SANTOKHI WIL SCHULD WATERSNOODRAMP AFKOPEN MET VERKLARING SLACHTOFFERS
Auteur: Wilfred Leeuwin.
President Chan Santokhi wil met een getekende verklaring door de slachtoffers van de watersnoodramp in Brokopondo, verkomen dat er op enige wijze juridische stappen tegen hem, de regering en Staatsolie worden ondernomen.
De slachtoffers krijgen in ruil voor het tekenen voor de verklaring een variabel bedrag, te beginnen van SRD 2000 tot SRD 5000 voor huishoudens en hogere bedragen voor schade aan bijvoorbeeld gewassen en landbouwgronden.
“Dit is gewoon het omkopen van slachtoffers en het verdoezelen van bewijsmateriaal, wat op zich ook een strafbaar feit is”, zegt openbare aanklager, Frank King, die de vorige maand president Chan Santokhi heeft aangeklaagd bij het Volkstribunaal, Tribale Volken Suriname in Brokopondo, voor onder andere misdaden tegen de menselijkheid en diefstal van buitenlandse fondsen die ter beschikking waren gesteld voor de slachtoffers maar achter zijn gehouden. Het dossier is intussen ook al betekend aan het staatshoofd.
In de aanklacht wordt aangegeven dat de president hoofdelijk verantwoordelijk is voor de waterramp in Brokopondo omdat hij zowel in het parlement als in de media verklaard zou hebben de opdracht te hebben gegeven het overtollig water van het stuwmeer de lozen in de dorpen van de slachtoffers.
Verklaring
In de verklaring die de slachtoffers van de waterramp moeten tekenen staat onder meer opgenomen dat, zij slachtoffers zijn geworden van een overstroming die het gevolg is geweest van een natuurramp buiten menselijke invloeden. Het bedrag dat wordt ontvangen dient als hulp vanwege de regering van Suriname, als te zijn een compensatie voor de opgelopen schade bij de ramp. De verklaring is een van de voorstellen die een presidentiële werkgroep, die het vorig jaar was benoemd door Santokhi, heeft gedaan. De verklaring, is opgemaakt op het brievenhoofd van de presidentiële commissie, die als naam heeft, ‘Presidentiële werkgroep Ontwikkeling Brokopondo gebied’.
Commissie
Parlementariër Ronny Asabina van de BEP, zegt in gesprek met De Ware Tijd dat deze commissie intussen, al langer dan twee maanden is ontbonden door de president. Dit zou hij van leden van de commissie zelf hebben vernomen. Hij vraagt zich af welke waarde en status het werk van een ontbonden commissie heeft. Uit gesprekken die hij met slachtoffers heeft gevoerd weet hij dat velen de verklaring al hebben getekend. “De mensen zitten met de handen in het haar als gevolg van de ramp en hebben het geld dringend nodig.
Maar ik kan niet beter verwoorden dan wat de openbare aanklager van het tribunaal gezegd heeft, dat het hier gewoon gaat om het verdoezelen van bewijsmateriaal en het willen voorkomen dat er juridische stappen worden ondernomen tegen de verantwoordelijke van deze ramp”, zegt Asabina. De slachtoffers zijn aangezegd een bankrekening te openen, waarop de compensatie gestort kan worden.
De vragen van Asabina over de status van de commissie en de verklaring heeft ook er mee te maken dat pas ongeveer drie weken terug Staatsoliemedewerkers onder begeleiding van bestuur ’s opzichters naar het gebied zijn getrokken met de verklaringen en die hebben voorgelegd aan de slachtoffers en dorpsbewoners. Volgens Asabina zal het geld dat als compensatie zal worden uitbetaald komen van Staatsolie. De parlementariër merkt op dat nergens duidelijk is hoe de variabele compensatie is opgebouwd. Meer nog is er geen enkele betrokkenheid geweest van de dorpelingen en slachtoffers hierover.
In eerdere voorstellen van de commissie, is besloten en goed bevonden dat aan de slachtsoffers over de periode juni tot en met december 2022 een maandelijkse vergoeding van nog niet eens SRD 5000 zou worden uitgekeerd. Dit heeft slechts eenmalig plaats gevonden. Ook was er sprake dat aan landbouwers een bedrag van SRD 50.000 zou worden gecompenseerd. “Over andere slachtoffers zoals Lots houders is nimmer gesproken”, zegt Asabina.
