RAMDIN: POLITICI MET CRIMINELE BANDEN HOREN NIET OP STEMBILJET HAÏTI

Foto bijschrift: Ramdin noemde berichten over misbruik en verkrachting van vrouwen en kinderen in Haïtiaanse kampen bijzonder zorgwekkend.

Personen met banden met criminele organisaties zouden niet als kandidaat moeten kunnen deelnemen aan verkiezingen in Haïti. Dat stelt OAS-secretaris-generaal Albert Ramdin, die waarschuwt dat de geloofwaardigheid van het politieke herstel van het door geweld geteisterde land ernstig kan worden aangetast wanneer personen met dergelijke connecties via verkiezingen politieke functies bemachtigen. De uiteindelijke beslissing over toelating van kandidaten ligt echter bij de Haïtiaanse autoriteiten.

Ramdin ging tijdens een persconferentie met Caribische journalisten uitgebreid in op de situatie in Haïti. Veiligheid en het organiseren van geloofwaardige verkiezingen behoren volgens hem tot de belangrijkste uitdagingen waarmee het land momenteel wordt geconfronteerd.

Vooral de voorbereiding van verkiezingen moet volgens de secretaris-generaal worden versneld. Het uitschrijven van verkiezingen alleen is onvoldoende. Om een geloofwaardig proces mogelijk te maken, moet aan een reeks praktische en organisatorische voorwaarden worden voldaan.

Ramdin wees onder meer op de registratie van kiezers, voorlichting aan de bevolking, de beschikbaarheid en training van stembureaupersoneel en veilige toegang tot de plaatsen waar gestemd moet worden.

Ook ogenschijnlijk eenvoudige zaken zoals een betrouwbare elektriciteitsvoorziening kunnen bepalend zijn voor het verloop van verkiezingen.

Wanneer zulke voorbereidingen onvoldoende zijn, bestaat volgens Ramdin het risico dat achteraf zowel binnen Haïti als daarbuiten twijfels ontstaan over de geloofwaardigheid van het proces.

Een bijzonder probleem vormt de mogelijke deelname van personen die in verband worden gebracht met criminele organisaties of bendes.

Ramdin vindt dat dergelijke personen niet aan verkiezingen zouden moeten deelnemen. De OAS kan hen echter niet zelfstandig uitsluiten.

De beoordeling van kandidaten is een verantwoordelijkheid van de Haïtiaanse autoriteiten en de voorlopige kiesraad. Zij moeten bepalen of kandidaten voldoen aan de wettelijke voorwaarden om aan de verkiezingen deel te nemen.

De OAS kan volgens Ramdin wel duidelijk uitspreken welke normen zij verwacht van personen die een politiek ambt nastreven. Integriteit behoort daar nadrukkelijk toe.

De situatie wordt ingewikkelder wanneer mogelijke kandidaten door individuele landen op sanctielijsten zijn geplaatst. Omdat het daarbij om bilaterale maatregelen gaat, moeten de Haïtiaanse autoriteiten volgens Ramdin zelf bepalen welke betekenis zij daaraan geven bij de toetsing van kandidaten.

Bij sancties die door de Verenigde Naties zijn opgelegd, ligt dat anders omdat die internationale geldigheid hebben.

Ramdin waarschuwde dat de OAS zich wel degelijk over de situatie zal moeten buigen wanneer uiteindelijk een aanzienlijk aantal politici wordt gekozen dat banden heeft of heeft gehad met criminele organisaties of bendes. Hij gebruikte daarvoor de omschrijving “tainted politicians”, oftewel politici van wie de integriteit is aangetast.

De aanhoudende instabiliteit in Haïti heeft intussen ook ernstige humanitaire gevolgen. Vooral vrouwen en kinderen bevinden zich volgens Ramdin in een kwetsbare positie.

Dat geldt zowel voor Haïtianen die proberen het land te verlaten als voor mensen die in opvang- en ontheemdenkampen verblijven.

De Inter-Amerikaanse Commissie voor de Rechten van de Mens volgt volgens hem onder andere gevallen van mensenhandel en rapporteert regelmatig over misstanden. Ramdin noemde berichten over misbruik en verkrachting van vrouwen en kinderen in Haïtiaanse kampen bijzonder zorgwekkend.

De omstandigheden waaronder veel mensen leven, spelen volgens hem ook een rol bij de migratie uit Haïti. Veel Haïtianen vertrekken niet simpelweg omdat zij elders willen wonen. De omstandigheden in hun land dwingen hen ertoe hun veiligheid en bestaansmogelijkheden elders te zoeken.

Ramdin vindt daarom dat van landen die Haïtiaanse migranten ontvangen een zekere mate van solidariteit mag worden verwacht.

Tegelijkertijd erkent hij dat de OAS nationale migratiewetten niet opzij kan zetten. De organisatie kan een land niet verplichten personen zonder geldige verblijfsstatus op zijn grondgebied te houden wanneer de nationale wetgeving daarvoor geen mogelijkheid biedt.

Wanneer landen besluiten Haïtianen terug te sturen, moeten volgens Ramdin echter ten minste twee uitgangspunten worden gerespecteerd.

Allereerst moet repatriëring humaan plaatsvinden, waarbij de rechten van de betrokken personen volledig worden gerespecteerd. Daarnaast moet vooraf overleg plaatsvinden met Haïti, zodat de autoriteiten daar op de terugkeer van mensen kunnen anticiperen.

Dat is des te belangrijker omdat Haïti zelf al onder grote druk staat door geweld, politieke instabiliteit, ontheemding en humanitaire problemen.

Ramdin wees ook op mensenhandel als een grensoverschrijdend probleem. De bestrijding daarvan kan volgens hem niet uitsluitend aan Haïti worden overgelaten, maar vereist samenwerking tussen landen in de regio.

Veiligheid, verkiezingen en migratie zijn daarmee verschillende onderdelen van dezelfde crisis. Zonder voldoende veiligheid wordt het moeilijk om verkiezingen te organiseren waaraan Haïtianen vrij kunnen deelnemen. Tegelijkertijd blijven de slechte veiligheids- en leefomstandigheden een belangrijke factor achter de migratie uit het land.

De OAS kan volgens Ramdin ondersteuning bieden en aandringen op democratische en mensenrechtelijke normen, maar kan de verantwoordelijkheid van de Haïtiaanse autoriteiten niet overnemen.

Voor geloofwaardig politiek herstel is uiteindelijk meer nodig dan alleen het houden van verkiezingen. Ook de voorbereiding, veiligheid en integriteit van kandidaten zullen bepalen hoeveel vertrouwen de Haïtiaanse bevolking en de internationale gemeenschap in het proces kunnen hebben.

UNITEDNEWS | REGIO

Facebook Comments Box