DE PETRO-EURO: FEIT OF FICTIE


Iran wil haar olie verhandelen in euro’s, niet in de gebruikelijke dollars.

Dat is vooral een praktische overweging om twee redenen.

Eén: Iran doet quasi uitsluitend zaken met Europese oliebedrijven, zoals het Franse Total en de Spaanse raffinaderij Cespa.

Twee: Rusland is nauw betrokken bij de uitbouw en update van de verouderde Iraanse oliereserves. Rusland heeft al meermaals de intentie geuit om de petrodollar onderuit te halen (1, 2).

Bijkomend duwen de geopolitieke spanningen tussen sjiieten en soennieten (lees: Perzen en Saoedi’s) Iran steeds meer richting andere opties dan de petrodollar. Gezien de crisis van de roebel is de euro dan de meest voor de hand liggende optie.

Eerder werd al een deal met India gesloten om olie in rupees te verhandelen.

Tenslotte hoopt Rusland op die manier Europa te paaien, zodat het in Europa bevroren Iraanse assets kan loswrikken. Dat lijkt voorlopig wishful thinking.

Iran’s pleidooi tegen de petrodollar is oud nieuws. Al in 2007 probeerde Iran OPEC ervan te overtuigen om de dollar te dumpen. Zonder succes.

Voor de euro is de deal alvast goed nieuws. Het kan immers stukje bij beetje haar voet naast de dollar zetten als belangrijke reservemunt. Dat is, los van iemands persoonlijke idee over de euro, een stap vooruit in een belangrijker verhaal: de strijd tegen de hegemonie van de petrodollar.

Na de demarche van de Chinezen om olie in yuan te verhandelen en de Russische voornemens om over te schakelen op oliehandel in roebels, zet de petrodollar steeds verder onder druk.

Bovendien zorgt de schalieboom er hoe langer hoe meer voor dat de Amerikanen zelf minder afhankelijk worden van de internationale oliemarkt. Dat betekent dat de rol van de Amerikanen als belangrijkste speler op de internationale oliemarkt steeds verder taant, en de druk op de petrodollar steeds groter wordt.

Xavier Everaert

Facebook Comments Box