INHEEMSEN GUYANA MOGEN CORANTIJNRIVIER NIET BETREDEN

In navolging van de Franse dorpen langs de Marowijnerivier beginnen nu ook de Guyanese dorpen aan de Corantijnrivier te klagen over de gevolgen van de afsluiting van de grenzen naar Suriname.

Aan de Guyanese kant drukt de maatregel veel zwaarder op de inheemse dorpen langs het water. Aangezien de Corantijnrivier over de gehele lengte volledig aan Suriname toebehoort, heeft de grensbewaking het gebruik van de rivier verboden. Dit is onderdeel van een reeks maatregelen om de import van COVID-19 tegen te gaan. De inheemsen zijn het daarmee niet eens, omdat nu zelfs vissen in de rivier onmogelijk is. Ook mogen zij niet met hun bootjes van het ene Guyanese dorp naar het andere varen.

Vooral de inheemsen van het dorp Orealla hebben het zwaar. Die zijn nu vrijwel geïsoleerd en ontberen de meest basale benodigdheden, waaronder voeding. Hoewel Orealla aan de westeroever van de rivier ligt, zijn er nauwe banden met de inheemsen aan de Surinaamse kant waar de mensen terechtkomen voor benodigdheden waaronder voeding en verbruiksartikelen.

Zij vinden dat er vanuit Suriname te hard wordt opgetreden op de rivier.

De Surinaamse grensbewaking deelt hen mede dat zij schriftelijke toestemming nodig hebben van het Guyanese Ministerie voor Inheemse Zaken.

Die zal via het Ministerie van Buitenlandse Zaken toestemming aan Suriname moeten vragen voor een ontheffing voor de bewoners van Orealla. Indien de inheemsen niet over het document beschikken, zullen zij geen gebruik mogen maken van de rivier, ook niet om andere dorpen aan de Guyanese kant te bezoeken. Volgens het traditioneel gezag te Orealla, waar er ongeveer duizend mensen wonen, is om toestemming gevraagd om de rivier te mogen gebruiken, maar tot nu toe is er nog geen antwoord gekomen vanuit Inheemse Zaken.

UNITEDNEWS

Facebook Comments Box