SURINAAMS RECHTSSYTSEEM NOG NIET OP LIJN VOOR BILATERARELE UITWISSELING STRAFVONNISSEN
In de Nationale Assemblee is dinsdag de behandeling begonnen van de conceptwet, voor het overnemen en uitvoeren van strafrechtelijke vonnissen tussen Suriname en andere landen. Op zich lijkt deze wet een normale die als hoofddoel heeft het bestrijden van de georganiseerde en geïnternationaliseerde criminaliteit echter blijkt dat het proces van uitvoering veel vragen oproept. Verschillende leden willen weten wat het belang is dat Suriname heeft bij een soortgelijke wet, die ook een internationaal verdrag als basis moet hebben. Belangrijk is ook, in hoeverre Suriname met deze wet zich verplicht, Surinamers uit te leveren aan een vreemde mogendheid.
De leden Raymond Sapoen (Pertjajah Luhur), Amzaad Abdoel (NDP) en Krishna Mathoera ( VHP), wijzen er op dat het resocialisatie aspect zoals het Surinaams rechtssysteem voorstaat goed in overweging genomen moet worden. In het algemeen moet het strafvonnis dat wordt overgenomen volgens meerdere sprekers aan veel meer eisen voldoen dan de hoofdoelen van criminaliteitsbestrijding. Uit de discussie blijkt dat voor wat de Surinaamse zijde betreft het overnemen van een buitenlands strafvonnis kan leiden tot een compleet nieuw gerechtelijk proces, waarbij toetsing moet plaatsvinden van tal van juridische aspecten. Die hebben enerzijds te maken met de eigen Surinaamse wetgeving als met de wettelijke strafrechtelijke zaken die in het wetboek van strafrecht staan opgenomen. Ook met het al bestaande ‘decreet uitleveringen’, waar al voorwaarden zijn opgenomen, moet rekening worden gehouden.
Mathoera en Sapoen merken op dat deze nieuwe wet, niet op aandringen of onder druk van ‘buitenlandse samenwerking voor criminaliteitsbestrijding’ alleen moet worden aangenomen. Suriname zal haar eigen beleid op criminaliteitsbestrijding eerst op een juiste manier moeten formuleren. Daarbij zal goed rekening gehouden moeten worden met de Surinaamse realiteit en hoe in Suriname de rechtsgang zich heeft ontwikkeld. Zowel leden van de commissie die deze wet heeft voorbereid als leden buitende commissie hebben indringende vragen aan de regering gesteld, over processuele en juridische aspecten waarover, volgens hun het wetsontwerp geen antwoord op geeft.
Commissievoorzitter Keshopersad Gangarampanday zegt dat de wet, verdeeld over vijf hoofdstukken, een verdeling maakt van voorwaarden die te maken hebben met de overname van strafvonnissen, de voorlopige aanhouding van verdachten en het uiteindelijk proces van uitlevering, het omzetten van vonnissen door het land die het vonnis verder al uitvoeren en de verdachte verder vervolgd en de slotbepalingen die bij het wetsproduct horen. Vast staat dat Suriname een verzoek tot uitlevering niet zal of hoeft in te willigen wanneer onder andere blijkt dat de verdachte stateloos is of geen woon of verblijfplaats heeft, wanner het vermoeden bestaat dat de veroordeling van de verdachte heeft plaatsgevonden op basis van diens geloof, etniciteit, nationaliteit en politieke overtuiging. Ook in gevallen waar volgens sprake zou zijn van verjaring en als blijkt dat het om en veroordeelde gaat onder de leeftijd van 12 jaar en in gevallen waar het overgenomen vonnis in strijd is met het Surinaams wetboek van strafrecht.
De discussie is nu in eerste rond afgesloten voor het parlement. De regering heeft bij monde van minister Soewarto Moestadja, als coördinator van de regering in het parlement gevraagd zich goed te kunnen voorbereiden voordat antwoord kan worden gegeven op de vragen van het parlement. De vergadering is verdaagd naar donderdag.
UNITEDNEWS|WILFRED LEEUWIN