VISVERGUNNINGEN: ROOKGORDIJN VOOR TERRITORIAAL GEZAG CORANTIJNRIVIER
Wilfred Leeuwin
Het heeft er alles van dat Suriname en Guyana in de nabije toekomst weer, of verder verwikkeld raken in een grensgeschillenproces, rond de westelijke grens in het zogeheten Tigri-gebied dat door Guyana wordt geclaimd en bezet wordt gehouden. Echter zal de aanpak van het conflict waar Guyana zich sterk voor maakt, meteen ook van invloed zijn op het reeds beslecht maritiem geschil in het noorden, waar de maritieme driehoek ligt en vaststaat dat daar enorme olie en gasvoorraden aanwezig zijn.
\De kwestie rond het wel of niet verstrekken van visvergunningen door Suriname aan 150 Guyanese vissers, mag in Suriname niet langer gezien worden als een op zichzelf staand geval. Het zal blijken van ondergeschikt belang te zijn, die nu als een rookgordijn wordt opgeworpen, om straks, samen met andere ‘ingrediënten’ de basis te vormen voor een nieuwe geschillenproces, aangemaakt door Guyana, om zijn claim op het Tigri-gebied in het westen en haar territoriaal gezag over de driehoek, zuidelijk in de Corantijnrivier voor eens en altijd in zijn voordeel te laten beslechten.
In september 2007 heeft het, Arbitrage Tribunaal inzake de VN-conventie over de rechten van de zee UNCLOS, beslist dat het grootste gedeelte van de Maritieme driehoek, die historisch altijd door Suriname als zijn grondgebied werd gerekend, moest worden afgestaan aan Guyana. De grondslag van deze arbitrale beslissing, was een claim van Guyana en de aanwezigheid van oliebronnen in het gebied en waarvoor Guyana reeds exploratie concessies had uitgegeven aan oliemaatschappijen. Suriname had in juni 2000, ervan uitgaande dat de hele driehoek haar toebehoorde, dan ook met militair ingrijpen het boorplatform van de Canadeese oliemaatschappij CGX verjaagd.
Nieuwe situatie
Als gevolg van het arbitraal besluit is voor beide landen een ‘nieuwe situatie’ ontstaan met name de ‘maritieme’ driehoek, die in tweeën werd gedeeld. Met de uitspraak werd een vrij groot deel van deze driehoek, die geheel bij Suriname hoorde, aan Guyana toegewezen, wat door het buurland dan ook werd vertaald als een grote overwinning die is behaald in het proces. Guyana heeft echter, al vanaf 1966 een cliam, die nog overeind staat, waarin het af wil van hoe op basis van historische beslissingen in plaatst van onderzoekingen bij een grensrivier de grens bepaald moet worden. Een wens die Guyana echter niet consequent wenst toe te passen bij de Boven Corantijn.
Tegen de achtergrond van de tribunalen uitspraak van het UNCLOS, die bindend is en betrekking heeft op het historisch dispuut over de maritieme grens tussen de beide landen, moet rekening mee gehouden worden dat Guyana daarnaast ook weer de opvatting heeft dat de Corantijnrivier niet in zijn geheel aan Suriname kan behoren. Guyana heeft al vanaf 1966 een cliam, die nog overeind staat, waarin het af wil van hoe op basis van historische beslissingen bij een grensrivier de grens bepaald moet worden. Op basis van die historische uitgangspunten vormt, volgens Suriname de linkerover van de Corantijnrivier de grens, terwijl volgens Guyana de Curoenirivier de grens vormt. Guyana wil dat nu op basis van het zogeheten ‘Thalwegprincipe’ de grens wordt bepaald. Dit zal betekenen dat de Corantijnrivier op een bepaald punt en dat loopt tot de zuidelijke driehoek, in tweeën wordt gedeeld. Op basis van de betekenis van het Thalwegprincipe, dat hieronder vanuit de literatuur is overgenomen, maar ook gezien de huidige economische ontwikkelingen van lucratieve olie en gasvooraden in het gebied dat aan Guyana is toegewezen, is de gewijzigde opvatting van Guyana begrijpelijk, meer nog is er voor Suriname alle reden er rekening mee te houden dat er voor Guyana een veel groter belang gepaard gaat bij het verstrekken van vergunningen aan vissers en de bouw van een brug over de Corantijnrivier.
