HOE MOEILIJK IS HET OM ECONOMIE TE BEGRIJPEN? NIET.
Economie gaat over de schaarste. Wat? Niet over geld en hoe je er zoveel mogelijk van verdient? Nee, echt niet. Over de schaarste. Geld kan je immers gewoon maken.
Of lenen. Economie bestudeerd en beschrijft hoe wij als mensen leven en overleven met de schaarste die er is. Want zeggen ze, de mens wil. De mens wil veel en heeft nooit genoeg. Daarom is er altijd schaarste. Hoe gelijk de mensen van de schaarste het hebben, weten wij natuurlijk. Schaarste aan gezond verstand, schaarste aan het vermogen om te kunnen boekhouden, schaarste aan bescheidenheid, schaarste aan zelfreflectie, schaarste aan noem-maar-op maakt dat wij al decennialang maar niet van de schaarste af kunnen komen. De schaarste aan echte ontwikkeling dan. Dat meten de mensen van de schaarste meestal aan zaken als “economische groei”, wat zij daar dan ook onder verstaan. Meestal bedoelen zij daarmee simpelweg hoeveel meer geld er verdiend is dan de periode daarvoor. Om geld te verdienen moet je iets doen. Produceren noemen ze dat. Dat kunnen goederen of diensten zijn, die eigenlijk ook een soort van goederen zijn. Bijvoorbeeld zoals wat de staatsadviseurs produceren: gebakken lucht. Maar dat is ons favoriete nationale gerecht, dus consumptie gegarandeerd!
Waarvoor is die economische groei eigenlijk nodig? Nou gewoon, omdat wij met steeds meer zijn en ook steeds meer willen. Vooral dat laatste is een probleem, want daardoor is het straks over en uit met Suriname.
De economie leert op heel ingewikkelde wijze dat je een deel van wat je produceert moet herinvesteren om te kunnen blijven produceren (duh!). Zij leren ook dat kennis vergroting ervoor zorgt dat economische groei gegarandeerd is (weer duh!). Wat zij niet vertellen is hoe en wat. Kunnen ze ook niet, want daar denken ze ook niet over na. “Dat is voor de beleidsmakers en het bedrijfsleven”. Lekker makkelijk. De mensen van de schaarste leren ook dat oorlog eigenlijk goed is. Wat!? Ja, in puur economische zin dan. Want oorlog vernietigd productiemiddelen op grote schaal, dwingt daardoor tot vernieuwing en zorgt voor een grotere productie dan voor de oorlog. En dat met minder, dus een groei van jewelste. Ho ho, onzin! Niet helemaal. Want die vernieuwing en grotere productie is natuurlijk alleen mogelijk als dat mogelijk is. Met andere woorden: er moeten voldoende mensen zijn met kennis en vaardigheden die noodzakelijk zijn om zoiets voor elkaar te krijgen. En nee. Dat zijn niet de economen, bestuurskundigen, sociologen, meesters in de rechten, boekhouders, administrateurs, en wat nog meer aan productie ondersteunende deskundigheid. Produceren ontwikkel je met hoogontwikkelde technici uit b.v. Delft. En als die er niet zijn? Dan zorgt oorlog alleen voor nog meer oorlog: enter The Motherland. Oorlog is natuurlijk niet de enige economische “zegen”. Het gaat de mensen van de schaarste ook niet om de oorlog, maar om het verdwijnen van de productiemiddelen. Daar heb je echt geen oorlog voor nodig. Kijk maar bij ons. In 2009 stond het hele land immers pal achter het absolute dieptepunt in het bestaan van het ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen. Met een grenzeloze stupiditeit werd met open kaarten poker gespeeld met BHP Billiton en de toekomst van een aanzienlijk deel van onze productiecapaciteit.
Dat potje poker is zoals niet anders kon, verloren en Suriname raakte in no-time een aanzienlijk deel van haar productiecapaciteit kwijt. “Dan wat. Ze wouden ons toch uitbuiten. Laten ze opdonderen. En die Suralco ook. We doen het wel zelf”. Dat hebben we gemerkt en merken we nog steeds. Want gedurende de domste onderhandelingen die ooit in de historie van dit land gevoerd zijn, is er niemand zo wakker geweest om erop te wijzen dat wij gewoon de capaciteit niet hebben om zelf productie te ontwikkelen.
En gebeurt dit bij uitzondering wel, dan zijn wij nog niet in staat om de ontwikkeling te handhaven, getuige de grote veelbelovende projecten die uiteindelijk ook niet veel soeps blijken te zijn.
Onze economische realiteit is veel en veel grimmiger dan vooral door de mensen van de schaarste beseft wordt. Wij voldoen al heel lang niet meer aan de randvoorwaarden om zelf economische groei te bewerkstelligen. De groei die er is geweest is, is vrijwel geheel te danken geweest aan expertise van buiten. Er is in onze geschiedenis nooit goed geïnvesteerd in eigen innovatieve technici en het vermogen om die te kunnen herkennen. Want ze zijn er wel en er zijn velen geweest!
Komt het dan nog ooit “goed”? Niet op deze wijze. Niet zolang wij niet met beide benen op de grond staan en ophouden met om met warrige economische “IMF-achtige” modellen proberen om dit land “weer op spoor” te krijgen. Maar zoals wij zeggen: alla ogri e tjar’ wan bun. Suriname is straks het meest ecovriendelijke land ter wereld, want wij keren geheid terug naar de dagen van onze voorouders. En daar zijn tenminste de zeeschildpadden mee geholpen.
Columnist|Rogier I. Cameron