TRINIDAD GEEFT 17 CONCESSIES OP ZEE UIT/ LEERT UIT BLUNDERS GUYANA
De regering van Trinidad en Tobago (T&T) heeft tijdens de biedronde voor 2021 17 diepzee-olieblokken op de markt gegooid voor exploratie en exploitatie.
Het eiland hoopt dezelfde successen te boeken als de Caricom-zusterlanden Suriname en Guyana. De 17 offshore diepwaterblokken bevinden zich voor de noord- en oostkust van T&T. De deadline voor het indienen van een bod is gesteld op 2 juni 2022 om 12.00 uur.
De premier van Trinidad en Tobago, Keith Rowley, zegt dat de offshore-concessies die nu op de markt zijn, aan een interne technische evaluatie zijn onderworpen, waarbij ook rekening is gehouden met lopende ontwikkelingen in de toekomst.
Trinidad en Tobago is vastbesloten om niet in de voetsporen van Guyana te treden door in toekomstige diepzeecontracten clausules op te nemen.
Potentiële bieders worden er echter op gewezen dat zij een aantal belangrijke bepalingen in hun “Deep-Water Production Sharing Contract” mogen verwachten. Eén van die cruciale bepalingen is volgens de regering; de opname van ring-fencing voor alle overeenkomsten.
Volgens de regering van T&T zijn het aandeel van de staat in de winst van petroleum en de minimale werkverplichtingen, punten waarover kan worden onderhandeld.
In Guyana is er al enkele jaren zware kritiek van lokale en internationale actoren op het ontbreken van afschermingsclausules in de Production Sharing Agreement (PSA) voor het Stabroek-blok. Eerder dit jaar merkte het Institute of Energy Economics and Financial Analysis (IEEFA), dat de gevolgen van een “nul-ring fencing-bescherming” in het contract onderzocht, op dat meer aankondigingen van ontdekkingen in het Stabroek-blok door ExxonMobil weinig betekenen voor de burgerij.
Door het ontbreken van een afschermingsbepaling trekken ExxonMobil en zijn partners de kosten in verband met de Liza Fase Twee, Payara Projecten en andere exploratiewerkzaamheden immers in feite af van het Liza Fase Eén Project dat in productie is. Hierdoor wordt de toch al geringe winst die met Guyana moet worden gedeeld, volgens het instituut nog kleiner.
In een rapport getiteld: “Lack of Ring-Fencing Provision Means Guyana Won’t Realize Oil Gains before 2030s, if at all,” door Tom Sanzillo, directeur financiële analyse van het IEEFA, worden de verwoestende gevolgen van het ontbreken van deze bepaling nog eens extra belicht.
Volgens de berekeningen van het IEEFA zou Guyana in 2028 of eerder, jaarlijks meer dan 6 miljard US-Dollar moeten ontvangen, maar aangezien Exxon de armslag heeft om extra uitgaven in mindering te brengen op de inkomsten uit Liza Phase One, stelt de directeur financiële analyse van het IEEFA: “Guyana zal tot in de jaren 2030, zo niet langer, tekort worden gedaan”.
Wanneer de voorgaande punten worden afgezet tegen het feit dat de werkelijke kosten van ExxonMobils projecten, nieuwe ontdekkingen en droge gaten onbekend blijven, zinspeelde Sanzillo erop dat de overeenkomst met Stabroek Block de bevolking van Guyana in feite achterlaat “in een donkere afgrond van zorgwekkende financiële risico’s”.
UNITEDNEWS