Het thalwegprincipe, ook bekend als de thalwegdoctrine of de regel van de thalweg, is het
rechtsbeginsel dat als de grens tussen twee politieke entiteiten wordt aangemerkt als een waterweg,
zonder verdere beschrijving (bijvoorbeeld een middenberm, rechteroever, oostkust , laagwaterlijn,
enz.), volgt de grens de thalweg van die waterloop. In het bijzonder volgt de grens het midden van
de belangrijkste bevaarbare geul van de vaarweg (vermoedelijk het diepste deel). Als er meerdere
bevaarbare kanalen in een rivier zijn, wordt het kanaal gebruikt dat voornamelijk wordt gebruikt voor
stroomafwaarts reizen (waarschijnlijk met de sterkste stroming). Deze definitie is ook gebruikt in
specifieke beschrijvingen. Het Verdrag van Versailles specificeert bijvoorbeeld dat “in het geval van
grenzen die worden bepaald door een [bevaarbare] waterweg” de grens “de middenlijn van het
belangrijkste navigatiekanaal” moet volgen. (bron : Treaty of Versailles)
Er moet rekening mee worden gehouden dat tussen Suriname en Guyana, na de onafhankelijkheid van Suriname, daarvoor wel, er geen enkel grensverdrag is gesloten. De Claim van Guyana om middels een moderner rechtsbeginsel grensgeschillen te beslechten kwam in 1966, het jaar dat het onafhankelijk werd. Het is aanbevolen de tijdsperiode en de jaartallen in dit artikel goed in de gaten te houden. Het plotseling Suriname voor het gerecht slepen met als gevolg de uitspraak van het aribtrale hof in 2007, is mogelijk voor Guyana een dringende noodzakelijke tussenoplossing geweest om zijn belangen op dat moment ten aanzien van de door haar uitgegeven exploratie rechten aan oliemaatschappijen in de maritieme driehoek, veilig te stellen. En zoals is gebleken met succes.
Interpretatie vonnis
De Guyanese krant Stabroek News, publiceerde in september 2021 een artikel met als kop ‘Visvergunningen’. Dit naar aanleiding van de constante aan elkaar tegenstrijdige berichten door de overheden van zowel Suriname als Guyana. Stabroek news verwijst, in dat artikel, om het aandringen van Guyana op de visvergunningen en verwijst als rechtvaardiging daarvoor, naar een in juni van dat jaar gedane toezegging door president Chandrikapersad Santokhi aan zijn Guyanese collega Erfin Ali, dat Suriname schriftelijk de toezegging heeft gedaan, die bespreekbaar zal maken en dat de Guyanese vissers uiterlijk in januari van dit jaar hun visvergunningen, hadden moeten krijgen om ongehinderd op eigen gezag actief te mogen zijn op de Corantijnrivier. Wanneer vanuit het Surinaams standpunt dat is gebaseerd op de tribunale uitspraak, dat de Corantijnrivier in zijn geheel aan Suriname toebehoort, is met deze bovenstaande zin in het artikel van Stabroek News, niets aan de hand. Echter heeft na de publicatie van het artikel het Guyanees ministerie van Buitenlands Zaken Stabroek News aangeschreven dat de verwijzing naar de Corantijnrivier als te zijn waarvoor de vissers vergunningen nodig hebben, gecorrigeerd moet worden door de krant. In plaats van de Corantijnrivier moet er staan de Exclusieve Economische Zone (EEZ) van Suriname. Opmerkelijk maar ook begrijpelijk is, dat Stabroek News het volledig eens is met het ministerie en toegeeft een fout gemaakt te hebben. Sterker nog schrijft de Guyanese krant het volgende hierover, :
Zoals vorige week werd gezegd, kreeg het Surinaamse publiek na de uitspraak van het
Internationaal Tribunaal voor het Recht van de Zee in het maritieme geschil met dit land te
horen dat het tribunaal de Corentijnrivier aan Suriname had toegewezen. Dat is niet zo,
hoewel in de inleiding, die geen deel uitmaakt van het vonnis, wordt gezegd dat een
overeenkomst uit 1799 de grens tussen de twee naties op de westelijke oever van de rivier
plaatste, waardoor de hele rivier feitelijk aan Suriname werd toegekend. Deze weergave van
het vonnis is echter onjuist.
