WIE VOLGT SANTOKHI EN BRUNSWIJK OP?
Auteur: Armand Snijders
Er wordt vaak opgemerkt dat er (terecht) veel kritiek geleverd wordt op de regering, maar dat er nauwelijks alternatieven worden aangedragen. Want er zouden geen geschikte kandidaten zijn om de plaatsen van president Chandrikapersad Santokhi (VHP) en vicepresident Ronnie Brunswijk (Abop) in te nemen. Maar is dat wel zo?
Vrijwel iedereen heeft de buik vol van Santokhi en zijn regering. Hij heeft in de ogen van heel veel Surinamers nog geen enkele verbetering gebracht in hun leefsituatie. Sterker nog, een ieder is er fors op achteruit gegaan. De leiders lijken het spoor behoorlijk bijster en zaaien met hun inconsistente beleid vooral verwarring, terwijl gedane beloften veelal nauwelijks worden nagekomen.
Maar wat is het alternatief als de regering naar huis wordt gestuurd? Die kans is overigens miniem, want Santokhi weigert onder alle omstandigheden te wijken. Dus de kiezers kunnen zich beter richten op de eerstvolgende stembusgang van 25 mei 2025, dat is realistischer. Maar wat moeten we dan kiezen, als we de huidige leiders niet meer willen?
Het nachtmerriescenario voor veel Surinamers is dat de NDP van Desi Bouterse het weer voor het zeggen krijgt, met ‘aardappel- en uienboer’ Ashwin Adhin mogelijk als president. Dat is een spookbeeld dat geen weldenkend mens ziet zitten.
De partij, die in 2020 uit het machtscentrum werd weggejaagd, heeft sindsdien geweigerd de hand in eigen boezem te steken en beweert hoog bij laag dat zij na tien jaar regeren geen enkele blaam treft voor de extreme malaise waar wij nu in zitten. Iedereen die nu aan het pinaren is, weet wel beter.
Toch werpt de partij zich nu op als hét alternatief voor de huidige regering; zij zal de problemen in het land wel even oplossen. Dat klink logisch als je weet dat ze de meeste van die problemen zelf hebben veroorzaakt. Maar hoe de partij dat denkt te gaan doen, wordt in het midden gelaten.
Het enige dat ze willen is weer in het machtscentrum, waarna we hoogstwaarschijnlijk weer hetzelfde destructieve beleid krijgen als tijdens de vorige NDP-regeringen -onder Bouterse en Jules Wijdenbosch. Zeker zolang de partij weigert te vernieuwen en -al dan niet besmuikte- politici als bijvoorbeeld Adhin, Bouterse, en Rabin Parmessar aan hun stoel vastgeplakt blijven zitten, heeft de partij volgens menigeen helemaal niets te zoeken in het centrum van de macht.
Ook bij de andere gevestigde partijen hebben kiezers die echt veranderingen willen en niet meer achter politici met loze beloften, voedselpakketten en hole frasen willen aanlopen, weinig tot niets te zoeken.
De partijen die behalve de NDP nu in De Nationale Assemblee zitten, hebben allemaal hun kans gehad om mee te regeren en hebben daar uiteindelijk weinig van gebakken.
Oppositiepartij BEP is als toenmalige coalitiegenoot medeverantwoordelijk voor de puinhoop die de regering-Bouterse in 2020 heeft achtergelaten. De VHP, Abop en Pertjajah Luhur dragen momenteel bij aan het huidige onsamenhangende beleid dat -ondanks de optimistische woorden van Santokhi ter gelegenheid van drie jaar van zijn regering- tot weinig verbetering voor de samenleving heeft geleid.
De NPS heeft ook in de coalitie gezeten, maar is daar waarschijnlijk veel te laat uitgestapt om die fout nog op tijd te kunnen corrigeren.
Zeker niet als voorzitter Gregory Rusland nog mag blijven zitten.
Want een deel van de achterban heeft de partij de rug toegedraaid omdat hij een kleine drie jaar door Santokhi en Brunswijk over zich heen heeft laten lopen en niet naar de kritieken luisterde.
