VERTELT DE REGERING SLECHTS HALVE WAARHEDEN OMTRENT DE DEALS?
Auteur: Armand Snijders
De regering pocht met de op handen zijnde deals met het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de obligatiehouders van Oppenheimer, die als het goed is in juni worden getekend. De overeenkomsten zouden Suriname alleen maar voordelen opleveren, zo wordt beweerd. Maar in werkelijkheid worden heel veel details verzwegen en halve waarheden vertelt. Want de belastingbetaler moet door de deals nog heel lang bloeden.
Het is een klein wonder dat het IMF na ruim een jaar weer bereid zou zijn nieuwe tranches van de eind 2021 overeengekomen lening van 675 miljoen dollar met Suriname te gaan overmaken. Tot nu toe hebben de gemaakte afspraken heel weinig opgebracht. En ze hebben zeker niet de verlichting opgeleverd voor de Surinamers die president Chandrikapersad Santokhi ze had voorgeschoteld. Integendeel zelfs: het IMF heeft de samenleving alleen maar lastenverzwaringen gebracht.
Om het geld uit Washington te krijgen, moest de regering aan heel wat voorwaarden voldoen. Zoals afbouw van de subsidies op brandstof, water en elektriciteit en de staatssteun aan overheidsbedrijven.
Die voorwaarden waren overigens niet door het IMF opgedrongen zoals steeds werd gesteld, maar door Suriname zelf voorgesteld.
Omdat al snel bleek dat de voorwaarden voor de lening niet werden nageleefd, werden na de eerste tranche begin vorig jaar geen geld meer overgemaakt. Het IMF schoof zelfs de noodzakelijke reviews op de lange baan. Minister Stanley Raghoebarsing van Financiën en Planning zei onlangs in De Nationale Assemblee vreemd genoeg dat dit “vanwege nationale en internationale redenen” was. Dat is natuurlijk klinkklare onzin.
Internationale factoren hebben daarbij helemaal geen rol gespeeld, die verzon de bewindsman erbij. De reden was puur dat Suriname in gebreke bleef. Zo was de Belasting Toegevoegde Waarde (BTW) nog niet ingevoerd omdat Suriname daar onvoldoende deskundigheid voor in huis had. En nog heeft, blijkens de hele chaotische invoering, die op 1 januari eindelijk plaatsvond. En veel zaken in het land nog duurder maakten.
Na een hele reeks moeizame gesprekken werd onlangs eindelijk toch een nieuwe Staff-Level Agreement (SLA) bereikt met het IMF. Daarmee is Suriname er nog niet maar de regering verwacht dat in Washington de Board Level binnenkort ook akkoord zal gaan en dat de dollars weer naar Paramaribo zullen stromen. Het eigenaardige is echter dat helemaal niet bekend is gemaakt wat de voorwaarden zijn waaraan Suriname moet voldoen. Dat maakt mensen zeer achterdochtig en er wordt gevreesd dat ze binnenkort weer met een verrassende lastenverzwaring worden geconfronteerd.
Ook de bekendmaking dat het IMF behalve de lening ook assistentie en technische bijstand zal bieden om de economie te herstellen, wordt met een korrel zout genomen. De internationale organisatie heeft dat al in heel veel landen geprobeerd, maar dat heeft zelden tot positieve resultaten geleid. In Sri Lanka bijvoorbeeld hebben deskundigen hetzelfde gedaan tijdens talrijke missies in de afgelopen jaren, zonder dat de economie daar gezonder van is geworden. Recentelijk heeft de eilandstaat zelfs voor de zeventiende keer een steunpakket gekregen. Het is dus een illusie te denken dat dit in Suriname wel lukt. Daar is namelijk ook een complete ommezwaai voor nodig in het denken van de politieke elite.
Wil de regering begrip kweken voor de gesloten deal, dan zal ze openheid van zaken moeten geven over wat het volk echt te wachten staat. Maar getuige de onfatsoenlijke wijze waarop vorige maand heimelijk de governement take op brandstof is verhoogd, valt het zeer te betwijfelen dat de regeerders hun leven wat dat betreft zullen beteren. De samenleving kan zich daarom beter schrap zetten voor wat komen gaat met de hernieuwde IMF-deal.
De drie tranches die Suriname inmiddels gemist heeft, worden niet alsnog overgemaakt, gaf Raghoebarsing toen hem daarnaar werd gevraagd schoorvoetend toe. Hij had het niet nodig gevonden dit uit zichzelf te vertellen. “Het wordt één tranche van 53 miljoen dollar. Dat is wel jammer, maar we gaan er komen”, aldus de weinig overtuigende bewindsman, die erkent dat Suriname een leenbedrag van in totaal zo’n 160 miljoen dollar misloopt.
Niet alleen de nieuwe IMF-deal is omgeven met wazigheden, ook de overeengekomen afspraken met de bondholders van Oppenheimer zijn niet in detail bekend gemaakt. De verwachting is dat daarvoor zeer binnenkort een handtekening wordt gezet door de regering en de schuldeisers, zeker nu aan één belangrijke voorwaarde is voldaan. Namelijk dat er een deal zou komen met het IMF.
Maar de regering zal er beter aan doen eerst de eerlijke cijfers openbaar te maken over wat ze precies heeft afgesproken. Ze praat alleen maar vol trots over de haircut (korting) van 25 procent en de lagere rente die ze heeft bedongen. Maar over wat de obligatiehouders daar precies voor terug krijgen, bestaat veel onduidelijkheid.
Doordat ook daarover slechts mondjesmaat mededelingen over worden gedaan, bestaat er enorm veel ruis en wordt gevreesd dat grote delen van de olieopbrengsten in Blok 58 -als daar ooit wordt geboord-in handen van de schuldeisers komen. De regering zegt van niet, maar in ieder geval is wel duidelijk dat tot 2050 ettelijke honderden miljoenen dollars extra -als goedmakertje voor de hun geleden verliezen- naar de obligatiehouders worden overgemaakt.
Voorlopig zit Suriname nog vast aan Oppenheimer en het IMF. En er zal nog heel veel water door de Surinamerivier moeten stromen alvorens het land af is van de junkstatus die het internationaal heeft. Het zou de regering sieren als ze dat het volk eens eerlijk vertelt. Zodat de burgers weten dat het nog jaren kan duren voordat zij iets in positieve zin zullen merken van de gevolgen van al die deals.
OPINIE
