NEDERLANDS STRAFRECHT MENSELIJKER MAKEN MET HERSTELRECHT UIT MARRON EN INHEEMSE CULTUUR

“Het Nederlandse straf(proces)recht heeft de focus op de mens verloren”, vinden de Nederlanders Alrik de Haas (advocaat), Theo de Roos (emeritus hoogleraar) en Jacques Claessen (wetenschapper). Uit hun ervaringen blijkt dat slachtoffers niet altijd op zoek zijn naar de hoogste straf voor de dader, maar vaak verlangen naar een directe ontmoeting of confrontatie met de verdachte, eerder naar herstel in plaats van straf. Surinaamse Marron- en inheemse stammen zijn hier een perfect voorbeeld van. Zij hanteren nog dit ‘traditionele proces’ binnen hun gemeenschappen. Daarom zijn deze volkeren zo interessant om te onderzoeken. Wij willen leren hoe zij tot een berechting komen en mogelijk bijdragen aan het menselijker maken van het strafrecht in eigen land”, zegt De Haas.

Beeld : Marrons

Met de indiening en hopelijk de goedkeuring van een uitgebreid projectvoorstel bij de autoriteiten van de uitvoeringsorganisatie ‘Twinningfaciliteit Suriname – Nederland’ (UTSN), willen de Nederlanders, na een oriëntatie periode in januari dit jaar bij de Marrons en Inheemsen, onderzoek doen naar de traditionele, culturele en wetenschappelijke aspecten van herstelrecht in Suriname.

Binnen het zogeheten ‘herstelrecht’ staan vooral de genoegdoening voor het slachtoffer en de re-integratie van de dader centraal; vergelding krijgt veeleer de betekenis van boetedoening en schadeloosstelling richting slachtoffer en samenleving, doordat de dader actief verantwoordelijkheid neemt voor zijn misdaad. “Wat humaan is zal op langere termijn ook effectief zijn”, stelt Jacques Claessen, universitair hoofddocent straf(proces)recht verbonden aan de Universiteit Maastricht. “De directe ontmoeting of confrontatie tussen slachtoffer en dader zorgt voor een grote impact op de dader, in ieder geval groter dan het geval is bij een behandeling van ‘de zaak’ door een zakelijke, rationele, onpartijdige rechter die rekening moet houden met de onschuldpresumptie en af en toe ‘fluwelen handschoenen’ moet gebruiken. Uit ons onderzoek naar de bemiddelingspraktijk binnen het Arrondissementsparket Maastricht volgt dat daders met wie bemiddeld is, significant minder vaak recidiveren dan daders met wie geen bemiddeling heeft plaatsgevonden. Een oorzakelijk verband hebben we niet aangetoond, maar mijn hypothese is dat het recidiveverschil ook iets te maken heeft met de directe ontmoeting of confrontatie tussen slachtoffer en dader. Feit is wel dat slachtoffer-daderbemiddelingen enkel op basis van vrijwilligheid kunnen plaatsvinden.” Volgens de onderzoekers kan een directe confrontatie tussen slachtoffer en dader leiden tot begrip, empathie en soms zelfs vergeving. “De slachtoffers willen zien wie er achter het monster schuilt en vaak snakken zij naar antwoord op de vraag: ‘Waarom ik?’”.

De Marron-gemeenschappen – nakomelingen van slaven die rond de 17de eeuw het bos in trokken – gebruiken deze manier van berechten omdat ze afgescheiden leven van de moderne wereld. Mede omdat de gemeenschap zo klein is, staat genoegdoening voor het slachtoffer en verzoening tussen slachtoffer en dader centraal in het proces dat een ‘Krutu’ heet. De Granman (hoogste gezaghebber) vormt samen met een college van (groot)kapiteins en Basha’s het bestuur van de Marron-gemeenschap. Samen stemmen zij in tot de bijbehorende straffen en zorgen ze ervoor dat het proces in juiste banen wordt geleid. Herstel tussen slachtoffer en dader staat in dit proces centraal.

“Wat een ervaring was dat zeg”, concludeert De Haas stralend wanneer hij terugkijkt op zijn eerdere gemaakte expeditie naar een Marron-stam samen met Theo de Roos . “Vanuit Paramaribo reden we die kant op met een 4×4 achtige-bolide. Zonder die ‘bolide’ was het anders ook echt niet te doen geweest. Na drie uur schommelen kwamen de Nederlanders aan in het dorpje dat gelegen is aan de rand van de rimboe. Daar werden zij in het dorp rondgeleid door Ifna Vrede (tolk en kapitein). “Zonder haar hadden we nooit een intrede gemaakt in de Marron-gemeenschap. Ik ben haar dan ook erg dankbaar voor het werk dat zij toen geleverd heeft. Het was fascinerend om te zien hoe de dorpelingen ons ontvingen. We liepen naar een houten chaletje midden in het dorp, naast de ingang van het chalet stond op een krijtbord met witte letters geschreven: ‘Twee Nederlanders’. Zo wisten de dorpelingen van onze komst af.”

