FEITEN VS. FRAMING: DE ONTHULLING VAN EEN GEÏNDOCTRINEERD LEUGEN OFFENSIEF

PARAMARIBO – De Vereniging van Economisten in Suriname (VES) heeft onlangs forse kritiek geuit op de financiële nalatenschap van het vorige bewind (2010–2020). Volgens de VES heeft de vorige regering Suriname achtergelaten in een ‘financiële puinhoop’. Maar hoe stevig is deze bewering als we de feiten onder de loep nemen? Officiële cijfers vertellen een ander verhaal.

De staatsschuld is tijdens het bewind van 2010  -2020 inderdaad toegenomen, maar bleef binnen de internationaal aanvaarde grens van 80% van het bruto binnenlands product (BBP). Zoals bevestigd in internationale en nationale rapportages was de schuld ratio rond de 72% en in 2020 rond de 84%. In 2020 bedroeg de totale binnenlandse schuld volgens de statistieken van SDMO (Bureau voor de Staatsschuld) SRD 13 miljard en de totale buitenlandse schuld USD 2 miljard.

https://sdmo.org/documenten/tabellen/statistieken_verloop_staatsschuld/Jaar_statistieken/Tabel-4.pdf

Hetgeen vastgesteld kan worden met een minimaal onderzoek toont aan dat de binnenlandse schuld is toegenomen per maart 2025 tot een explosief bedrag van SRD 30 miljard en de buitenlandse schuld per maart 2025 USD 2.9 miljard bedraagt.

binnenlandse schuld maart 2025: https://sdmo.org/documenten/tabellen/statistieken_verloop_staatsschuld/Maand_statistieken/Tabel-2025-2.pdf

buitenlandse schuld maart 2025: https://sdmo.org/documenten/tabellen/statistieken_verloop_staatsschuld/Maand_statistieken/Tabel-2025-1.pdf

Dat ook de tweede kamer van Nederland als mede de VES deze simpele verificatie kunnen maken geeft voldoende aan dat dit een discussie moet zijn op basis van verifieerbare waarheden.

Het verwijt dat de leningen zijn besteed aan consumptieve doeleinden in stede van productieve doeleinden snijdt ook geen hout daar wij allemaal wel weten hoe de Oppenheimer leningen, de leningen van ISDB en IDB zijn besteed. Bij ampele natrekking ter verificatie bevestigd het jaarverslag van Staatsolie en het jaarverslag van de Centrale Bank dat het grootste deel van de buitenlandse schuld productieve bestedingen zijn geweest. Immers het terug verdienen van deze investeringen hebben gemaakt dat onder meer STAATSOLIE nu in vijf jaren reeds meer dan USD 2 miljard heeft bij gedragen aan de STAATSKAS.

Belangrijker nog: de bestedingen van de overheid zijn aantoonbaar via reguliere begrotingsprocedures en dienden concrete doelen. Zo vermeld het financieel jaarplan 2023 (www.gov.sr) de investeringen in de publieke sector en de private sector. Dit is wederom bevestigd in het jaarverslag van de Algemene Rekenkamer 2016 -2019. Transparantie was hierbij geen loze belofte; de uitgaven zijn publiekelijk vastgelegd.

Indien de VES zich druk maakt om consumptieve bestedingen is de vraag hoe de lening van IMF USD 680 miljoen dan gekwalificeerd moet worden. Een begrotingssteun om aan je staatsverplichtingen te voldoen is immers een consumptieve besteding. Nu wij ook weten dat dit niet is besteed aan ontwikkelingsinvesteringen of ter behoud van een sociaal vangnet.

De loze kreten die ons destijds zouden moeten desillusioneren zoals Staatsolie is verpand, de staatskas is leeg, financiële ravage heeft gemaakt dat wij door het buitenland zijn wakker geschud om de verifieerbare onwaarheden onder de loep te nemen.  