We hadden ook gezinspeeld op een ontwerpverdrag uit de jaren dertig tussen Nederland en
het VK dat de hele Corentijn-rivier aan Suriname zou hebben verleend, en de hele Nieuwe
Rivierdriehoek aan wat toen Brits Guyana was. Dat verdrag is nooit eerst getekend omdat de
Tweede Wereldoorlog tussenbeide kwam, en daarna omdat Surinaamse nationalisten na de
oorlog Den Haag onder druk zetten om dat niet te doen. Zoals de zaken er nu voorstaan, heeft
geen van beide partijen de internationaal erkende eigendom van de Corentijnrivier. Dat gezegd
hebbende, Paramaribo is altijd agressief geweest in het nastreven van zijn claims langs de grens
die het met ons deelt, en heeft altijd geopereerd alsof de rivier van hen was. De situatie werd
niet geholpen na het ITLOS-arrest in het voordeel van Guyana wat betreft het maritieme deel
van de grens. Destijds heeft de regering van president Venetiaan het Surinaamse publiek
misleidend verteld dat het tribunaal de Corentijnrivier aan hun land had toegekend.
Volgens twee technische deskundigen, Aashna Kanhai en Cor Pigot; beiden hebben namens Suriname in gezamenlijke grenscommissies van Suriname en Guyana gezeten; kan het bovenstaande categorisch worden afgewezen en bestreden.
De Corantijnrivier behoort in zijn geheel aan Suriname. Niet slechts historisch maar ook als gevolg van de tribunale uitspraak. Kanhai benadrukt dat, slechts de linkerover Guyana toebehoort. Hier moet evenwel op gewezen worden dat in de 1966 claim, Guyana stelt dat de Corantijnrivier niet Surinaams is, maar tot de internationale wateren behoort.
Het is, behalve voor de diplomatie en in geval van daadwerkelijk goede nabuurschap, niet relevant dat Suriname en Guyana elkaars bevolking bestoken met mooie woorden van vriendschap en samenwerking. Guyana’s president Irfaan Ali verwijst maar al te graag naar de woorden van president Santokhi, die stelt dat, het grensgeschil op een volwassen manier opgelost moet worden en het niet overgelaten moet worden aan toekomstige generaties. In de praktijk blijkt echter dat Guyana op een zakelijke manier de toekomstige belangen van haar generaties veilig stelt. De realiteit en de standpunten over grensgeschillen zijn en blijven onveranderd, ook een arbitrage in het grensgeschil op zee hebben die niet veranderd. Integendeel is er een nieuwe situatie ontstaan. Met het betwisten van de status van de Corantijnrivier door Guyana en de grenslijn op de linkeroever van de Corantijnrivier, is het wel degelijk van belang exact te weten voor welk gebied er visvergunningen uitgegeven moeten worden. Voor Guyana is dat zeker niet de Corantijnrivier, maar de EEZ van Suriname, simpelweg omdat volgens haar de rivier voor nu aan niemand toebehoort.
De woorden van president Santokhi zijn inderdaad mooi en nobel, maar dienen onder de gegeven omstandigheden, alles behalve het Surinaams belang. Erger nog, Guyana gaat, tegen de achtergrond van de olie en gas productie, gretig in op het voorstel van Suriname om samen een brug te bouwen over de Corantijnrivier en beijvert zich optimaal om beheersdaden uit te oefenen en daaraan rechten te ontlenen. De manier waarop Suriname omgaat met haar territoriale belangen is verwijtbaar en niet slechts aan een bepaalde regering toe te schrijven. Waar de koloniale overheerser in gebreke is gebleven ervoor te zorgen dat bij de onafhankelijkheid Suriname netjes begrensd wordt achtergelaten, is die lakse houding steevast gecontinueerd en zijn er geen beheersdaden uitgevoerd, uitgezonderd de verstrekking van visvergunningen voor de Corantijnrivier en de intensieve controle hierop. Echter heeft het bij de huidige regering een diepere dimensie gekregen. Guyana heeft over de jaren heen nimmer beloftes van vriendschap en samenwerking gedaan, die haar voorgenomen territoriaaal gezag over de betwiste gebieden in gevaar brengt. Waarom doet de regering onder leiding van president Santokhi die wel ?
