WORDT INDIA IN 2023 EEN ECHTE WERELDMACHT?
Nu China de nieuwe wereldmacht is, positioneert India zich als het nieuwe rijk in het midden. Is de rest van de wereld overtuigd? En wat doet India om zijn geopolitieke positie te vestigen, zijn belangen te verzekeren, zijn imago op te poetsen? Geen beter jaar om die vragen te beantwoorden dan 2023.
‘Een mondiale rajsuya yagna’, zo vat politiek journalist en auteur Sushant Singh het plan van de Indiase regering voor 2023 samen, wat betekent ‘een consecratie van de heerser door de hele wereld’.
Het podium waarop die symbolische wijding moet plaatsvinden, is de G20, het permanente forum waar de 20 grootste economieën van de wereld elkaar ontmoeten en overleggen over de aanpak van de wereldeconomie. India zit dit jaar in de voorzittersstoel, en dat is niet toevallig. Door een jaar uitstel te vragen, zorgde de regering Modi ervoor dat India in de mondiale schijnwerpers staat in het jaar dat recht naar de algemene verkiezingen van 2024 leidt.
Bovendien is India sinds september 2022 ook een jaar lang voorzitter van de Shanghai Cooperation Organisation (SCO). Dat is de continentale veiligheidsorganisatie waarin China en Rusland de lakens uitdelen, maar waarvan ook de Centraal-Aziatische staten, Iran, Pakistan en India deel van uitmaken.
Intussen probeerde India de voorbije twee jaar als niet-permanent lid van de VN-Veiligheidsraad zijn vraag voor een permanent zitje warm te houden, en klinken er steeds meer pleidooien om de G7 uit te breiden met India.
De jaarlijkse G20 top vindt plaats op 9 en 10 september in Delhi. De jaarlijkse SCO-top zal daar wellicht op aansluiten.
Narendra Modi wil zichzelf dan met zowat elke wereldleider van belang amicaal laten fotograferen, om duidelijk te maken dat de plaats van India in de wereldpolitiek samenvalt met het aanzien dat de premier wereldwijd geniet. Het plan is eenvoudig en doorzichtig, maar dat wil niet zeggen dat het vanzelf zal lukken.
Want wil de rest van de wereld wel meespelen in het stuk dat door Delhi geregisseerd wordt? En wat zal daar dan tegenover moeten staan?
Een zelfverklaarde woordvoerder van het Zuiden
Het startschot voor wat het “Jaar van India’s Doorbraak op het Wereldtoneel” moet worden, werd gegeven begin januari. Tijdens een virtuele Voice of Global South Summit wou India zich profileren als de woordvoerder van het hele Globale Zuiden, onder andere binnen de G20.
De Voice of Global South Summit staat geheel los van de G20-top. De “bijeenkomst” is een hedendaagse echo van het initiatief en de ambitie van India’s eerste premier, Jawaharlal Nehru. Maar dat zal je Modi of zijn regering vandaag niet horen zeggen, Nehru was in 1947 kop van Jut voor de hindoenationalisten.
Enkele maanden voordat Brits-Indië onafhankelijk (en gesplitst) zou worden, riep Nehru een Asian Relations Conference samen in Delhi. Het doel was de samenwerking van de nieuw onafhankelijke landen te bevorderen en de “natuurlijke” leidende rol van India te bevestigen. Toen al botste Nehru een eerste keer met China, omdat ook een Tibetaanse delegatie uitgenodigd was.
De conferentie was eenmalig. Later moest Nehru het initiatief aan Indonesië laten, waar in 1955 de Bandung Conferentie plaatsvond. Die zou uiteindelijk leiden tot de oprichting van de Beweging van Niet-gebonden Landen.
Sinds 2014, het jaar dat Modi aan de macht kwam, ging hij nooit naar een topbijeenkomst van die beweging, op één videoverklaring over covid in 2019 na dan. Dat hij nu 120 landen uit het Globale Zuiden uitnodigt om inbreng te geven voor de stem die India op het wereldtoneel kan vertolken, is dan ook opvallend.
Aan de virtuele top namen evenwel maar een zeer beperkt aantal ministers of regeringsleiders deel. Het gaf bijgevolg niet echt een blijk van mondiaal vertrouwen in het zelfverklaarde Indiase leiderschap.
‘Een opgestoken middenvinger naar India’s mondiale ambities’, noemt Sumit Ganguly het zonder omwegen. Ganguly is professor Indiase Culturen en Beschavingen aan Indiana University.
‘Grote verklaringen en grandioze ambities betekenen niets als de materiële mogelijkheden om dat alles waar te maken ontbreken.’
Op de vraag waarom India er niet slaagt zich te profileren als stem van het Globale Zuiden antwoordt hij: ‘Omdat die brede groep van landen verre van eensgezind is over een heleboel thema’s. Maar belangrijker is dat grote verklaringen en grandioze ambities niets betekenen als de materiële mogelijkheden om dat alles waar te maken ontbreken.’
