SURINAME ONHERKENBAAR GEBLEVEN ALS TREKKER BOSRIJKE LANDEN
Suriname heeft volgens minister Sylvano Tjon Ahing van Ruimtelijke Ordening grond en Bosbeheer ervoor gekozen af te zien van haar positie als trekker van het platfom van Bosrijke landen en te kiezen voor een individuele opstelling waarbij zelf kan worden onderhandeld over klimaatfinanciering en ook als zodanig de internationale markt voor carbon-handel kan betreden.
Een verandering in het politiek beleid, die sterk wordt bekritiseerd. In de speech van president Chandrikapersad Santokhi , die het staatshoof recent heeft gehouden op 26-ste klimaatconferentie in Glasglow, is Suriname inderdaad onherkenbaar gebleven als het meest beboste land ter wereld die het twee jaar terug aandurfde binnen het complex geheel van het klimaatvraagstuk, zich te profileren als leider van een High Forest Low Deeforestation –HFLD-platform dat ook nog erkend wordt door de partijen binnen het internationaal klimaatvraagstuk.
“HFLD is slechts een concept”, verdedigt Tjon Ahing de ingeslagen weg. “Het doel is niet anders. Het ligt in de naam. Alleen gaan we de vraagstukken via een iets efficientere weg benaderen”, zegt de bewindsman. Parlementarier Stephan Tsang die in tijdens de HFLD-conferentie in de regering zat en direct betrokken was bij de organisatie ervan zegt evenwel het jammer te vinden dat er geen continiuteit van beleid is geweest op dit stuk. “Het ging er juist om dat de landen die belang hebben bij klimaatfinanciering gezamenlijk zouden optrekken en projecten zouden ontwikkelen om die financiering aan te trekken voor hun economische ontwikkeling en behoud van hun biodiversiteit.
Klimaatverandering
Het probleem hoe klimaatverandering tegen te gaan, heeft in de kern te maken met het verminderen van de uitstoot van CO-2 schadelijke stoffen die als gevolg van voornamelijk industrialisatie van de rijke landen, zorgt voor de opwarming van de aarde en het, financeringsvraagstuk, waarbij met name armere landen en landen in ontwikkeling die niet hebben bijgedragen aan het probleem, beschermd en gecompenceerd moeten worden voor enerzijds de gevolgen en voor hun bijdragen aan het doel om de uitstoot van schadelijke stoffen helpen terug te brengen. De compensatie heeft vooral ermee te maken dat bijdragen aan dit doel meteen ook betekend dat een rem wordt gezet op de eigen economische ontwikkeling van de landen in ontwikkeling.
In dit geheel bleek in 2009 dat bossen, die CO-2 vasthouden voor ruim 30 procent bijdragen aan de oplossing van het klimaatprobleem. Op landen als Suriname, die bleek het bosrijkste land ter wereld te zijn, werd een beroep gedaan hun bossen te behouden, niet te kappen zoals is gebeurde in de rijke landen maar duurzaam in te zetten voor de eigen ontwikkeling. Niet alleen om deze reden maar ook omdat blijkt dat deze landen het meest staan blootgesteld aan de gevolgen van klimaatverandering, behoren zij net als de geindustrialiseerde landen tot ‘bijna’ volwaardige partners in het klimaatvraagstuk. Het ‘bijna is van belang omdat van het begin af aan, de toon voor hoe het vraagstuk op te lossen, wordt gezet door de rijke geindustrialiseerde landen. Een simpele reden, zoals staat opgetekend in het in 1997 opgetekend Kyoto klimaat protocol, is dat deze landen geen nationale doelen hebben, geen financiele en andere tehnische capaciteit. Die toon is hoewel verzachtend altijd gehandhaaft gebleven en wordt in de klimaatverdragen nu, bij een klimaatconferentie gesproken over ‘The Conference of the parties -COP- met het onderscheid van ‘annex -1 of rijke industrielanden en de landen in ontwikkeling.
Maar tot een oplossing van het probleem van klimaatverandering die als een steeds strakker wordende strop om de hals van de wereld hangt komt het niet. Geo-politieke machtstrijd, institionele belagen maken dat de griite wereld er niet in slaagd uitvoering te geven aan de eigen opgelegde afspraken en beloften in tal van milieu – verdragen, rapporten en akkoorden, over hoe het probleem op te lossen en de uitstoot te verminderen. En dat sinds de eerste klimaat conferentie en gemaakte afspraken in het eerste klimaatverdrag van 1995. Ook op de klimaattop onlangs in Glasgow stond het op scherp. Een scherpte aangekondigd door een vooraf gehouden bijeenkomst van de groep 20 meest geindustrialiseerde landen. G-20, die maar niet kunnen voldoen aan de ambitieuse afspraken die zijn gemaakt in het laatste klimaatakkoord van Parijs in 2015.
