadin
Eenvoudig gesteld is diaspora deels een culturele identiteit met het herkomstland en deels met het ‘gastland’. De diaspora wordt gevormd door een groep van culturele identiteiten met overeenkomstigheden.
Culturele identiteit hoort hierbij zowel bij het verleden als bij de toekomst (Hall 2003). Ze komen ergens vandaan, ze hebben een geschiedenis. De adaptatie van migranten kost tijd en vertraagt het integratieproces. Daarnaast staan nogal wat migranten tamelijk sceptisch tegenover integratie, omdat gevreesd wordt de eigen culturele wortels (die men hoog acht) kwijt te raken.
Karakteristieken van Diaspora.
Diaspora is geen eenduidig begrip. Er zijn verschillende vormen van diaspora en de meeste personen die geplaatst kunnen worden onder de overkoepelende term diaspora hebben te maken met verschillende vormen van en van toepassing hierop. Cohen typeert negen karakteristieken van diaspora (Cohen 1997 p 26):
1.Verjaagd uit het herkomstland, vaak traumatisch, naar meerder buitenlandse regionen.
- Alternatief, de uitbreiding van een herkomstland op zoek naar werk, handel of koloniale ambities.
- Een collectief geheugen en mythe over het herkomstland, inclusief de locatie, geschiedenis en prestaties.
- Een idealisatie van het vermeende ouderlijke land van herkomst en de collectieve trouw aan het onderhoud, restauratie, veiligheid, welvaart en zelfcreatie van het herkomstland.
- De ontwikkeling van een terugkeer beweging met een collectieve goedkeuring.
- Een sterke etnische groep die over een langere periode bewust is gebleven van hun onderscheid, met een gezamenlijke geschiedenis en een geloof in een gezamenlijk lot.
- Een verstoorde relatie met de gastmaatschappij, ten minste duidend op een gebrek aan acceptatie of de mogelijkheid dat een ander calamiteit de groep overkomt.
- Een gevoel van medeleven en solidariteit met de co-etnische leden in andere landen.
- De mogelijkheid van een eigen creativiteit, verrijken van het leven in een
gastland met tolerantie voor meervoudige groepen
Surinamers in Nederland zijn over het algemeen jong en goed opgeleid. Hierdoor vormen zij een groot sociaal kapitaal.
Nederland maakt echter weinig gebruik van de mogelijkheden ze goed in te zetten, waardoor veel kapitaal verloren gaat. Veel Surinamers krijgen uiteindelijk een functie ver beneden hun opleidingsniveau. Behalve dat dit geen goede ontwikkeling is voor de Nederlandse economie, frustreert het de Surinamers . Daarbij komt nog dat hoe meer een Surinamer verdient, des te meer geld hij voor familieleden in Suriname stuurt (Ghosh 2006). Binnen de netwerksamenleving hebben Surinamers verschillende mogelijkheden om een bijdrage te leveren aan de sociaal economische ontwikkeling van het land van herkomst. In tijden van economische en financiële instabiliteit kunnen deze geldstromen ook voor een ongecontroleerd kapitaalgevecht zorgen.
Informele systemen kunnen voor een basis zorgen van witwas praktijken en financiering van criminele en terroristische activiteiten en eventueel burger oorlogen (Ghosh 2006). Een Surinamer kan als individu niet veel veranderen, maar wanneer hij een symbool kan vormen en een beeld kan genereren dat andere Surinamers aanspreekt, kan hij een netwerk vormen van eensgezinde die gezamenlijk bestaande structuren zouden kunnen aanvechten ten bate van hun ideeën (Castells 2000). Eigenlijk is dit een theoretische, beter gezegd utopische optie omdat de praktijk uitwijst dat Surinamers in Nederland als los zand ten opzichte van elkaar hangen. Op het roemruchte maar even beruchte kwakoe-festival uit 2006 had een aantal verbolgen sprekers van zich doen horen door flink uit te halen naar de Surinaamse politici in de Nederlandse s’ lands –en gemeente politiek. Volgens de sprekers zouden Surinaamse magistraten in vergelijking met hun Turkse-en Marokkaanse collega’s , volstrekt niets voor hun achterban hebben willen doen. Als Surinaamse initiatiefnemers iets organiseren wordt er naast de uitnodigings-lijst ook een aparte lijst aangelegd van personen die om zeer banale redenen, vaak aangedreven door een domme kracht, niet zullen worden uitgenodigd ook al betreft het uitblinkers.
