SURINAAMS ONDERWIJS VEROUDERD, AD HOC EN VOL VERKEERDE KEUZES
Foto|DOE-parlementariër Carl Breeveld.
Suriname worstelt met een onderwijs waarin er weinig coördinatie is en een gebrek aan gestructureerde planning en interventies op ad hoc basis plaatsvinden. Tot die conclusie komt DOE-parlementariër Carl Breeveld. De onderwijs resultaten van het afgelopen jaar zijn ver beneden peil. Aan het einde van het afgelopen schooljaar regende het dan ook van commentaren. Onderwijsmethoden en boeken die reeds generaties worden gebruikt, komen als klacht regelmatig voorbij.
Een poging om in 2013 daar verandering in te brengen sneuvelde grandioos. De bestelling schoolboeken uit Nederland kostte euro 8.2 miljoen, maar de boeken bleven vervolgens ongebruikt liggen in magazijnen van scholen. Grote misser en de vraag is wie er beter van geworden is. In ieder geval niet de leerlingen, noch ons onderwijs! Gewoon lasi moni, zonder onderzoek naar de veroorzakers van dit schandaal, noch maatregelen van de regering Bouterse. Het lijkt alsof het zo hoort dat wij fouten maken en vrolijk verder huppelen.
De kritiek van de DOE-parlementariër komt na gesprek met verschillende actoren in het onderwijsveld. Blijkt nu dat de monitoring van het nieuwe onderwijsmodel veel te wensen over laat. Hij wijst er op dat DNA-leden regelmatig worden geconfronteerd met zaken, die op een normale wijze en binnen een redelijk tijdsbestek afgerond kunnen worden, maar wellicht zien de verantwoordelijken dat niet. Het niet uitvoeren van gemaakte afspraken is niet het sterkste punt van het beleid. Voorbeeld hiervan is, het niet uitbetalen van instructeurs en coördinatoren van de Bigi Sma Skoro vanaf mei 2016. Daarnaast is het onzeker als dit onderdeel nog in het onderwijs van het nieuwe schooljaar opgestart kan worden. “En zo kunnen nog meerdere van zulke klachten aangehaald worden. De grote vraag van verschillende actoren is, wanneer zullen wij in Suriname daadwerkelijk het onderwijsvraagstuk integraal aanpakken?”, zegt Breeveld.
“ Als DOE partij zien we graag dat er verbetering komt. Naast enkele voorstellen hebben we vragen om het nadenken over deze materie te stimuleren. Er is een breed landelijk onderzoek nodig naar de kwaliteit en vernieuwingskarakter op alle niveaus van het onderwijs. Een aantal resultaten van dit soort onderzoek liggen wellicht reeds op het Ministerie van Onderwijs”.
Vakbonden
Volgens BReeveld zijn er binnen de vakbeweging ook deskundigen die samen met de leden een bijdrage kunnen leveren. In gesprek met vakbondsleiders uit deze sector weten wij dat men bereid is met de overheid en andere instellingen samen te denken, praten en over te gaan tot het verbeteren en vooral vernieuwen van het onderwijs, de individuele kwaliteiten van de docenten en het terugdringen van alle negatieve factoren die het onderwijsproces schade toebrengen. Maar vakbonden kunnen meer, door bijvoorbeeld onderwijs gerelateerde didactische cursussen, trainingen, seminars, congressen voor hun leden te verzorgen. Of onderzoek laten doen naar de noodzakelijke aan te brengen veranderingen aan het niveau of het onderwijspeil van de leden. Het systematisch meten van oorzaken van het teruglopend studieresultaat van leerlingen en studenten is eveneens een noodzakelijk actiepunt. Helaas merken we juist dat betrokken vakbonden worden beknot. De recente uitspraken van de minister van onderwijs waarbij meer de machtszijde van leiderschap in plaats van dienend en participatief leiderschap werd getoond, voorspellen niet veel goeds. Het gaat kennelijk om powerplay in plaats van een betrokkenheid bevorderende benadering. Anno 2017 werken zulke paternalistische modellen niet meer en roept men eigenlijk geesten op die men niet kan bezweren. Ons advies aan de minister is om het oorlogspad te verlaten, onnodige confrontatie achterwege te laten en samen met betrokkenen aan tafel naar oplossingen te blijven zoeken. Wanneer niet gedacht wordt in termen van medewerkers of partners en leerkrachten c.q. hun bonden bejegend worden als vijanden, dan vraagt men om problemen.
Breeveld meent dat Suriname een onderwijsbeleid nodig heeft dat kritische, scherpe leerlingen en studenten aflevert volgens een systeem dat hen uitdaagt tot kritisch en innovatief denken. Niet geremd worden door achterhaalde opvattingen over: ‘wie is hier de baas”. Het onderwijspeil dient aan deze tijd aangepast te worden en vraagt om een totaal vernieuwende en uitdagende aanpak. Middelen gebrek is geen excuus voor angst om te veranderen, anders en kritisch te willen zijn. “Voor elke regering moet onderwijs als prioriteitsobject in de begroting opgenomen worden met het streven binnen 20 jaar het onderwijspeil te brengen naar het niveau van relevante landen in de regio of daarboven uit te steken”, zegt Breeveld.
UNITEDNEWS|WILFRED LEEUWIN
