DE ENERGETISCHE TRANSITIE VAN SURINAME: REALISTISCHE KANSEN EN NOODZAKELIJKE KEUZES

Elektriciteit is de levensader van economische groei en sociale ontwikkeling in elk land. Voor Suriname geldt dit des te meer. In een tijd waarin onze economie klaargestoomd wordt voor een olie- en gasboom, is het essentieel dat onze elektriciteitsvoorziening niet alleen beschikbaar, maar ook betaalbaar en betrouwbaar is.

Suriname beschikt momenteel over een geïnstalleerd vermogen van circa 550 megawatt (MW), waarvan 189 MW afkomstig is van de Afobaka-dam. Echter, deze waterkrachtbron levert minder op tijdens droge maanden, wat de betrouwbaarheid en beschikbaarheid onder druk zet.

Onze landelijke piekvraag ligt nu al rond de 250 MW, vooral in het droge seizoen. Met een jaarlijkse verwachte groei van rond de 9% in elektriciteitsvraag – gedreven door industriële expansie, digitalisering en de opkomende olie- en gassector – zal deze vraag naar verwachting binnen 5 jaar de 400 MW overschrijden.

De afbouw van overheidselecticiteit-subsidies heeft geleid tot marktconforme tarieven voor bepaalde groepen met name voor bedrijven en hogere inkomensgroepen. Terwijl dit beleid financieel begrijpelijk is, zorgt het voor verhoogde lasten bij productiebedrijven en dienstverleners. Voor veel ondernemingen is het nu rationeel aantrekkelijker geworden om zelf in hernieuwbare energie, vooral zonne-energie, te investeren.

De terugverdientijd van een zonnesysteem ligt momenteel rond de 7 jaar, waarmee het niet alleen ecologisch verantwoord is, maar ook economisch aantrekkelijk.  De Finabank heeft onlangs getekend om haar hoofdkantoor en al haar filiale op zonne-energie re zetten.

Een duurzame elektriciteitsvoorziening vereist diversificatie. De overheid zet volgens het nationale Energy Sector Plan (20-jarenplan) zwaar in op:

  • Zonne-energie
  • Windenergie
  • Aardgas als transitiebrandstof (lagere CO₂-uitstoot dan diesel en HFO)

Suriname beschikt over twee grote kansen op het gebied van hydro-energie:

  • Het Tapajai-project in het oosten, waarmee het debiet van de Brokopondo-stuwdam significant verhoogd kan worden. Dit kan de huidige capaciteit van 189 MW potentieel verdubbelen. Er is echter veel ruis over dit project vanwege de impact die het kan hebben op mens en milieu.
  • In het westen is er een waterkrachtoptie die wij kennen als het kabalebo project, met een geschat potentieel van ruim 500 MW. Dit vereist wel nieuwe infrastructuur en grootschalige investeringen en draagvlak creeren bij de bewoners in de omgeving.
  • In Nickerie is reeds een zonnepark van 2 MW
  • In Paramaribo en omgeving kan de EBS volgens experts 20 tot 40 MW aan zonne-energie vermogen te integreren zonder te grote risico’s voor netstabiliteit.
  • In afgelegen dorpen kan zonne-energie een einde maken aan de kostbare dieselgeneratie die nu slechts 4 tot 5 uur stroom per dag biedt. Een overstap naar zonnesystemen kan deze dorpen 24-uursstroom geven met lagere operationele kosten.
  • Een innovatief project is reeds in volle voorbereiding waarin rijstkaf omgezet wordt in energie. Hiermee wordt afval omgezet in toegevoegde waarde en energieonafhankelijkheid.
  • Windenergie is bewezen haalbaar volgens studies. De overheid zou particuliere investeerders moeten uitnodigen om deze markt te betreden via concessies of publiek-private samenwerkingen.

De energietransitie in Suriname is geen abstract ideaal, maar een noodzaak én een kans. Met concrete stappen zoals:

  • Investeringen in zonneparken en systemen,
  • Het bespreekbaar maken van potentiele waterkrachtprojecten,
  • Inzet van gas als overgangsbrandstof,
  • En stimulering van bio- en windenergieprojecten,

Hiermee kunnen we niet alleen de toenemende elektriciteitsvraag opvangen, maar ook onze ecologische voetafdruk verkleinen én onze positie als energieleider in het Caribisch gebied behouden.

Wat nu nodig is, is beleid met lef, partnerschap met de private sector, en duidelijke langetermijnkeuzes.

PERSBERICHT|SEC

Facebook Comments Box