De groene partij zou er beter aan doen om een fris nieuw gezicht op de voorgrond te laten treden en de kar bij nieuwe verkiezingen te trekken. Sowieso zou de NPS volgens kenners flink kunnen profiteren van de wijzigingen van het kiesstelsel. Zeker bij het op tafel liggende voorstel van de VHP-Assembleeleden Dew Sharman en Cedric van Samson – waarbij iedere stem echt even zwaar telt – zou het huidige zetelaantal van drie op zijn minst worden verdubbeld.
Als de partij het de komende twee jaar slim aanpakt, met een realistisch verkiezingsprogramma op de proppen komt en de juiste, betrouwbare kandidaten naar voren schuift, zouden dat er zelfs meer kunnen worden en kunnen de gloriejaren van weleer weer herleven.
Ook regeringspartij VHP mag vreemd genoeg niet helemaal afgeschreven worden. Hoewel de partij er na drie jaar regeren onder voorzitter Santokhi uiterst beroerd voor staat, zou ze zich kunnen oprichten. Mits er binnen De Olifant de op handen zijnde revolte wordt doorgezet, Santokhi als voorzitter wordt afgezet en daarmee wordt voorkomen dat hij in 2025 nogmaals president wordt.
Indien de nieuwe leider door het stof gaat voor de fouten van zijn voorganger en zijn regering, maakt de oranje partij nog kans. In het nieuwe kiesstelsel zou de VHP op basis van de uitslag van 2020 iets meer zetels krijgen dan nu het geval is. Maar zoals de situatie nu is, zal er in 2025 toch een gevoelige nederlaag worden geleden.
Datzelfde geldt voor Abop, dat vooral in Brokopondo flink zal moeten inleveren. Want de kiezers rekenen de partij het lakse optreden van de regering bij de watersnood in dat district en Brunswijks handelen in de kwestie Diana Pokie zwaar aan. Elders in het land verliest de Abop zetels door de veranderende indeling van de kiesdistricten. Dit alles zal de partij -met Pertjajah Luhur- terugwerpen naar de oppositiebanken.
Misschien dat de VHP met de NPS, áls die partij zich weet op te richten, en enkele (oude) nieuwkomers onverhoopt toch een meerderheidscoalitie kan worden gesmeed. Wie die nieuwkomers zullen zijn, is nu nog koffiedik kijken. DA’91 timmert flink aan de weg, maar voorzitter Angelique del Castillo wordt door veel Surinamers toch beschouwd als iemand van de oude rijke elite. Dus die krijgt hooguit één zetel.
Voormalig coalitiepartner HVB schreeuwt tegenwoordig ook van de daken dat de regering er niets van bakt en dat het allemaal anders moet. Maar de samenleving is nog helemaal niet vergeten dat het HVB-minister Mike Noersalim was die ruim drie jaar geleden percelen in de Cultuurtuin had uitgegeven aan onder meer familieleden en collega-politici. Dus hij is niet bepaald het schoolvoorbeeld van een integere leider. En dus blijft die partij waarschijnlijk met lege handen staan.
Voormalig coalitiepartner DOE hoopt eveneens op een comeback, al zal dat niet eenvoudig zijn na het mislukte avontuur van ex-voorzitter Carl Breeveld met de NDP. Alle andere partijen zijn op dit moment te onbeduidend om ook maar enige rol van betekenis te kunnen spelen na de eerstvolgende verkiezingen. Er lopen echter -vooral jonge- mensen in Suriname (of daarbuiten) rond die enthousiast en onbevangen genoeg zijn om het land nu eindelijk eens echt vooruit te helpen.
Maar dan moeten ze ook de kans krijgen om zich de komende twee jaar te ontplooien en te bewijzen dat ze daar echt toe in staat zijn. Behalve dat nieuwe leiders een gezonde dosis kennis en een heldere kijk op zaken moeten hebben, zullen ze aantoonbaar van onbesproken gedrag en betrouwbaar moeten zijn. Want naar zulke leiders hunkert de samenleving meer dan ooit.
OPINIE

