WEER GEEN UITSPRAAK IN GELDZENDINGSZAAK SURINAME
Het is dinsdag wederom niet gekomen tot een uitspraak in de cassatiezaak over de geldzending van Surinaamse banken die in Nederland werd geconfisqueerd door het Openbaar Ministerie.
De Hoge Raad heeft nu 6 juli aanstaande aangegeven als datum waarop het oordeel zal worden gegeven in deze slepende zaak. De Nederlandse advocaat die de Surinaamse banken in deze case verdedigt zegt dat er geen reden is opgegeven waarom nog geen vonnis kon worden gewezen.
Hij wijst erop dat de Hoge Raad de hoogste gerechtelijke beroepsinstantie is voor Nederland en enkele voormalige kolonies. In april 2018 had het OM Nederland te Schiphol een gezamenlijke geldzending van De Surinaamsche Bank, Finabank en Hakrinbank van in totaal 19.5 miljoen euro aangehouden en in beslag genomen. Het geldtransport was georganiseerd door de Centrale Bank van Suriname die zo Surinaamse banken accommodeerde om in Azie, met name Hongkong, contante euro’s om te wisselen voor cash Amerikaanse dollars die naar Suriname werden teruggebracht.
De banken werden verdacht van witwassen wat ze allemaal met klem hebben ontkend. Nadat het OM had geweigerd de gelden vrij te geven begonnen de banken een rechtszaak tegen Nederland.
Door de rechtbank in Haarlem werd het OM in het ongelijk gesteld en werd gesommeerd de gelden vrij te geven.
Het OM weigerde en ging in beroep bij de Hoge Raad.
UNITEDNEWS
