DE WETTELIJKE OPSTAP NAAR ECONOMISCHE ‘GROENE GROEI’
Met een bosdekking van 93 procent is Suriname het ‘groenste land’. Om hier duurzaam munt uit te slaan, is nieuwe natuurbeschermingswetgeving noodzakelijk. Conservation International (CI) Suriname heeft 10 augustus de conceptwet ‘Duurzaam Natuurbeheer’ aangeboden aan DNA-voorzitter Jennifer Geerlings-Simons. Ook het ministerie van Ruimtelijke ordening en Grond- en Bosbeheer (RGB) ontving een exemplaar.
Suriname kent een ontbossingstoename van duizend procent in de afgelopen zes jaar. Dat klinkt schrikbarend. Maar het gaat om relatieve cijfers. De ontbossing was met 0,01 procent per jaar zo minimaal, dat je met een stijging naar 0,11 procent dus culminerend op duizend procent uitkomt.
Toch is alertheid geboden. “Het ontbossingpercentage is een gemiddelde maar er zijn specifieke gebieden die 1 procent of zelfs hoger hebben. Dan gaat het echt snel”, waarschuwt John Goedschalk, directeur van CI-Suriname. De aangeboden conceptwet moet de wettelijke opstap zijn voor Suriname naar economische ‘groene groei’, waarbij duurzaam natuurbeheer hand in hand gaat met economische ontwikkelingen en diversificatie.
Wereldmodel
De natuurbeschermingswet uit 1954 gold tot eind jaren ’90 als ‘model voor de wereld’. Inmiddels totaal ‘gedateerd’ geraakt door voortschrijdende inzichten en internationale ontwikkelingen. “De huidige wet is zwartwit”, verduidelijkt Goedschalk. “Een natuurgebied is óf gewoon domeingrond – waar van alles mag – óf volledig beschermd waar niks mag en iedereen moet verhuizen. Met deze nieuwe wet heb je acht verschillende vormen van natuurbeheer. Van heel strikt naar veel minder strikt, met zelfs commerciële doelstellingen.”
Suriname heeft 2,1 miljoen hectare aan beschermde natuur. Goedschalk: “Als je er volgens die zwartwit-lijn niets mag doen, dan vat het algemeen idee post dat dit geen onderdeel meer is van onze economische structuren, dus gaan we er ook niet in investeren. De mindset is alsof we iets hebben weggegeven aan de wereld.”
Het doel van de conceptwet is dat beschermd bos ook economische waarde krijgt en andere inkomstenbronnen ontstaan dan houtkap en goudwinning. Gekeken wordt naar Costa Rica, waarheen de nodige studiereizen zijn gemaakt. Daar is (natuur)toerisme een miljardenindustrie en zijn natuurparken aanjagers van de economie. In Costa Rica, vertelt Goedschalk, wordt bij de instelling van een natuurpark van begin tot eind overwogen hoe het ‘economisch, sociaal, maatschappelijk en natuurtechnisch’ bijdraagt. “Met deze nieuwe wet kunnen we ook dat soort instellingen hebben. Dat er bedrijvigheid is en banen worden gecreëerd. En dat lokale gemeenschappen daarin een hele belangrijke rol kunnen krijgen. Die hebben ze nu geheel niet.”
Internationaal vereiste
De natuurbeschermingswet van 1954 houdt ook geheel geen rekening met de grondenrechten van inheemse en tribale gemeenschappen. ‘Beschermd’ betekent: de boel gaat potdicht; met uitzondering dat er voor levensonderhoud ‘beperkte activiteiten’ mogen plaatsvinden door lokale leefgemeenschappen. De conceptwet Duurzaam Natuurbeheer bepaalt daarentegen, dat als zij het niet mee eens zijn, de instelling van een beschermd natuurgebied niet gebeurt. Het is overigens internationaal vereiste en Suriname heeft ingestemd met de VN-Verklaring over de Rechten van Inheemse Volkeren. Voorts stelt de conceptwet dat als er geen consensus is over wat onder leefgebied valt, het ook niet mag worden ingesteld als beschermd natuurgebied. Goedschalk: “Dus op meerdere niveaus zijn er veiligheidskleppen ingebouwd.”
Het ministerie van RGB is formeel initiatiefnemer en de rol van CI en het wereldnatuurfonds WWF is daarin ‘ondersteunend’ geweest. De conceptwet wordt kenmerkt door de brede consensus waarmee zij tot stand is gekomen. Een ‘uniek proces’ voor Suriname. Consensus en breedgedragen als hoofdvereiste, anders kan je internationaal ook fluiten naar projectfinanciering.
Vier pilaren
De conceptwet is een van de vijf juridische producten van het ‘Project Onze Natuur Op1’. Er is ook een ‘conceptwet Natuur Autoriteit’ gemaakt en een ‘gap’-analyse over wat ontbreekt in de huidige wetgeving. Naast politiek draagvlak creëren, de wetsproducten en adviesgroepen is nauwe betrokkenheid (‘engagement’) van stakeholders een van de vier ‘pilaren’ waarop de conceptwet Duurzaam Natuurbeheer gestoeld is. Zo’n tachtig stakeholders zijn nauw betrokken: uit gelederen van de overheid, het bedrijfsleven, ngo’s, natuurbeschermingsorganisaties en – uiteraard – inheemse en tribale gemeenschappen. Voor stakeholders zijn drie ‘engagementworkshops’ gehouden en acht meetings voor ‘thematische discussies’. Dit heeft geresulteerd tot uiteindelijk 400 ‘suggesties’ en de vijfde versie van de conceptwet.
“Dat is een geslaagde feedback”, zegt projectleidster Erlyn Power tevreden. “De bijdrage van stakeholders is van goede kwaliteit. Ze zijn vanaf het begin betrokken geweest bij het gehele proces.” In maart 2017 is het project gestart. “We hebben veel gedaan in een vrij kort tijdbestek. Alle leden van het projectteam hebben keihard gewerkt. We zijn maar twee maanden op de gestelde deadline uitgelopen en dat vind ik heel netjes.”
De conceptwet is na vertaling ook door ervaren internationale CI-collega’s grondig doorgenomen. Een buitenlandse consultant heeft vergelijkingsstudie verricht over landen in de regio met een nieuwe natuurbeschermingswet. Power: “We hoefden dus het wiel niet opnieuw uit te vinden omdat je zoveel facetten kan overnemen.”
Goedschalk is zelfverzekerd over de wetsaanname. “De DNA-voorzitter is absoluut honderd procent aan boord en ziet de noodzaak ervan in, het deze regeerperiode nog gedaan te krijgen. Wij hebben geen last van politieke overwegingen en hebben een technisch document opgeleverd. Het is voorstelbaar dat politici wat aanpassingen zullen willen. Maar we hebben graag dat de aard zoals wij dat hebben neergezet – echt open en transparant – in tact blijft.”
Bevlogen: “We moeten weer trots worden op onze natuurreservaten. Dat is alleen mogelijk als we zien hoe ze ons kunnen helpen in onze ontwikkelingsvraagstukken. Als we dat niet doen, vrees ik dat ze verder zullen degraderen en de hele nalatenschap van Suriname met onze natuurparken, verloren zal gaan.”
UNITEDNEWS