Het integreren in de stam ging de twee onderzoekers vrij vlot af. “Binnen een paar uur tijd hadden we echt een dialoog met de bewoners. Een moment tijdens de bijeenkomst zal mij altijd bijblijven en raakt mij opnieuw nu ik erover nadenk”, bekent De Haas geëmotioneerd wanneer hij terugblikt op zijn eerste ontmoeting met de inheemse bewoners. “Theo en ik hadden zojuist een korte lezing gegeven over de manier waarop ons strafrecht werd toegepast in de Nederlandse samenleving en hoe wij de brug probeerden te slaan tussen dader en slachtoffer. We spraken vanuit ons hart totdat we werden onderbroken door een harde kreet vanuit het publiek. ‘Dit hebben wij al lang al’, riep de kapitein (dorpshoofd) met een verblijd gezicht terwijl hij zwaaide met zijn stok en imponeerde met zijn kledingdracht. Nee, dat moment zal ik niet snel meer vergeten. Het was namelijk een ontzettend verfrissende blik vanuit een ander perspectief. Het was niet zozeer dat wij daarheen gingen met arrogantie. Toch denk je dat onze manier van berechten beter zou moeten werken, maar ons systeem is niet per se beter. Op bepaalde onderdelen is dat natuurlijk wel het geval. Toch staat de traditionele manier van berechten die ze hier hanteren, veel dichter bij de mens en krijgt zij mede daardoor veel meer respect van de burger. Daar kan ons Nederlandse strafrecht nog veel van leren. Dus dat idee van: ‘wij weten het beter’, daar stapte ik al snel vanaf.”

In kleinere dorpen zoals de Marron-gemeenschappen ben je als inwoner afhankelijk van elkaar”, constateert Claessen: “Het gevangenzetten van een dader na een misdaad wordt in deze dorpen liever vermeden. Eerder wordt er gekeken naar een manier om de dader zo snel mogelijk te re-integreren en het slachtoffer op gepaste wijze te compenseren”.

“Tot in de vijftiende eeuw hanteerden wij Nederlanders in de kern beschouwd eenzelfde wijze van berechting als de Marron-gemeenschappen”, zo zegt Claessen: “Het is dus helemaal niet iets nieuws, wel is het tamelijk uniek dat deze traditionele vorm van berechting anno 2018 nog ergens in de wereld wordt toegepast. Nu wil ik niet het gehele traditionele proces gaan romantiseren – zo klinkt het haast namelijk – want sommige traditionele straffen zijn in onze ogen gewoonweg barbaars, terwijl ook de manier van waarheidsvinding magische trekjes kan vertonen. Ik denk dat wij bepaalde elementen uit dit herstelgerichte proces uitstekend zouden kunnen toepassen in ons eigen huidige straf(proces)recht waarin herstelrechtvoorzieningen een steeds belangrijkere rol gaan spelen.

Ook als wetenschapper ziet Claessen dat de ware potentie van het herstelrecht nog te weinig tot uiting komt in eigen land. “Sinds 2011 wordt herstelrecht gaandeweg steeds meer toegepast in en rond ons strafrecht, maar tegelijkertijd zie ik dat het knokken is, want in de punitieve, repressieve tijd waarin we leven staat het humane gehalte van ons strafrecht sterk onder druk. Dat humane gehalte proberen we door de implementatie van herstelrechtvoorzieningen in en rond het straf(proces)recht op te krikken. Een en ander kost tijd, maar het is als met de waterdruppel die uiteindelijk de steen weet uit te hollen. Vrijwel alle herstelgerichte pilots en praktijken pakken positief uit en wij (Universiteit Maastricht en Restorative Justice Nederland) hebben vorig jaar – samen met een denktank bestaande uit vele mensen die met herstelrecht werken in en rond het straf(proces)recht –

een burgerinitiatiefwetsvoorstel met betrekking tot herstelrecht geschreven. Na input vanuit verscheidene reality-check bijeenkomsten, komt volgende maand de herziene versie van dit wetsvoorstel uit. De bedoeling is om deze versie aan te bieden aan de Minister voor Rechtsbescherming en de Tweede Kamer. Zo hopen wij dat er een initiatiefwetsvoorstel van gemaakt gaat worden. In deze versie hebben we geprobeerd praktijk en wetenschap samen te brengen. Vanuit politiek Den Haag is er animo voor ons voorstel. Het is overigens de eerste keer dat er in een Regeerakkoord expliciet wordt gerefereerd aan herstelrecht. De tomeloze inzet van vele herstelrechtvoorstanders blijkt langzaam maar zeker zijn.

UnitedNews|Oorspronkelijke tekst : Tom de Vos| Bewerking : Wilfred Leeuwin

 

Facebook Comments Box