STRAFRECHTELIJKE VEROORDELINGEN IN CBvS-ZAAK VAN INVLOED OP OVERHEIDSFUNCTIONEREN
Door Wilfred Leeuwin
Het opleggen van strafrechtelijke veroordelingen aan de verdachten in de geruchtmakende rechtszaak van de Centrale Bank van Suriname (CBvS), zal ongetwijfeld precedenten scheppen en een negatieve impact hebben op het functioneren van de overheid.
Terwijl het Openbaar Ministerie zich onder andere beroept op de Anticorruptiewet, spreekt de verdediging in alle gevallen van een juridische dwaling met gevolgen voor het overheidsfunctioneren. “Het niet-ontvankelijk verklaren van het Openbaar Ministerie zal een belangrijke eis blijven.” Toegegeven wordt dat er bestuurlijke fouten zijn gemaakt, maar die hebben niets te maken met het strafrecht. “Wij praten niet eens over een veroordeling, omdat er daarvoor geen enkele grondslag is”, zegt Irene Lalji, een van de raadslieden van ex-minister Gilmore Hoefdraad.
Na een reces-periode van twee maanden heeft de rechterlijke macht de afgelopen week een herstart gemaakt met de geruchtmakende strafzaken, waarbij ex-minister Gilmore Hoefdraad van Financiën, ex-governor van de bank, Robert van Trikt, samen met zijn zakenpartner Ashween Angnoe en voormalig juridisch directeur bij de bank, Fauzia Hausil, als verdachten zijn aangemerkt. De rechtszaken dienen bij het Hof van Justitie voor Hoefdraad en bij de kantonrechter voor de overige verdachten. Ook voormalig directeur van de Surinaamsche Postspaarbank (SPSB), Ginmardo Kromosoeto, is als verdachte aangemerkt maar dan voor zijn medebetrokkenheid bij deze zaak.
De rechtsprocessen naderen hun einde en hoewel het onderzoek ter rechtszitting nog niet is afgesloten lijkt, als het aan het Openbaar Ministerie ligt, het doek te zijn gevallen voor de verdachten. “Ik geloof in een behoorlijke intellectuele capaciteit van de officier bij het Openbaar Ministerie, maar wanneer je zaken op een rij zet en zoveel tegenbewijs tegenkomt op de verdachtmakingen van mijn zoon, dan vraag ik me af waarom wordt vastgehouden aan een complot theorie waarmee deze zaak is begonnen. Waar gaat dit eigenlijk over denk ik”, zegt Lilian Ferrier, moeder van Robert vanTrikt.
Advocaat Irvin Kanhai meent dat indien het wel tot een strafrechtelijke veroordeling komt, dit ernstige gevolgen zal hebben voor niet alleen de rechtspraak, maar ook voor overheidsfunctionarissen, hoe vooral publieke functionarissen in openbare functies bij de overheid hun werk moeten doen. “Ik weet dat dwars door al die zaken, ongeacht hoe mijn collega’s tegenover elkaar staan, alom is aangegeven dat hier sprake is van een bestuursrechtelijke kwestie en er voor het Openbaar Ministerie geen plek is, en dat er al helemaal geen sprake kan zijn van een strafproces. Mijn algemene indruk is dat niemand iets begrijpt van wat de economische regels en wetmatigheden zijn in deze kwestie”, zegt Kanhai. Hij legt uit dat alle opdrachten en contracten die de Centrale bank is overeengekomen met het Belgisch bedrijf Clairfield, en waaruit vrijwel alle verdachtmakingen zijn voortgekomen, rechtmatig en noodzakelijk zijn geweest.
Dat is ook gebleken uit het onafhankelijk deskundig rapport dat op last van de rechter het Openbaar Ministerie heeft laten opmaken. Daarnaast hebben ook de ondertussen reeds ontslagen twee directeuren van de bank aangegeven, dat die noodzakelijk waren. Meer nog: De huidige regering maakt normaal gebruik van wat uit de opdrachten is voortgekomen. Zo noemt Kanhai als voorbeeld het project Lagarde, waarbij de royalties van Iamgold voor een periode van 15 jaar zijn verpand aan de overheid. Dit geldt voor meerdere van de zaken waarop deze rechtszaak is gebaseerd. Volgens Kanhai is het baseren van de verdachtmakingen op de anti-corruptiewet een ernstige dwaling. Die wet toetst niet de doelmatigheid van het geld dat daarbij ook al contractueel mee is gemoeid, maar de rechtmatigheid. “Het gaat hier om bestuurlijke zaken en niet om strafrechtelijke, maar we hebben in Suriname geen bestuursrecht”.