In het handelen van Guyana is duidelijk dat alles eraan wordt en zal worden gedaan wat in zijn vermogen ligt om haar claim om het grensregiem over wat zij noemt de internationale rivier te wijzigen en het Thalwegprincipe, hard te maken. Een belangrijk wapen, dat daarbij wordt gehanteerd is het voeren van beheersdaden in het gebied dat zij betwist, zoals de bezetting van Tigri. Guyana zal immers willen aangeven zonder dat er middels een grensverdrag tussen de beide landen duidelijkheid is over de grenzen, zijn burgers altijd al gebruik maken van de Corantijnrivier om er te vissen en dat er, althans voor nu, een overeenkomst bestaat, een brug te bouwen, dat zal komen te staan in de ene helft van de rivier waarvan Guyana claimt daar recht op te hebben. Beide activiteiten met bewijsbare toestemming van Suriname. Hier zal dan totaal geen sprake zijn van speculatie, maar zal Guyana zich zonder schroom beroepen op het gewoonterecht dat uit de beheersdaden voortvloeit. Overigens worden de visserij activiteiten, zeker in de wateren die door Guyana worden geclaimd, voornamelijk ontplooid door Guyanese vissers zij het met of zonder een vergunning.
Positie Suriname
Beheer en beschikkingsdaden, behoren bij het beslechten van grensgeschillen, naast andere, zoals historische onderzoeksresultaten, tot een van de belangrijkste grondslagen voor een utspraak. De gretigheid van Guyana om samen de brug te bouwen, hoewel zij minder gretig schijnt te zijn aan de financiering bij te dragen en het aandringen op de visvergunningen, kunnen met alle redelijkheid niet los gezien worden van de claim die er is sinds 1966. En nu komt het,: Het gaat bij de Corantijn niet om zeerecht. Daarnaast geldt bij het gewoonterecht, bij grensgeschillen, dus ook de territoriale wateren, dat een periode van 40 jaar onafgebroken bezit zonder protest van toepassing is voordat het gewoonterecht van toepassing is. Guyana heeft decennia lang in tegenstelling tot Suriname niet slechts beheers en beschikkingsdaden uitgevoerd. Zijn positie om nu met een rechtsproces zijn claim hard te willen maken wordt overigens versterkt met uitgangspunten die van belang zijn in het internationaal recht. Welke beheersdaden zijn uitgevoerd, is en hoe vaak is er protest aangetekend (Suriname heeft internationaal nauwelijks werk van gemaakt zijn land en zee grenzen geografisch te claimen), hoe lang worden de beheersdaden uitgeoefend, welk land beschermd het betwist gebied tegen vreemde mogendheden, (Guyana heeft zelf Suriname uit het Tigri gebied verdreven door de vestiging van een permanente militaire post te Tigri). Een ander belangrijk punt is dat vooral gekeken wordt naar welke nationaliteit de mensen in het betwist gebied hebben. Op Tigri zijn er alleen Guyanese militairen en in gebieden zoals Oreala, waarvan de Surinaamse kustwacht ook al niet in staat is daar adekwaat controle uit te oefenen, spreken de bewoners Engels en hebben zij de Guyanese nationaliteit en vallen zij onder de Guyanese grondwet. Het ludieke in het geval van Oreala is ook nog dat, hoewel Suriname het eens is dat Oreala bij Guyana hoort en toestaat dat de lokale gemeenschap tot op leef en woongebruiken, gebruik mag maken van de rivier, deze Guyanezen zich tijdens hoog water, wel op Surinaams grondgebied bevinden. Deze belangrijke aspecten heeft ook Frans Guyana vooraf ingecalculeerd toen het vorig jaar Suriname een grensverdrag oplegde. Dit verdrag is hoewel het niet is geratificeerd door De Nationale Assemblee, stilzwijgend in werking getreden, omdat de Fransen slim genoeg daarin hebben voorzien met een clausule in het verdrag. Hierover meer in een andere artikel.
Wat te doen nu? Suriname kan met zijn uitgangspunten voor een tribunale beslissing in het geval van Guyana, waarschijnlijk alleen nog maar de schade zoveel als mogelijk beperkt houden. De regering zal, zoals vele maatschappelijke groepen en politieke partijen de afgelopen anderhalf jaar hebben opgeroepen, deze kwestie op een zakelijke manier en lettend op het Surinaams belang, bespreekbaar moeten maken in De Nationale Assemblee. Het parlement zal zonder enge en partij populistische opstelling de regering ter verantwoording moeten roepen voor wat betreft de gemaakte afspraken voor visvergunningen en de bouw van een brug over de Corantijnrivier. Hoe hard het ook klinkt om dit artikel mee te beeindigen, kan het tegen beter weten in, weggeven van de terriotoriale rechten en grenzen, waarop Suriname en haar bevolking recht menen te hebben, niet anders vertaald worden dan als te zijn een ernstige misdaad tegen land en volk.
UNITEDNEWS