SEOGS 2026 MARKEERT OVERGANG VAN OLIEBELOFTE NAAR UITVOERING EN PRODUCTIE
Bron: OilNow.gy
De Suriname Energy, Oil and Gas Summit (SEOGS) 2026 stond volledig in het teken van de overgang van offshore exploratie naar daadwerkelijke productie.
Vier dagen lang draaiden de discussies om de uitvoering van het GranMorgu-project, de ontwikkeling van de gasindustrie, lokale capaciteitsopbouw en de economische kansen die de offshore energiesector Suriname de komende decennia moet bieden.
President Jennifer Geerlings-Simons opende de conferentie met een oproep aan de Surinaamse samenleving, en in het bijzonder jongeren, om zich voor te bereiden op de nieuwe economische mogelijkheden die de offshore olie- en gasindustrie zal creëren. Volgens haar vraagt de ontwikkeling van de sector niet alleen om investeringen, maar ook om onderwijs, vakopleiding en een actieve betrokkenheid van de bevolking.
Die boodschap liep als een rode draad door de conferentie, waar de regering, Staatsolie, TotalEnergies, PETRONAS en andere internationale energiebedrijven de nadruk legden op de vraag hoe Suriname zijn offshore rijkdom kan omzetten in duurzame economische ontwikkeling.
Het GranMorgu-project in Blok 58 vormde het belangrijkste onderwerp tijdens de conferentie. Het door TotalEnergies geleide project moet Suriname transformeren van een succesvol exploratieland naar een nieuwe offshore olieproducent. De eerste olieproductie staat gepland voor 2028 en zal plaatsvinden vanuit de Sapakara- en Krabdagu-velden.
Tijdens verschillende presentaties schetste TotalEnergies de omvang van het project. GranMorgu omvat de aanleg van 32 productie- en injectieputten en een drijvend productie-, opslag- en overslagschip (FPSO) met een productiecapaciteit tot 220.000 vaten olie per dag.
SBM Offshore bevestigde dat de GranMorgu-FPSO de grootste installatie wordt die het bedrijf ooit heeft gebouwd. Het schip, dat momenteel in een droogdok in China wordt afgebouwd, krijgt een lengte van ongeveer 334 meter, een topside van circa 50.000 ton en een totaalgewicht van ongeveer 120.000 ton. De FPSO is gebaseerd op het gestandaardiseerde Fast4Ward-concept en wordt uitgerust met technologieën die de uitstoot van broeikasgassen moeten beperken, waaronder een gesloten affakkelsysteem, diepwaterkoeling en een volledig elektrische configuratie.
Ook de uitvoering van de onderzeese infrastructuur is inmiddels gestart. Het schip Normand Navigator van Saipem arriveerde tijdens de conferentie in Suriname voor werkzaamheden aan de umbilicals, risers en flowlines. Saipem verzorgt daarbij het volledige traject van engineering en constructie tot installatie en ingebruikname.
Volgens Artur Nunes da Silva, General Manager van TotalEnergies Suriname, zal GranMorgu naar verwachting twintig tot vijfentwintig jaar produceren, maar bestaat de mogelijkheid dat de levensduur uiteindelijk langer uitvalt. Hij benadrukte dat de ontwikkeling niet stopt zodra de eerste olie wordt geproduceerd. Ook daarna zullen nieuwe putten worden geboord om de productie op peil te houden.
Daarnaast presenteerde TotalEnergies verschillende technologische innovaties die binnen het project worden toegepast, waaronder geavanceerde veiligheidssystemen, methaandetectoren, digitale werkprocessen en nieuwe modelleringstechnieken. Volgens het bedrijf moeten deze innovaties bijdragen aan hogere veiligheid, lagere emissies, betere prestaties en strengere kostenbeheersing.
Het concern maakte tevens bekend vanaf 2027 een nieuwe exploratiecampagne voor de Surinaamse kust te willen starten. Afhankelijk van de beschikbaarheid van boorinstallaties wil TotalEnergies meerdere nieuwe putten boren.
