RECHTSBIJSTAND AAN MINDERBEDEELDEN AL DRIE MAANDEN STIL GELEGD
Foto: Deken van de orde van Advocaten, Ellen Fraenk en minister Kenneth Amoksi van Justitie en Politie | Auteur: Wilfred Leeuwin.
Advocaten, die zijn aangesloten bij de Surinaamse Orde van Advocaten hebben besloten per 1 juli jongsleden geen kosteloze rechtsbijstand meer te verlenen aan minderbedeelde rechtszoekenden.
Reden hiervoor is dat de staat die deze dienstverlening moet vergoeden een veel te laag bedrag, SRD 75, uitkeert aan de advocaten, waarop zij ook nog jarenlang moeten wachten. “Advocaten kunnen het zich niet langer permitteren de staat Suriname voor te financieren”, zei deken van de orde Ellen Fraenk, vrijdag bij de opening van het nieuwe zittingsjaar van het Hof van Justitie, tijdens een bijzondere openbare bijeenkomst.
Fundamenteel recht
Fraenk zegt met teleurstelling deze kwestie wederom, zoals bij alle officiële gelegenheden te moeten aankaarten. Het stoppen van het verlenen van de rechtsbijstand aan rechtszoekenden gebeurt volgens haar in extreme gevallen, zoals nu. De orde is dan ook solidair met de actievoerende leden. Het verbaast de orde dat de overheid zich deze actie niet aantrekt en met een oplossing komt. “Maar dat gebeurt niet; integendeel; de overheid schijnt als geheel niet wakker te liggen van de actie. Geen enkele paniek, geen enkele urgentie, terwijl de staat Suriname nu al drie maanden fundamentele mensenrechten schendt”. Zegt de Deken.
Het geven van kosteloze rechtsbijstand aan personen die de proceskosten niet kunnen betalen vloeit voort uit het grondwettelijk en internationaal recht dat eenieder recht heeft op een eerlijk rechtsproces.
In vooral straf – en civiele zaken komt het voor dat de rechtszoekende de hulp of bijstand nodig heeft van een opgeleide jurist of advocaat. De staat betaald of subsidieert dan de kosten.
Niet begroot
De Sofa heeft na onderzoek dit probleem in kaart gebracht. Gebleken is dat de specifieke begrotingspost waaruit advocaten, die bijstand verlenen aan minderbedeelden, betaald moeten worden, eenvoudigweg niet meer op de ‘s landbegroting voorkomt. Als de advocaten al worden uitbetaald, gebeurt dat uit een algemene pot genoemd, ‘sociale uitkeringen’, waaruit ook bijvoorbeeld ziekenhuisbezoek van arrestanten moet worden betaald.
Voor het jaar 2022 was op deze post een bedrag van SRD 1 miljoen opgebracht. Fraenk plaatste tijdens haar speech dit bedrag in perspectief. In dat jaar zijn naar schatting 2500 gevallen opgebracht die in aanmerking kwamen voor kosteloze rechtsbijstand, met een maximale vergoeding van SRD 100. Dit alleen zou de staat al SRD 1,5 miljoen kosten. “Dus het bedrag op die post is niet eens genoeg voor het aantal toevoegingen, laat staan al de andere zaken die vanuit die pot moeten worden betaald.
De orde vraagt zich in gemoede af als de overheid de toegang tot recht van de burger wel serieus neemt”, zegt de deken van de Sova.
Intussen heeft de minister van Justitie en Politie bij beschikking van 2 augustus het tarief bij civiele zaken gebracht naar SRD 202 voor de hele zaak, na de eindbeslissing van de rechter. Dit betekent dat zolang er geen eindbeslissing is in een zaak de advocaat niet kan declareren.
Dit ondanks het aantal keren dat de advocaat de zittingen heeft bezocht, al het schrijfwerk dat er mee gepaard gaat, gesprekken die zijn gevoerd met de client en kantoorkosten die met de zaak te maken hebben. “Op die manier kan het voorkomen dat de advocaat pas na anderhalf, tot zelf soms pas na vijf jaar die SRD 202 voor een zaak kan declareren”.
Voor dit jaar is op de post sociale uitkeringen een bedrag van SRD 5 miljoen opgebracht. Afgaande van de cijfers die het Hof van Justitie bijhoudt over het aantal zaken, kan het zijn dat in dit jaar er bijkans 850 civiele toevoegingen zullen zijn. Uitgaande van het bedrag van SRD 202 per zaak, zullen de civiele toevoegingen alleen, meer dan een derde van het totaalbedrag in beslag nemen. Dit terwijl de straftoevoegingen veel meer zijn. Daarnaast moeten uit deze post ook nog andere sociale betalingen gedaan worden.
Behalve dat het bedrag op de sociale post te laag is, is nu ook gebleken dat de minister van Justitie niet de bevoegdheid heeft deze verhoging door te voeren voor strafzaken. Dit moet op regeringsniveau gebeuren, maar dat schijnt maar niet van de grond te komen”, zegt Fraenk. Sinds de vorige raad van ministers circuleert een concept staatsbesluit die de bedragen zou moeten aanpassen.
Daarin zijn de genoemde bedragen ook al achterhaald en moet het concept worden aangepast. Het concept is nu wel in behandeling. “Ondertussen worden de advocaten te laat of te weinig uitbetaald. In De Nationale Assemblee is onlangs ook al kritiek geleverd door ABOP-assembleelid Edgar Sampi over de beperkte bevoegdheid van minister Kenneth Amoksi om middelen vrij te krijgen voor het beleid op het ministerie van Justitie en Politie.
Bureaucratie
Evenals Hof-president Iwan Rasoelbaks, eerder op de dag, de bureaucratie hekelde die gepaard gaat met het krijgen van goedgekeurd geld voor het justitieel apparaat, zegt ook de deken van de orde dat de advocaten problemen te ondervinden bij het declareren. Sommige van hen hebben vanwege de administratie die er mee gepaard gaat en de vele kosten die het bedrag van SRD 75 overstijgen, hun declaratie opgespaard.
“Het is het gewoon niet waard een declaratie in te dienen. Er wordt dan over een bepaald aantal, wanneer het bedrag kostendekkend is gedeclareerd. Dat wordt opgemaakt en doorgestuurd naar het bureau Rechtszorg. Echter hebben collega’s onlangs ervaren, dat de staat een beroep doet op de verjaringstermijn zoals vervat in 1991 van het Surinaams burgerlijk wetboek en geen rekening houdt met de realiteit. “Je bent twee jaar te laat, we gaan het niet uitbetalen’ klinkt het dan.
Fraenk stelt dan ook de vraag, of de Surinaamse overheid de toegang tot recht echt serieus neemt. “Het is duidelijk, zo kunnen we niet doorgaan. Ik relateer dit ook aan de plaatst van het Hof van Justitie en dat van de minister van Justitie en Politie, om de rechtspraak in letterlijke zin dichter bij de burger te brengen, wat toe te juichen is, maar hoe moet dit worden uitgevoerd als de overheid niet eens voor Paramaribo en de randdistricten fondsen ter beschikking wilt stellen.
Uit welke fondsen moeten advocaten de kosten betalen die zij moeten maken om cliënten uit Marowijne en Brokopondo bij te staan”, zegt Fraenk. De orde heeft intussen al deze bevindingen verwoord in het rapport ‘vergoeding advocaten in het kader van kosteloze rechtsbijstand’. Dit rapport is op 28 augustus aan de minister van Justitie en Politie, de staatsraad, de voorzitter van de Nationale Assemblee en aan president Chan Santokhi aangeboden.
UNITEDNEWS