Want het is de Nederlandse regering en tweede kamer in een onlangs gehouden persmeeting waar duidelijk werd dat de schulden wel degelijk zijn toegenomen. Dat de schuldherschikking met China helemaal niet is opgelost. Het is dezelfde Nederlandse regering die verwijst naar internationale bronnen, waaronder het IMF article IV rapport en aangeeft dat de inflatie, koersstabiliteit en SRD liquiditeiten onder controle waren in de periode 2016 – 2019.

Het IMF stelt in haar article IV rapport van 2019[1] (december 2019) het volgende:

De Surinaamse economie groeit gestaag met een lage inflatie. Het reële bbp groeide met 2,6 procent in 2018, na 1,8 procent in 2017. De groei van de activiteit is breed gedragen met uitbreidingen in groot- en detailhandel, bouw, hotels, restaurants en productie, terwijl mijnbouw is stabiel gebleven. De inflatie is gedaald tot onder de 5 procent, voornamelijk als gevolg van wisselkoersen stabiliteit en controle over overtollige liquiditeit. Het werkloosheidspercentage was 7,6 procent in 2017 en zal naar verwachting verder zijn gedaald in 2018. Het reële bbp zal naar verwachting jaarlijks met 2¼ toenemen tot 2½ procent in 2019-24, terwijl de inflatie naar verwachting laag zal blijven. Echter, de balans van de risico’s voor deze vooruitzichten is negatief, voornamelijk als gevolg van begroting onevenwichtigheden. Het algemene begrotingstekort zal naar verwachting uitkomen op 8,6 procent van het bbp in 2019, terwijl de overheidsschuld hoog blijft rond 72 procent van het bbp.

Deze bevestiging geeft ook het jaarverslag van Bureau voor de Staatsschuld in haar onlangs gepubliceerd jaarverslag 2019 gedateerd 24 augustus 2024. Het is zeer merkwaardig en opmerkelijk dat nog de VES nog SEOB enigszins wat heeft gerapporteerd over de inhoud van dit jaarverslag. Dat de financieel-economische situatie pas echt ontspoorde na de machtsoverdracht in 2020 waarbij een koersunificatie van SRD 7.52 naar SRD 14.29 directe invloed heeft gehad op de importen en prijzen in ons land behoeft geen betoog. Echter dat daarmee onder de regering-Santokhi de inflatie explodeerde met een cumulatieve stijging van meer dan 685%, verloor de SRD fors aan waarde en koopkracht (van 7,52SRD naar 41SRD per USD). Het is niet noemenswaardig dat een minister van Financiën zelf aangeeft dat de OMO niet het gewenste resultaat hebben gehad. Wij kennen nog “de dure leergelden” die door het volk moet worden betaald. Evenmin onverteerbaar de ongebreidelde overbestedingen buiten de begroting die zich in de afgelopen maanden hebben voorgedaan. Ter vergelijking was de totale liquiditeiten van SRD in omloop maart 2020 nog rondom de SRD 9 miljard. Hetgeen nu volgens de statistieken van de CBVS is opgelopen naar een schrikbarend SRD 31 miljard.

Politieke framing of feitelijke onderbouwing?

Het contrast tussen de cijfers en de beweringen van de VES en zogenaamde Spin doctors is opvallend. Waar de economistenvereniging een beeld schetst van financieel wanbeleid en het huidig beleid verdedigen, tonen de feitelijke data van internationale en nationale rapportages een totaal ander beeld.  Dat de huidige economische situatie verre van stabiel is tot daar aan toe. Maar om dat toe te schrijven aan de conto van de vorige regering is niet anders dan trachten het volk te indoctrineren met een aperte leugen van verifieerbare onwaarheden.

Het lijkt er dan ook sterk op dat de uitlatingen van de VES eerder politiek gekleurd zijn dan gebaseerd op objectieve analyse. In een tijd waarin Suriname snakt naar helderheid en vertrouwen, verdient het publiek méér feiten en minder framing.

[1] IMF Press Release No. 19/456 Article IV report 2019 page 2

UNITEDNEWS

GERELATEERD AAN: Geen-noodzaak-tot-speculatief-handelen-op-de-valutamarkt

Facebook Comments Box