NEDERLANDSE SPECIAL DRAWINGS RIGHTS VOOR ONTWIKKELING VAN SURINAME

De Special Drawing Rights (SDRs) die Nederland van het Internationaal Monetaire Fonds ontvangt, zouden ingezet kunnen worden voor de ontwikkeling van Suriname. Minister Albert Ramdin heeft dit onderwerp besproken met zijn Nederlandse collega Liesje Schreinemacher van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.

De SDR’s zijn financiële middelen die een jaar geleden door het IMF beschikbaar zijn gesteld. Deze zouden volgens minister Ramdin moeten worden herverdeeld onder landen die met hoge schulden zitten.

“Suriname is zo een land – we hebben ook gehad maar minder – en we hebben gevraagd of een deel van de SDR’s die aan Nederland zijn gegeven en die zij eigenlijk niet nodig hebben binnen hun begroting, richting Suriname kan komen.” De twee bewindslieden hebben zich op het stuk van financiële instrumenten die aan de orde moeten komen om Suriname’s ontwikkeling verder te ondersteunen, gebogen over de SDR’s. Om een deel van de Nederlandse SDR’s te ontvangen, is volgens minister Ramdin een complex vraagstuk omdat daarvoor de Europese Bank in beeld moet komen. Desondanks ligt het in de bedoeling verder hierover te onderhandelen.

“Die afspraak is ook gemaakt dat we daarop gaan blijven werken in de komende maanden omdat het middelen zijn die niet vallen onder een lening maar onder een schenking”, zegt de bewindsman.

De ministers hebben ook van gedachten gewisseld over voorzieningen die getroffen moeten worden om handel en investeringen tussen Nederland en Suriname te stimuleren. Minister Ramdin: “In dit geval gaat het om voorzieningen die bij het Export Krediet Fonds in Nederland zijn, maar ook bij de Financieringsmaatschappij voor Ontwikkelingslanden en de Raad voor Ondernemerschap.” Het ministerie van BIBIS zal nagaan hoe er meer bedrijfsleven uit Nederland geïnteresseerd kan worden om in Suriname te investeren, samen met het Surinaamse bedrijfsleven.

Wat zijn SDR’s eigenlijk?

Functie

Het nut van speciale trekkingsrechten bestond erin, een gemeenschappelijke basis van betaling te hebben, onafhankelijk van schommelingen van een munt ten opzichte van een andere en zonder een land te bevoordelen door de munt van een land tot internationale standaard te verheffen. Speciale trekkingsrechten waren ook eenvoudiger te verhandelen dan tastbaar goud.

In sommige verdragen worden monetaire waarden uitgedrukt in SDR’s. Zo is de aansprakelijkheid van uitbaters van kerncentrales volgens de Conventie van Parijs beperkt tot 150 miljoen SDR’s.[1]

Valuta samenstelling

Aanvankelijk was de SDR equivalent aan 0,888671 gram goud en dit was weer gelijk aan 1 Amerikaanse dollar. In 1973 werd het Systeem van Bretton Woods beëindigd en werd de SDR samengesteld uit een aantal valuta’s.

Sinds 1 december 2015 zijn de speciale trekkingsrechten gebaseerd op de Amerikaanse dollar, de euro, de Chinese yuan, de Japanse yen en het Britse pond sterling.

Herziening

Iedere vijf jaar bekijkt het Internationaal Monetair Fonds (IMF) of de samenstelling van het mandje valuta in de SDR de economische en financiële verhoudingen in de wereld reflecteert.[2]

Om opgenomen te worden in de SDR moet een valuta aan twee belangrijke criteria voldoen:

  • Export of Gateway criterium, dit is het aandeel van het land in de wereldhandel.
  • Freely usable criterium, deze maatstaf werd in 2000 toegevoegd en houdt rekening met de mate waarin de valuta wordt gebruikt in het internationale financiële verkeer. Hieronder vallen ook elementen als een vrije wisselkoers, weinig beperkingen op de in- of uitvoer van de valuta en de mogelijkheid om in de valuta vrij te beleggen.

China

Bij de laatste herziening in 2010 voldeed de Volksrepubliek China al duidelijk aan het eerste criterium. Het land stond op de derde plaats wat internationale handel betreft, na de Eurolanden, de Verenigde Staten, maar voor het Verenigd Koninkrijk en Japan. China had in de periode 2005-2009 een aandeel van 8,1%.[2] Vijf jaar later is het aandeel gegroeid naar 11% en het verschil met de twee leidende economische blokken is verkleind, maar vergroot ten opzichte van Japan en het Verenigd Koninkrijk.[2] Met betrekking tot het tweede criterium scoorde China slechter. De renminbi werd nauwelijks aangehouden in de officiële reserves. Zo’n 64% van de internationale valutareserve werd in dollars aangehouden, voor 3,9% in ponden en voor de renminbi was dit minder dan 1%.[2] Verder stonden er weinig internationale obligaties uit in deze valuta en was de internationale handel ook beperkt.[2]

Vanaf het voorjaar van 2015 kwam de discussie over de herziening weer op gang. Op 30 november 2015 besloot de executive board van het IMF om de yuan vanaf 1 oktober 2016 in het mandje van valuta op te nemen: de yuan werd als in voldoende mate “freely useable” beschouwd.[3][4] Op 1 oktober 2016 kreeg de renminbi in de SDR een gewicht van 10,9%.[5] De belangrijkste munt blijft de dollar met 41,7% en de euro met bijna 31%. De yen en het Britse pond volgen met elk ruim 8%.[5]

Waarde

De tegenwaarde van 1 SDR in dollar, euro, pond sterling, yen en renminbi wordt iedere werkdag berekend. Op 2 januari 2018 stond 1 SDR gelijk aan 1,424 dollar of 1,186 euro.[6]

UNITEDNEWS

Facebook Comments Box