SURINAAMSE VISSERS VREZEN GEVOLGEN OLIEWINNING
ACHTERGROND|ARMAND SNJDERS
Vissers in Suriname vrezen de toekomstige olie- en gaswinning voor de kust. Want die zal mogelijk een negatieve impact kunnen hebben op de visbestanden en daarmee hun bestaan. Afgaande op de eerste ervaringen in Guyana en een uitgevoerde studie in het West-Afrikaanse Ghana, is die vrees niet onterecht.
In 2007 werd voor de kust van het West-Afrikaanse land Ghana olie ontdekt. Niet eens zulke grote hoeveelheden als nu op de oceaan voor de kust van Suriname en Guyana het geval is, maar de negatieve impact die de winning daarna had op de ooit bloeiende visserijsector was enorm. In Guyana zijn de gevolgen inmiddels ook al zicht- en voelbaar, gevreesd wordt dat in Suriname hetzelfde gebeurt als de olie- en gaswinning hier op gang komt.
Visser John ziet de bui al hangen al sinds de dag dat de eerste oliebron begin 2020 door Apache Corporation in blok 58 voor de Surinaamse kust werd ontdekt. “Toen ik dat hoorde, dacht ik gelijk van ‘daar gaat mijn broodwinning’. We krijgen hier een situatie net zoals in Guyana”, zegt de Guyanees, die al twintig jaar op Surinaamse vissersboten werkt.
“Ik hoor van mijn collega’s daar dat de vangsten daar enorm zijn teruggelopen sinds de oliemaatschappijen op zee actief zijn.”
Die beweringen staan in schril contrast met wat ExxonMobil zegt. Het bedrijf stelt dat het zich inzet voor het ondersteunen van studies naar de milieueffecten van zijn activiteiten. “Tot nu toe uitgevoerde onderzoeken hebben niet aangetoond dat olie- en gasactiviteiten impact hebben op de visserij”, aldus ExxonMobil’s projectmanager Guyana Anthony Jackson. Maar weinig critici in het land hechten daar waarde aan, omdat “het de slager is die zijn eigen vlees keurt”.
Jackson verwijst echter naar een studie die vorig jaar is gestart in samenwerking met Guyana’s Environmental Protection Agency. Daarin werd uitgesloten dat de olie- en gassector de oorzaak van de huidige lage visstand. Het werd toegeschreven aan het veranderende klimaat en de zware regenval. Hij verwees ook naar lopend onderzoek door de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) van de Verenigde Naties tot dusver de olie- en gassector niet heeft aangemerkt als een oorzaak van een schijnbare achteruitgang van de visstand.
John vindt dat wel heel opzichtig. “Dan zouden de vissen niet in één klap verdwijnen.” Hij krijgt bijval van Guyana’s minister van Landbouw, Zulfikar Mustapha, die veel minder stellig is dan de topman van ExxonMobil: “Er is veel meer studie nodig voordat we een conclusie kunnen trekken, daarom is het zo belangrijk dat we doorgaan met deze onderzoeken.”
In Suriname houdt ook minister van Landbouw Veeteelt en Visserij, Parmanand Sewdien, een slag om de arm. “Die olie-industrie moet komen, maar laten we kijken hoe wij samen ook de visserijsector kunnen behouden. We gaan die studie doen. Eigen milieueffectenstudies van de oliemaatschappijen kunnen hierop wat zicht geven, maar daarmee wordt geen garantie gegeven er passende maatregelen worden getroffen”, zo zei hij onlangs.
In landen waar al jaren aan olie- en gaswinning wordt gedaan, wordt de visserijsector geplaagd door verminderde vangsten. Studies hebben geconcludeerd dat de olie- en gasproductie wel degelijk de schuldige is. Uit een studie uit 2015, uitgevoerd door de Universiteit van Bergen in Noorwegen, werd onderzoek gedaan naar de ‘Impacts of the Oil and Gas Industry on the Livelihoods of Men and Women Working in the Fisheries’ in Shama, een kustplaats in Ghana, zo’n twintig kilometer ten oosten van Takoradi, waar de meeste olie- en gasgerelateerde activiteiten plaatsvonden.
Dat heeft enorme gevolgen gehad voor de ooit bloeiende visserijsector. De Noorse universiteit stelt vast dat vissers direct en indirect zijn getroffen door de olie- en gasindustrie. De geïnterviewde vissers vertelden dat er veranderingen werden opgemerkt in de soorten gevangen vis en bovendien in de toegang tot de visvoorraad.
“Alle geïnterviewde vissers en vishandelaren benadrukten de negatieve impact van olie en gas op hun levensonderhoud”, schrijven de onderzoekers. “Met de exploratie en productie van olie en gas zijn Safety Exclusion-zones (‘no go’-zones) afgebakend waar vissers niet mogen vissen.” Vissers die zich, al dan niet per ongeluk, in deze afgebakende ‘no go’-zones begeven, worden soms gearresteerd, anderen werden zelfs door marineofficieren geslagen.
De felle verlichting van de boorschepen (FPSO’s) trekt bovendien de meeste vissoorten aan. “Terwijl de vissen die voorheen in de oceaan werden verspreid, zijn ze nu geconcentreerd op één plek, rond de olieplatforms. De ‘no go’-zones, een afgebakende straal van duizend meter rond de FPSO’s, verbiedt lokale vissers echter om rond die FPSO te vissen. Vissers ervaren dat dit leidt tot een drastische daling van de visvangst”, valt in de studie te lezen.
Ook komt het regelmatig voor dat vissersboten en vistuig schade lijden door alle activiteiten rond de oliewinning. In Ghana beweren vissers dat ze in dat geval geen compensatie ontvangen, in welke vorm dan ook, van zowel de olie- en gasmaatschappijen als de overheid. “De enige ontvangen vergoedingen waren die van een aanvaring of ongeval op zee met een olieschip”, schrijven de onderzoekers. “Wanneer een olieschip per ongeluk in aanvaring komt met een vissersboot, wordt de zaak doorgaans onderzocht en wel opgelost. De tijd die nodig is om de kwestie op te lossen, hangt af van de feiten van de zaak. Het kan worden geregeld na enkele dagen of soms enkele weken.”
UNITEDNEWS