Naast olie kreeg ook aardgas een prominente plaats tijdens de conferentie. Tijdens de openingsceremonie maakte president Geerlings-Simons bekend dat PETRONAS haar diezelfde ochtend had geïnformeerd over een nieuwe gasvondst in Blok 52. Daarmee krijgt de Surinaamse gasontwikkeling verdere impulsen.
PETRONAS werkt al aan de commercialisering van de Sloanea-gasvondst, waarvoor Staatsolie eerder goedkeuring verleende. De definitieve investeringsbeslissing wordt in de tweede helft van 2026 verwacht, terwijl de eerste gasproductie rond 2030 is voorzien.
Volgens diverse sprekers onderstreept de nieuwe ontdekking dat de toekomst van de Surinaamse offshore sector niet uitsluitend uit olie bestaat. Ook vloeibaar aardgas (LNG), gasinfrastructuur en de ontwikkeling van een gasindustrie zullen een steeds belangrijkere rol spelen in de toekomstige energie-economie.
Naast de technische ontwikkelingen stond ook de voorbereiding van de Surinaamse beroepsbevolking centraal. De regering, Staatsolie en TotalEnergies ondertekenden een vierjarige samenwerkingsovereenkomst voor het Suriname Capacity Program (SURICAP).
Het programma moet onderwijs en beroepsopleidingen beter laten aansluiten op de behoeften van de offshore-industrie. Zeven scholen en twee opleidingscentra zullen deelnemen aan het programma, waarbij bijna 4.000 studenten en ruim 150 docenten en instructeurs betrokken worden. Ook worden laboratoria en technische opleidingsfaciliteiten gemoderniseerd.
Veiligheid kreeg eveneens veel aandacht. De internationale veiligheidsorganisatie OPITO benadrukte dat certificaten alleen onvoldoende zijn om veilig offshore te kunnen werken. Werknemers moeten aantoonbaar beschikken over de praktische vaardigheden om zowel onder normale als noodsituaties veilig te opereren.
Lokale participatie vormde een tweede belangrijke pijler van de conferentie. Sprekers benadrukten dat Surinaamse bedrijven zich tijdig moeten voorbereiden door te investeren in kwaliteitsnormen, certificering en strategische samenwerkingen met internationale ondernemingen.
Martin Cheong, Country General Manager van SBM Offshore Guyana, wees erop dat Guyana heeft aangetoond hoe kennisoverdracht en samenwerking met ervaren internationale partners lokale bedrijven sneller kunnen laten doorgroeien.
Ook de Suriname Energy Chamber en de Energy Chamber of Trinidad and Tobago ondertekenden een samenwerkingsovereenkomst om investeringen, lokale participatie en regionale samenwerking verder te stimuleren.
Analisten van S&P Global plaatsten de Surinaamse ontwikkelingen in een bredere internationale context. Volgens het onderzoeksbureau kampen de wereldwijde olie- en gasmarkten nog altijd met tekorten aan boorinstallaties, gespecialiseerde schepen en technisch materieel als gevolg van jarenlange onderinvesteringen. Daardoor blijven de kosten van nieuwe offshore projecten relatief hoog.
Voor Suriname betekent dit dat toekomstige projecten moeten concurreren om kapitaal, materieel en uitvoeringscapaciteit in een steeds krapper wordende internationale markt.
Tegelijkertijd verwacht S&P Global dat Latijns-Amerika de komende jaren een steeds groter aandeel van de wereldwijde investeringen in offshore olie en gas zal aantrekken. Voor Suriname alleen al wordt in de komende vijf jaar gerekend op ongeveer 17 miljard Amerikaanse dollar aan investeringen, grotendeels gerelateerd aan de ontwikkeling van Blok 58.
De conferentie maakte daarmee duidelijk dat Suriname zich volgens overheid en industrie in een nieuwe fase bevindt. Waar de afgelopen jaren vooral in het teken stonden van succesvolle exploratie, verschuift de aandacht nu naar de uitvoering van grootschalige olie- en gasprojecten, de ontwikkeling van lokaal vakmanschap en het creëren van duurzame economische meerwaarde.
UNITEDNEWS|ENERGY
