SURINAME HEEFT GEPROMOVEERD KADER OM ONDERWIJS TE TRANSFORMEREN NAAR KENNISONTWIKKELING

Get real time updates directly on you device, subscribe now.

Het gemis van goed opgeleid kader en het liefst gepromoveerd kader en een kennisinstituut die het beleid beïnvloed en ontwikkeling stimuleert zijn cruciale voorwaarden naar vertrouwen en solidariteit over de ontwikkelingsrichting van Suriname.

Voor wat het onderwijs betreft zal volgens professor Jack Mencke die dringend getransformeerd moeten worden naar kennisontwikkeling. Er moet niet worden stil blijven staan met het regulier onderwijs.  Mencke sprak dinsdagavond samen met onderwijsdeskundige Ivan Fernald op de maandelijkse bijeenkomst van Kennis Kring in het Lalarookh gebouw. Daar gingen zij in op de vraag waarom het maar niet lukt met het onderwijs proces van Suriname en wat daaraan gedaan moet worden. Volgens Mencke ligt er een behoorlijke uitdaging voor Suriname die een schreiend tekort heeft aan top kader dat is gepromoveerd of met een academische graad. Zonder dit kader zal moeilijk gewerkt kunnen worden aan de ontwikkeling van het land en het ontwikkelen van leiderschap.

Suriname scoort bedroevend laag als het gaat om het afleveren van topkader. Uit cijfers die de hoogleraar presenteerde blijkt dat in Suriname slechts 1300 Surinamers een hogere beroepsopleiding of een academische studie hebben afgerond. In vergelijking met internationale trend is dat volgens Mencke bedroevend laag. In de Verenigde Staten is 2 procent van de bevolking gepromoveerd. De rest van de wereld heeft een gemiddelde van twee tiende procent.

In Suriname is dat 0.02 procent. In totaal zijn er nog maar nauwelijks 100 personen die werkelijke een gepromoveerde status hebben, terwijl ruim 1300 een hogere of academische studie hebben afgerond.

De structurele problemen in het Surinaams onderwijs vinden volgens Mencke hun oorsprong in en slecht gestructureerde samenwerking tussen onderwijsinstituten bij zowel de overheid als de particuliere sector. Er is geen beleidsorgaan dat kennisontwikkeling en beleid aanstuurt. In een voorbeeld verwijst hij naar Trinidad and Tobago waar alleen al in Port of Spain met 5 universiteiten jaarlijks 50 personen promoveren. In Suriname is het gemiddeld amper 1 persoon per jaar. Wat in dat land opvalt is dat het academisch beleid zich heeft geconcentreerd op onderwijsmodellen en streams die inspelen op de sterke sociale, culture en economische sterktes van het land.

“Er wordt dus een brug geslagen tussen academische opleidingen en de samenleving. Voor Suriname zal dat proces al vroeg aan het begin van de voortgezet onderwijs moeten plaatsvinden”, zegt Mencke die vindt dat het vakkenpakket van het onderwijs meer in lijn gebracht moet worden met de realiteit van het land.

Fernald merkt op dat er een mondiale transformatie gaande is waarop het Surinaams onderwijs niet op is aangesloten. Dit zal resulteren in het ver achteruitlopen van technische competenties en technologie. Het steekt hem dat Suriname haast immuun is voor veranderingen en dat processen heel langzaam op gang komen. We klampen ons krampachtig vast aan de verouderde leermiddelen en boeken. Het ontbreken van een consistent beleid in het onderwijs is voor Fernald een belangrijke obstakel in het ontwikkelingsproces van Suriname. “Er is geen geloofwaardigheid in het beleid van het ministerie van onderwijs Wetenschap en Cultuur. Innovaties die besproken worden moeten op een juiste manier plaatsvinden en moeten leiden tot beoogde effecten”.  Je kunt veel problemen voorkomen wanneer je in een voorstadium actoren erbij betrekt”, Zegt Fernald.

UNITEDNEWS