Het kan bij de juristen en ook bij Ferrier er niet in dat de anticorrptie-wet hier leidend is, terwijl die wet onvolledig is en niet kan functioneren zonder een raad en adviescommissie zoals voorgeschreven in die wet. Zo kan ook geen gebruik gemaakt worden van het hoor-beginsel. “Voordat je iemand aanbrengt moet je de persoon horen. Dat is overigens vastgelegd in internationale verdragen. Mijn cliënt is nooit gehoord, daarnaast wordt Ashween Angnoe langer dan een jaar nodeloos opgesloten, omdat hij de zakenpartner is van Robert van Trikt. Terwijl het in de Bankwet helemaal geen overtreding is wanneer de zakenpartner van de governor betrokken is bij opdrachten van de centrale bank”, legt Kanhai uit.
Irene Lalji, een van de twee advocaten van Hoefdraad is niet de mening toegedaan dat het strafproces op zich politiek gemotiveerd is, maar wel de in staat van beschuldiging stelling van de ex-minister. “Het verzoek om de ex-minister in staat van beschuldiging te stellen is zeker politiek beladen. In eerste instantie wordt dat afgewezen en wanneer een nieuwe politieke constellatie aantreedt, wordt door het Openbaar Ministerie weer een verzoek gedaan dat wordt toegewezen. Daarbij moeten we niet vergeten dat nog voordat het tweede verzoek het parlement bereikte, de fractieleider van de coalitie vooraf publiekelijk bekend maakte dat het tweede verzoek zou worden toegewezen”, legt de raadsvrouw uit. Volgens de juristen zijn rechtsprocedures niet op de juiste manier verlopen. Daarnaast is de vervolging op geen enkele manier er in geslaagd enig strafrechtelijk bewijs te leveren. “Ik ben van mening dat zaken bestuursrechtelijk benaderd moeten worden en niet strafrechtelijk. Wij pleiten dan ook voor vrijspraak van de verdachte”, zegt Lalji.
Ferrier die de rechtszaak van de Centrale bank gedocumenteerd bijhoudt en eigen onderzoek doet, wijst er op dat deze rechtszaak is begonnen met het in vrage brengen van de integriteit van Robert van Trikt. Volgens haar is dat nimmer aan een toets onderworpen door het advocatebureau dat tot deze bevinding is gekomen. Er zijn geen documenten opgevraagd, en ook zijn de opdrachten en deals die zijn gesloten niet getoetst door het bureau. Ook geen documenten van de Clad, de Rekenkamer en het Bureau voor de Staatsschuld. “Wat is de expertise van dat bureau?”, vraagt de moeder van de ex-governor zich af. Zij gelooft, alles bij elkaar genomen, niet dat hier sprake is van en eerlijk proces tegen haar zoon en diens zakenpartner. Volgens haar wordt ten aanzien van het voorlopig in vrijheid stellen van de verdachten ook gehandeld in strijd met het verdrag Burgerlijke en Politieke rechten.
Er is volgens haar nooit een echte toelichting gekomen op de vraag waarom er ernstige bezwaren daarvoor zouden zijn. Ook Ferrier vindt dat de toepassing van de anti-corruptiewet onbehoorlijk is. “De mensen zitten nu in het gevang en worden mogelijk veroordeeld op basis van een wet die niet uitvoerbaar is. De huidige regering heeft beloofd de nodige commissie te installeren, maar we zijn nu al een half jaar verder. Er kunnen dus geen adviezen gegeven worden aan het O.M. Zij wijst er op dat die wet een preventief karakter heeft en geen strafkarakter. De moeder van Robert van Trikt stoort zich er aan dat in de gemeenschap verkeerde opvattingen leven over de integriteit van haar zoon.
“Niet omdat het om mijn zoon gaat, maar er is in het hele proces nooit een bewijs gekomen dat hij niet integer is.
Er wordt beweerd dat hij gestolen heeft, dat bewijs is nooit geleverd. Er is zelf een rapport van het O.M dat aangeeft dat daar geen sprake van is. Over dat van de kasreserves is er een verhaal dat nergens op slaat, het is aan de Staat overgemaakt, en die heeft het naar eigen inzichten een bestemming gegeven. Maar we blijven praten over corruptie en dat de verdachten gestolen hebben. Ik merk in deze kwestie dat maar al te graag de personen gecriminaliseerd moeten worden”, zegt Ferrier.
UNITEDNEWS