In Nederland zijn Surinamers niet georganiseerd maar zijn per individu verdampt in de Nederlands sociale atmosfeer. De mate waarin Surinamers georganiseerd zouden zijn zou deels de effectiviteit van hun aanwezigheid in de Nederlandse samenleving kunnen bepalen. Goed georganiseerd zijn zorgt voor een sterkere positie in de gastmaatschappij en een sterker uitgangspunt om veranderingen te kunnen doorvoeren in het herkomstland. Georganiseerd zijn heeft als voordeel dat projecten makkelijker op te zetten zijn om zo structurele veranderingen voor elkaar te krijgen.
Hoe beter Surinamers zouden zijn georganiseerd des te groter bijvoorbeeld de mogelijkheid zou zijn om projecten als (tijdelijke) terugkeermigratie te verwezenlijken. Georganiseerd zijn biedt de migrant in het algemeen schaalvoordelen op t.o.v. de niet georganiseerde. Ook zorgt het ervoor dat deze groep van migranten eerder gehoord worden en dus meer invloed hebben.
Misschien zou als belangrijkste rol die Surinamers zouden kunnen vervullen, een brugfunctie met het herkomstland en gastland kunnen zijn. Zij zouden vanwege hun positie een brug kunnen slaan tussen beide maatschappijen. Vele Surinamers hebben de achtergrond kennis van het herkomstland. De meeste onder hen weten waar de behoefte liggen en zij hebben soms de mogelijkheden contacten te leggen. Zij kunnen dus fungeren als knooppunten binnen het netwerk.
Hiervoor moeten zij zich echter wel goed organiseren. Dit is nodig, omdat anders niet de contacten en bekendheid kunnen worden aangegaan om ook echt als knooppunt te kunnen functioneren. Het grootste probleem dat door de theorie van Castells wordt beschreven is de sociaal economische uitsluiting van mensen en gebieden, de zogenaamde ‘social exclusion’. Om dit op te heffen zouden Surinamers kunnen optreden als bruggenbouwers tussen henzelf en andere Surinamers in Nederland. Helaas gaat dit voor Surinamers niet op. Er bestaan geen Surinaamse organisaties die bijvoorbeeld door middel van netwerking zouden kunnen zorgen voor een aansluiting bij het globale systeem. Maar zoals alles met een geschiedenis, zijn ze onderhevig aan een constante transformatie. Deze transformaties worden teweeg gebracht door een invloed van geschiedenis, cultuur en machtsrelaties. Bij de positionering van individuen binnen deze benadering van culturele identiteit, is het van belang waar het individu zich plaatst binnen de lijnen van het verleden. Duidelijk mag zijn, dat culturele identiteit niet een gefixeerd object is. Toch is het iets. Wanneer je de werken van Castells over de netwerksamenleving er op na slaat, zou je culturele identiteiten het beste kunnen zien als een stroming, niet gefixeerd maar aan verandering onderhevig (Castells 2000). Diaspora is dus niet gefixeerd maar een stroming.
Natuurlijk zegen deze kenmerken niet alles over bijvoorbeeld de relatie tussen diaspora van Surinamers in Nederland en de globalisatie, de netwerksamenleving. Maar het kan wel dienen ter verduidelijking met welke groep je te maken hebt. Het geeft aan dat er een relatie bestaat tussen de diaspora in het gastland en het herkomstland. Diaspora kan binnen de globalisatie ook worden geplaatst in ander vormen van relaties. Er zijn diverse vormen van relaties. Ten eerste is er de relatie binnen de groep in een gastmaatschappij van diaspora onderling. Ten tweede zijn er ook relaties tussen de diaspora en andere etnische groepen binnen een gastmaatschappij. Ten derde zijn er relaties tussen de diaspora en personen en instanties van het gastland. Deze kunnen de sociale gedaante van de diaspora vormen. Belangrijk hierbij is, of deze relatie vriendelijk of vijandig is. En hoe is de publieke opinie over deze Surinaamse groep van diaspora in de gastmaatschappij? Ten vierde kunnen we ons afvragen of er relaties bestaan tussen Surinamers als een diaspora groep in Nederland en met een diaspora in bijvoorbeeld een ander land? En wat de basis is van hun connectie.
UNITEDNEWS
