Adam John Ritchie houdt zich als onderzoeksleider aan het Jenner Institute van de Universiteit van Oxford al jaren bezig met het ontwikkelen van goedkope vaccins. En toen kwam corona.

Richie en zijn team gingen samenwerken met de Zweedse farmaceut AstraZeneca om zo snel mogelijk een coronavaccin te ontwikkelen. Anderhalf jaar later zegt de wetenschapper tegen het Amerikaanse nieuwsblad Politico dat hij helemaal kapot is.

Zijn vaccin is weliswaar goedgekeurd in de EU, maar wordt algemeen gezien als tweederangs. In de VS is AstraZeneca zelfs nog altijd niet toegelaten en berichten over bloedpropjes en andere bijwerkingen zorgen ervoor dat het vaccin meel minder wordt ingezet dan de bedoeling was. In Nederland is het vanaf april alleen nog toegediend aan mensen tussen de 60 en 64 jaar. De mislukking is onafwendbaar en dat is vooral slecht nieuws voor ontwikkelingslanden in Afrika.

Terwijl de meeste Europese landen vooral gebruik maken van de mRNA-vaccins van Moderna en BioNtech/Pfizer is de situatie voor zwakkere Afrikaanse landen een stuk gecompliceerder. Veel landen blijven met overtollige AstraZeneca-doses zitten. Volgens Ritchie ligt de schuld daarvoor niet alleen bij het Zweedse farmaconcern: “De verspreiding van nepnieuws, ook door politici, heeft overal ter wereld geleid tot meer terughoudendheid met vaccins.“

Zuid-Afrika heeft al zijn AstraZeneca-vaccins verkocht aan andere Afrikaanse landen

De sterren stonden al vanaf het begin slecht voor het vaccin. De onderzoeksgegevens werden in twijfel getrokken, omdat er te weinig ouderen deelnamen aan de klinische studie. En toen kwam de ramp met de leveringen in de EU. Er waren eind juni 300 miljoen doses besteld, maar in het eerste kwartaal konden maar 30 miljoen van de 120 miljoen bestelde vaccins worden geleverd aan de 27 lidstaten van de EU. Een Belgische rechter heeft na een klacht van de Europese Commissie besloten dat AstraZeneca voor eind september nog minstens 50 miljoen doses moet leveren.

Maar of die vaccins nog daadwerkelijk gebruikt zullen worden, is maar zeer de vraag, want hoewel het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) opheldering heeft gegeven over de zeer beperkte risico’s, zetten veel landen het vaccin niet (meer) in. Ook mensen die AstraZeneca hebben gekregen bij de eerste injectie, krijgen bij de tweede prik een mRNA-vaccin, zoals ook het geval was bij de Duitse bondskanselier Angela Merkel.

En hoewel AstraZeneca in het gevecht tegen de Delta-variant een vergelijkbare effectiviteit lijkt te hebben als de vaccins van BioNtech/Pfizer en Moderna, blijkt uit onderzoek dat het vaccin minder goed bestand is tegen de beta-variant uit Zuid-Afrika.

In reactie daarop heeft Zuid-Afrika al zijn AstraZeneca-vaccins verkocht aan andere Afrikaanse landen.

In Duitsland en Nederland belanden de overtollige doses in de prullenbak

Door de ongelijkmatige verdeling van vaccins ontstaat een tweedeling in de wereld. Zo worden in Duitsland en verschillende andere Europese landen nauwelijks nog ‘eerste prikken’ gezet, terwijl er nog wel volop geleverd wordt. Het probleem is dat overtollige doses in de prullenbak belanden, terwijl ze elders dringend nodig zijn.

Dat betreft nu in elk geval direct tienduizenden AstraZeneca-vaccins die slechts tot eind juli houdbaar zijn.