In deze context ziet Dilma de toenadering van het Palácio do Planalto met milities als een contradictie voor de strijdkrachten die volgens haar “een strategische rol spelen in de uitvoerende macht omdat ze lijken te functioneren als de politieke partij die Bolsonaro ondersteunt”.

Voor Dilma, afgezet na een impeachment procedure in 2016, zijn er twee verontrustende aspecten bij de huidige politieke situatie. Het eerste aspect is de steun die de regering nog steeds geniet bij de financiële elite, de strijdkrachten en de politie (“Hoe ver zullen ze hierin gaan? Tot er een scheuring komt?” ). Het tweede aspect is de aard van de scheuring die volgens haar aan de gang is met Bolsonaro, en die anders zal zijn dan een klassieke staatsgreep zoals in de jaren zestig en zeventig. De strategie, zo analyseert Dilma, bestaat erin om te radicaliseren om vervolgens, afhankelijk van de reacties, een stap terug te zetten – alhoewel nooit helemaal – geleidelijk aan het evenwicht van de democratie aan te tasten: “Vergelijk de democratie met een boom. Een militaire coup hakt die boom gewoon om.

In de nieuwe staatsgreepjes – en daar ben ik er eentje van, met een afzetting zonder geldige redenen – wordt de boom stilaan aangetast door schimmel en parasieten die de instituten van binnenuit aantasten”, aldus Dilma.

De analyse van de ex-president houdt in dat haar afzetting en het Lava Jato onderzoek moeten gezien worden als onderdelen die Bolsonaro aan de macht brachten. Vandaar ook dat Dilma op dezelfde lijn staat als Lula die kritiek heeft op tegenstanders van Bolsonaro die zich nu verenigen en tegen hem protesteren via een manifest, zoals ex-president Fernando Henrique Cardoso, ook al benadrukte deze laatste dat hij zich niet zou integreren in een anti-Bolsonaro front met ex-minister van Justitie Sérgio Moro: “Moro is een centrale figuur die rechtstreeks verantwoordelijk is voor de komst van Bolsonaro”. De belangrijkste factor waarom Dilma tegen een dergelijk front is, bestaat uit het programma: “Waarom samenspannen? Historisch gezien lost de ondertekening van een manifest niets op en resulteert dat hooguit in een minimaal project. Samenspannen volstaat niet. Men moet samenwerken om Bolsonaro te verwijderen en iets in zijn plaats te zetten. Een front moet tenminste een programma hebben. Voor Brazilië bestaat er maar één manier om de democratie te redden, met name Bolsonaro verwijderen”.

Rousseff ziet dergelijke manifesten hooguit als een element in het debat over het al dan niet verder bestaan van deze regering. Naast het ontbreken van de steun van de elite, is er ook een gebrek aan sociale mobilisatie tegen de regering, dit alles in een context van een ernstige pandemie waardoor een eventuele opstap van de president nog ver weg is: “Mocht ik een pessimist zijn, dan kwam ik niet eens uit mijn bed. Maar ik ben geen pessimist. Ik beschik over datgene wat Gramsci omschreef als ‘het pessimisme van de rede, en het optimisme van de wil’. De wil transformeert zich, maar je mag de realiteit niet uit het oog verliezen. Ik vind dat we de nodige voorwaarden moeten scheppen om Bolsonaro te verwijderen”, aldus Dilma.

Ondertussen ziet de ‘petista’ met bezorgdheid hoe Brazilië probeert te navigeren door de economische- en gezondheidscrisis. Zij sluit een “ramp” of “sociale chaos” niet uit indien de regering stopt met de financiële noodhulp aan de armsten onder de bevolking, en de informele werkers die hun inkomen verloren door de pandemie. Rousseff kijkt ook met argwaan en wantrouwen naar een toekomstig minimum inkomen, het voorstel tot een hervorming van de Bolsa Família en andere sociale uitkeringen door minister Guedes (Economie), en geeft toe dat het beter zou geweest zijn indien de PT deze inkomensoverdracht destijds had vastgelegd via een wet: “Wat Paulo Guedes wenst, is een besparing doorvoeren op de rug van de allerarmsten”, zo bekritiseert zij.

Op wereldvlak gelooft Dilma in een progressieve oplossing voor de crisis: “Er komt een verhoging van belastingen op grote vermogens, grote patrimonia en op grote vermogenswinsten. Waarom? Omdat er nergens anders nog geld beschikbaar is”, zo voorspelt zij: “Ik ben niet de enige die dat zegt. Martin Wolf, de grootste econoom bij de Financial Times, zegt hetzelfde, iemand die je er moeilijk van kan beschuldigen Bolivariaans te zijn”.

Op het vlak van verkiezingen ziet Dilma een volatiele omgeving: “Wat er in de Verenigde Staten gebeurde, is een explosie van het ras en tegen de ongelijkheid, door de absurde dood van George Floyd. Dat kan ook in Brazilië gebeuren. Wij weten niet hoe de mensen gewelddadige situaties, ongelijkheden, racisme en ziekte zullen ervaren. Dit zal zeker invloed hebben op de gemeentelijke verkiezingen”. En hoe zit het dan in 2022? Voor Dilma is het nog te vroeg om een tendens aan te wijzen, alhoewel ze een grens trekt die bepalend kan zijn.

https://www.aljazeera.com/mritems/imagecache/mbdxxlarge/mritems/Images/2018/4/11/4ffaf1478fd343eea5804276b3f2057e_18.jpgZij bevestigt dat Lula, haar mentor, niet wil deelnemen aan het dispuut, ook al omdat hij veroordeeld werd en wettelijk niet eens kan deelnemen. Wie dan wel? Dilma denkt aan namen uit “hetzelfde kamp”, zoals Flávio Dino (PCdoB), de gouverneur van Maranhão, maar niet Ciro Gomes (PDT) waarbij duidelijk wordt dat de wonden die in 2018 geslagen werden, nog niet geheeld zijn.

REGIO

https://unitednews.sr/wp-content/uploads/2020/01/OTNV.gif