HFLD
Suriname heeft in februari 2019, met het voorgaande als decor, niet slechts om de organisatie maar in essentie internationale indruk en impact gemaakt met het bijeen brengen van de HFLD- landen. Lotgenoten die op hun eigen manier worstelen met het klimaatvragstuk, de voor hun al ingezette gevolgen van klimaatverandering, hoe, zonder het nakomen van de beloftes van de annex-1 landen te beantwoorden aan de doelen, maar meer nog in het verlengde daarvan te beantwoorden aan de dringende noodzaak hun eigen economieen tot ontwikkeling te brengen zonder dat zij gaan bijdragen aan klimaatverandering.
In Paramaribo is toen na een driedaagse conferentie, het ‘High Forest Low Deforestation’ – platform gecreeerd, met als doel een coalitie te smeden voor behoud van hun bossen, samen op te trekken en een sterke onderhandelingspositie te hebben bij het aangaan van deals
Dit voor het verhandelen van carbon credits, andere vormen van klimaatfinanciering en technische ondersteuning, waartoe de verantwoordelijke landen voor het klimaatvraagstuk zich aan hebben gecommiteerd maar niet of nauwelijks van de grond komt.
Impact HFLD
Het resultaat van de HFLD-conferentie valt vanuit het perspectief van het klimaatvraagstuk, ook voor de internationale gemeenschap die met het vraagstuk in haar maag zit niet te onderschatten. Het klimaatpannel van de Verenigde Naties vermelde in haar rapportage dat de conferentie in Paramaribo is afgesloten met een verklaring die de internationale gemeenschap oproept om de financiële kaders en mechanismen te vereenvoudigen en beter op elkaar af te stemmen om te voorzien in de behoeften van HFLD-ontwikkelingslanden.
De speciale afgezant van de Verenigde Naties Kitty Sweeb(Zie foto links) heeft in haar verslag aan de algemene vergadering van de verenigde naties de HFLD -conferentie aangeduid als een middel voor het oplossen van het probleem van klimaatfinanciering voor de bosrijke landen. In haar verslag wordt de gezamenlijke verklaring van de conferentie, die mede is georganiseerd door het ontwikkelingsprogramma van de VN, de UNDP en de UNDESA, dat is het economisch en sociaal programma van de Verenigde Naties, dan ook aanbevolen, opgenomen te worden in de documentatie van deze wereldorganisatie. De HFLD-conferentie, die later de Paramaribo-kruto werd genoemd, is bijgewoond door meer dan 350 internationale deelnemers. Naast vijftien HFLD-landen hebben ook de annex-1 landen, Finland, Frankrijk en Noorwegen deelgenomen. Meer nog waren aanwezig vertegenwoordigers van het Global Environment Facility, het Vaticaan, de UNDP, vertegenwoordigers van UNDESA, de Wereld Bank en andere internationale instituten die direct betrokken zijn bij klimaatfinanciering en het klimaatvraagstuk.
Suriname wordt in de Paramaribo verklaring door de landen opgeroepen het voortouw te nemen, het platform te promoten bij komende internationale evenementen, als ook een voortrekkersrol in te nemen bij het uitvoeren van de inhoud van de verklaring.
De Paramaribo verklaring bevat ook twee bijlagen, zoals een uitgebreide analyse en achtergrond informatie over het mobiliseren van klimaatfinanciering en de toekomstige stappen die genomen moeten worden.
Met deze achtergrond is de speech die president Santokhi onlangs heeft gegeven op de tweede dag van de Conferentie in Glasglow, een open deur intrappen en vooral niets nieuws dat al niet is uitgesproken en over de afgelopen dertig jaar staat opgetekend in milieu – rapporten en akkoorden. Met enige voorbereiding en het samenstellen van een HFLD-deskundig team die in grote mate al voorbereidend werk heeft verricht, had Suriname, niet alleen zichzelf beter kunnen profileren, maar, namens het platform een behoorlijke inbreng kunnen hebben in de onderhandelingen die moneteel gaande zijn. Het gaat uitendelijk bij de onderhandelingen om enorme en niet slechts politieke en financiele belangen. Een gezamenlijke optreden met als inzet enorme hoeveelheden carbon, de bescherming en duurzame ontwikkeling van de biodiversiteit en de economische ontwikkeling van de HFLD-landen, zou een betere uitgangspositie zijn geweest dan een individuele.
UNITEDNEWS|WILFRED LEEUWIN