Rapport
Asabina zegt dat het werk van de commissie en de uiteindelijke verklaring gebaseerd is op een onderzoek van het ingenieursbureau Worley. Dit bureau is aangetrokken door de Energie Autoriteit mede door tussenkomst van Staatsolie om een onderzoek te doen naar de waterramp. “In het rapport komt het op neer dat zich een natuurramp heeft voorgedaan in het Brokopondo gebied en dat daarbij geen menselijke handelingen hebben plaatsgevonden”.
De parlementariër heeft sinds de aankondiging van het onderzoek vragen gesteld in het parlement naar de onafhankelijkheid ervan en het bureau. “Ik wil vooraf aangeven dat het hier niet gaat om wel of geen natuurramp, maar om het spillen van overtollig water in het stuwmeer in de dorpen”, zegt Asabina. Zijn kritiek en vragen in het parlement hebben ermee te maken dat de Energie Autoriteit Suriname geen middelen op de begroting heeft om een dergelijk onderzoek te betalen.
In geval de middelen voor het onderzoek door Staatsolie zijn betaald, heeft Asabina bedenkingen over de onafhankelijkheid van het onderzoek. Worley zou in het verleden als partner van Staatsolie in hetzelfde gebied het Tap A Jai energie project uitvoeren. Daarbij zou een bedrag van USD 6 miljoen in zijn gestopt. Dat project heeft echter geen voortgang gevonden en is stopgezet. “Ik zie hier een vorm van conflict of interest waar tal van belangen spelen”, zegt Asabina. Hij zegt dat in het parlement middels moties opheldering is gevraagd over het onderzoek van Worley dat door de Energie autoriteit Suriname in ingehuurd. “De coalitie heeft de moties simpelweg verscheurd en in de prullenmand gegooid”|, zegt de BEP-parlementariër.
Al sinds deze kwestie speelt zijn dorpelingen en belangen groepen in Brokopondo eens, dat de ramp niet het gevolg is van een natuurverschijnsel. Die mening zijn ook openbare aanklager Frank King en president Edmund Neus van het tribunaal toegedaan. Zij reageren verontwaardig na vernomen te hebben dat er een verklaring door de slachtoffers moet worden ondertekend. “Klaarblijkelijk is het de impact van de aanklacht bij het tribunaal, waardoor de president bezig is de zaak schoon te vegen. Het is gewoon belachelijk.
Maar dat zal mij niet van mening doen veranderen. Dit zal ons niet beïnvloeden, we gaan gewoon door met het proces”, zegt King. “De ramp die de mensen heeft getroffen is in de eerste plaats geen natuurverschijnsel en geen gevolg van klimaatverandering, maar van wanbeheer over de Afobaka stuwdam. Dit is gewoon schandalig zoals de president nu met de zaak wilt omgaan”, zegt Neus.
De president van het tribunaal zegt dat de aanklacht door King is ontvangen er nu een strategie wordt uitgezet om deze zaak verder aan te pakken. Er moeten nog wat overleg momenten komen. “De heer King heeft een lijvig stuk opgesteld, waarin ook nog vijf tot zes verschillende aspecten voorkomen. Willen we als tribunaal dat goed begeleiden zullen we al die aspecten moeten bekijken en daarover een oordeel vellen.
Neus en King liggen vooral niet wakker van de kritiek die de mediacommissie van de VHP, waar Santokhi voorzitter van is, heeft geleverd op het tribunaal en haar bestaansrecht ter discussie stelt. “Ik zou zelf zeggen wie of wat is de VHP-media commissie. Het maakt mij niets uit. Hun commentaar heeft geen enkele betekenis, dan wel dat de slachtoffers niet serieus worden genomen.
King wil het fijne weten van en over de commissie. Ik vind het een beetje raar, want als de commissie intussen is ontbonden en de slachtoffers al hebben getekend, is er sprake van een illegale handeling. Dat nemen we zeker mee bij het beoordelen van deze zaak. Ik kan voor nu alleen maar zeggen dat waarschijnlijk er sprake is van een slecht geweten bij de ‘mensen’ die tot deze daad zijn gekomen”, zegt Neus.
Asabina die niet precies kan inschatten wat de kracht van het Volkstribunaal is, zegt dat de slachtoffers en mensen uit Brokopondo ook zelf stappen moeten ondernemen om bij het Openbaar Ministerie in Paramaribo een justitieel onderzoek af te dwingen en een zaak aanhangig te maken tegen de autoriteiten.
UNITEDNEWS
