HET INSTELLEN VAN EEN TRAININGSAUTORITEIT KAN EN MOET DE REDDING WORDEN VOOR HET BEROEPSONDERWIJS EN DE WERKGELEGENHEID IN SURINAME.
Daarvan zijn alle partijen in De Nationale assemblee het over eens. De behandeling van de wet die het Nationaal Trainingsautoriteit Suriname, een wettelijke grondslag moet geven wordt in het college gezien als een wet waaraan hoge prioritiet moet worden gegeven en de instelling van het instituut zo goed als mogelijk moet worden ingericht om optimaal te kunnen functioneren.
Met de komst van het instituut is het de bedoeling om het beroeps en technisch onderwijs, voorzien van een certificaat en een keurmerk goed af te stemmen op de eigen Surinaamse, maar ook de internationale markt. Zowel coalitie als oppositie hebben hun waardering uitgesproken dat de regering, hoewel laat, in vergelijking met andere landen in de regio, de komst van de autoriteit hoog op de politieke agenda heeft geplaatst. Met een gecertificeerd technisch beroep, voorzien van een keurmerk wordt ingespeeld op het vrij verkeer van technische beroepen in eerste instantie in de regio, maar ook daarbuiten. Voor het Surinaams onderwijs en onderwijs instituten betekent het dat zij gericht kunnen inspelen op de vraag en het aanbod op de arbeidersmarkt. Parlementariër Riad Nurmohamed (VHP) wil van de regering weten als er marktonderzoek is gedaan, naar welke beroepen en sectoren prioritiet moet worden gegeven. Dit onderzoek moet zich ook richten op de behoefte in het buitenland.
Verkeerde scope
Hoe goed de regering het ook meent met deze wet en hoe eensgezind coalitie en oppositie ook zijn over de komst van het instituut, bleek dinsdag wel, dat de regering met de ingediende wet een totaal verkeerde scope heeft over wat de trainingsautoriteit zou moeten zijn en hoe het moet functioneren. De discussie in het parlement was sterk gericht op hervormingen die in het onderwijs zouden moeten plaatsvinden en waar aan de autoriteit een belangrijke rol werd gegeven.
Het waren NPS parlementariër Patricia Etnel en assembleevoorzitter Jennifer Geerlings Simons (NDP) die opmerkten dat de voorgenomen Surinaamse variant totaal verschilt met de Caribbean Association of National Training Authorities (CANTA).
De instelling van de Surinaamse autoriteit is een verplichting die het land heeft in de Caricom. Etnel en Simons wijzen er op dat de verschillende trainingsautoriteiten aangesloten bij CANTA, puur trainingsautoriteiten zijn die waken over de kwaliteit van technische beroepen ( skilled Labor) en helemaal niets te maken hebben met het onderwijs en de inrichting van onderwijsinstituten. De bedoeling van de Caribische associatie is overigens vrij duidelijk, Bestaande technische beroepen, kunnen wanneer die voldoen over een bepaalde kwaliteit waarover de autoriteit zal waken, worden gecertificeerd en voorzien va een keurmerk. Door de verkeerde scope blijkt dat het voorbereiden en opmaken van deze wet een aangelegenheid is geweest van het ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur. Dit terwijl het bij de trainingsautoriteit helemaal niet gaat om onderwijs, maar om arbeid en economische zaken. Het ministerie van Arbeid en in zekere mate dat van Handel en Industrie zouden belast moeten worden met deze wet en de autoriteit en niet onderwijs. “Ik zie ook de minister van arbeid niet hier aanwezig”, merkte Simons op tijdens de openbare vergadering. Van de regering wordt gevraagd bij haar beantwoording een duidelijke afbakening te maken en de richtlijnen van de CANTA en de internationale arbeiders organisatie (ILO) strikt na te leven.
UNITEDNEWS
