INSTITUUT VAN FIRST LADY GEDEGRADEERD DOOR BELACHELIJK EXCUUS PRESIDENT SANTOKHI

Get real time updates directly on you device, subscribe now.

Foto compilatie: Melissa Seenachery –Santokhi en Liesbeth Venetiaan

De term / functie van een First Lady, die ontstond in de achttiende eeuw, in de Verenigde Staten, is altijd als het gaat om de invulling daarvan door de betreffende lady een aandachtspunt geweest. Dit omdat er geen specifieke definitie bestaat van hoe deze functie precies moet worden ingevuld. Echter staat wel vast dat de first lady geen officiële publieke functies bekleedt en dit instituut dan ook geen officiële is binnen het staatsbestel.

In publicaties zoals “De macht en de onmacht van de First Lady”, wordt een overzicht gegeven van hoe opeenvolgende presidentsvrouwen op hun eigen manier daar invulling aan hebben gegeven. De een met meer ambitie dan de anderen. In sommige gevallen reikte die ambitie en invloed zo ver dat het behoorlijke impact heeft gehad op en tot ongenoegen van de Amerikaanse politiek. Even zo staat vast dat ongeacht de persoonlijke ambitie of achtergrond van de lady, er een centrale rol aan haar wordt toebedeeld als een ondersteunende wederhelft van het staatshoofd.

Kijkend naar de Surinaamse situatie, zou het voor de ontwikkeling van de discussie, maar meer nog tegen de achtergrond van de ontwikkeling van de positie van de vrouw in het algemeen, handig zijn terug te gaan naar de grondwettelijke basis die aan dit instituut is geven, namelijk de grondwet en het daaruit afgeleide staatsbesluit ten aanzien van publieke functies rond de president. Houd in het achterhoofd wel rekening mee met de vraag, ‘wat als de president van het land geen man, maar een vrouw is’. Dit zou in elk geval de discussie rond de positie van de vrouw enigszins uitsluiten, omdat de gender totaal niets te maken heeft met de functie. In het Surinaams Staatsblad van 2016 no. 153 , staat dat de First Lady ‘ondersteuning verleent aan de president in het verrichten van ceremoniële handelingen’, en verleent verder haar ondersteuning bij communicatieve, bijstand- en hulpverlenende activiteiten. Artikel 97 van de grondwet zegt 1. ‘De President mag niet in de betrekking van huwelijk of van bloedverwantschap of aanverwantschap, tot de tweede graad ingesloten staan tot de Vicepresident de ministers, de onderministers de leden van de Staatsraad en de voorzitter, ondervoorzitter en leden van het orgaan dat belast is met het toezicht en de controle op de besteding van staatsfinanciën. 2. Hij, die na zijn verkiezing in de verboden graad van aanverwantschap geraakt, behoudt zijn ambt niet dan na bij de wet verleend verlof’.

In beide producten gaat het niet om de persoon van de first lady; niet over haar of zijn kwaliteiten en ook niet over haar achtergrond en nog minder over haar of zijn politieke loyaliteit en deskundigheid. En daar is precies waar de discussie in Suriname verkeerd gaat, maar vooral de gemaakte excuses van president Santokhi geen enkel hout snijdt, maar ronduit belachelijk genoemd moeten worden. De president heeft steevast als ‘excuus’, voor de vele publieke functies die zijn echtgenote, First Lady, Melissa Seenachery –Santokhi worden aangereikt, dat zij deskundig ervaren en ook nog pro-deo, deze kwaliteiten ter beschikking stelt aan de gemeenschap. Met dit ronduit belachelijk excuus heeft de president niet slechts alle andere deskundigen en ervaren Surinamers, in de coalitie en zeker in de VHP gedesavoueerd, maar heeft hij van zijn echtgenote en het instituut van de first lady een pispaal gemaakt. Het is beschamend en schandelijk tegelijk hoe op sociale media de spot wordt gedreven met de jonge deskundige en ervaren First Lady, die nog maar nauwelijks drie maanden kennis heeft gemaakt met het Surinaamse publiek.

Waar de publieke opinie zich tegen verzet is niet de deskundigheid of de loyaliteit van de First Lady. Die zijn nooit ter discussie geweest. Het is ‘bijna’ onbegrijpelijk dat het politiek verval dusdanige vormen heeft aangenomen waarbij begrippen als nepotisme en vriendjespolitiek, worden gezien als politieke wapens van tegenstaanders en critici. Want juist daar gaat het om en niet om de deskundigheid, de ervaring of de loyaliteit van de persoon in kwestie. Het is tekenend voor het verval, wanneer Minister Bronto Somohardjo van Binnenlandse Zaken zich verschuilt achter de wedervraag, als hij dan gestraft moet worden omdat hij ‘toevallig’ de zoon is van Paul Somohardjo en zijn achternaam draagt. Het is nog de vraag als deze minister wel weet heeft van de betekenis van het woord nepotisme. De grondwet verzet zich in artikel 97 in niet mis te verstane woorden daartegen, net als de samenleving.

Het belachelijk excuus van de president doet wel vragen oprijzen over de werkelijke bedoelingen achter deze verregaande vorm van nepotisme. Als het niet de deskundigheid, ervaring en loyaliteit zijn, want die zijn zowel binnen samenleving als binnen de eigen partij van de president genoeg te vinden, dan rest slechts de persoon van de First Lady.

Is het de bedoeling dat haar deskundigheid kost te wat het kost moet worden ‘gebrand’ en haar carrière drang gestild moet worden? Heeft de president helemaal geen vertrouwen in de rest van zijn coalitie en kaders van zijn eigen partij.

Een groot vraagteken moet geplaatst worden bij de persoon van mevrouw Santokhi zelf. Is het instituut van de First lady een te ‘laag’ maatschappelijk niveau bij al haar deskundigheid? Overigens is het hebben van diploma’s nog lang geen referentie voor deskundigheid.

Uit de recente historie zijn twee vrouwen bekend die op een sublieme wijze niet alleen eer hebben gedaan aan dit instituut maar met hun daden en publieke optreden, het doel, de zin, en de importantie ervan in waarde hebben doen toenemen. Michelle Obama uit de Verenigde Staten en onze eigen Liesbeth Venetiaan, waar deze dagen hard om wordt geroepen en als voorbeeld naar wordt verwezen, en terecht. Van beide dames is bekend dat zij hoogopgeleid en deskundig zijn op meerdere gebieden. Hun deskundigheid en loyaliteit is evenwel, door zowel president Obama als president Venetiaan, nooit gebruikt als excuus of rechtvaardiging voor de manier waarop zij invulling hebben gegeven aan de respectabele positie die zij hebben ingenomen als First Lady, laat staan hen te benoemen en of voor te dragen in een publieke functies. Het verschil met mevrouw Santokhi is wel dat noch Michelle Obama noch Liesbeth Venetiaan het nodig hadden dat hun deskundigheid, ten koste van het politiek en maatschappelijk moraal, op de voorgrond werd geschoven.

WILFRED LEEUWIN