‘Alleen al het feit dat India een veel te klein diplomatiek kader heeft, speelt het land internationaal parten en beperkt zijn kansen om een rol van betekenis te spelen. Bovendien is de aantrekkingskracht van India beperkt omdat er veel te weinig gebeurt om de schrijnende armoede en de gapende ongelijkheid aan te pakken. Het oude Engelse gezegde “Dokter, genees jezelf” geldt ook voor India: voordat je de wereld kan redden, stel je beter eerst in eigen land orde op zaken.’
Dekoloniseer de Verenigde Naties!
De Voice of Global South Summit bood wel een interessante gelegenheid om zicht te krijgen op de geopolitieke strategie en prioriteiten van India. ‘Drie vierde van de mensheid leeft in onze landen’, zei premier Modi in zijn openingstoespraak op 12 januari. ‘En dus zouden we een evenredige stem in het mondiale gesprek moeten hebben.’
De toon van Modi was uitgesproken tiersmondistisch. ‘De meeste mondiale problemen van vandaag werden niet gecreëerd door het Globale Zuiden, maar ze raken ons wel meer.’ Hiermee verwees Modi naar covid, klimaatverandering, terrorisme en ‘het conflict in Oekraïne’.
Modi vatte zijn oproep samen als een programma van vier R’s: respond, recognize, respect & reform. ‘De wereld moet de prioriteiten van het Globale Zuiden beantwoorden, het principe van gedeelde maar gedifferentieerde verantwoordelijkheden erkennen, de soevereiniteit van alle naties respecteren en internationale instellingen zoals de Verenigde Naties hervormen.’
Op het einde van de openingssessie kwam Modi opnieuw aan het woord en benadrukte hij nog eens dat de toekomst van de wereld in het Zuiden ligt, ook al werd het recente verleden gedomineerd door het Globale Noorden. ‘Als wij samenwerken, kunnen we de mondiale agenda bepalen. Samen moeten we de cyclus van afhankelijkheid van systemen en omstandigheden, die wij niet zelf bepaald hebben, doorbreken.’
Een bovenmenselijke taak, maar India kan dat aan
India wil breken met een wereldorde die ontworpen is door het Westen en al acht decennia lang de belangen dient van datzelfde Westen. Dat is ook een van de kernstellingen in The India Way. Strategies for an Uncertain World, een boek dat de huidige buitenlandminister, Subrahmanyam Jaishankar, in 2020 publiceerde. En voor wie vindt dat Modi’s uithaal naar systemen en internationale instellingen alles bij elkaar erg vaag blijft, zorgt Jaishankar voor een meer uitgesproken en duidelijk standpunt.
‘De sleutel die de blijvende kracht van het Westen verklaart,’ zo schrijft hij, ‘is het geheel aan instellingen en praktijken dat door het Westen stapsgewijs maar met vaste hand opgezet werd gedurende de periode van zijn dominantie. Er bestaat zo goed als geen domein van menselijke activiteit dat er niet op een of andere manier door vormgegeven of gereguleerd wordt. Er worden regels opgelegd voor de hele wereld én voor de mondiale commons.’
‘Die regels worden onderbouwd door een narratief dat het Westen goed uitkomt, terwijl het zijn concurrenten in een ongunstiger daglicht stelt. Die mix van instellingen, regimes, regelgeving en inzichten vormt een zodanig complex web dat het een bovenmenselijke taak wordt om er alternatieven voor te creëren. Nochtans zal dat, naarmate de mondiale herverdeling van macht verdergaat, onvermijdelijk gebeuren.’
Jaishankar legt ook uit dat India de beoogde herschikking van de wereldmacht wil realiseren door gebruik te maken van bestaande rivaliteiten tussen grootmachten. En dat het de contradicties die daaruit voortkomen gewoon aanvaardt als de consequentie van wat hij harde geopolitiek noemt.
‘India maakt zowel deel uit van de RIC (Rusland, India, China, red.) als van de JAI (Japan, India, Amerika, red.), van de Quad (VS, India, Australië en VK, red.) als van de SCO (Shanghai Cooperation Organisation, met China en Rusland, red.). India onderhoudt nauwe banden met zowel Iran als Saoedi-Arabië, en met zowel Israël als de Palestijnse Autoriteit’, noteert de Franse India-expert Christophe Jaffrelot in een bespreking van Jaishankars boek.
Dat laatste is maar half waar: de banden met Israël zijn veel sterker dan met de Palestijnen, en zijn onder Narendra Modi een kernkeuze in India’s geopolitiek geworden. Dat blijkt onder andere over de samenwerking binnen de I2U2, een defensie- en economische samenwerking tussen Israël, India, de Verenigde Arabische Emiraten en de Verenigde Staten.
Bovendien is de geopolitieke opstelling die Jaishankar beschrijft ‘van voor de oorlog’. Sinds de inval van Rusland in Oekraïne is het hele geopolitieke landschap dooreengeschud en gepolariseerd. Dat laat steeds minder ruimte voor een buitenlandbeleid dat van meerdere walletjes tegelijk wil eten. De combinatie van allianties was voor India een strategie om in het midden van het geopolitieke bed te belanden. Die tijd is voorbij.
De combinatie van een maritieme alliantie met de VS, Japan en Australië met de continentale alliantie onder leiding van China en Rusland ‘was mogelijk zolang die maritieme en continentale machten elkaar niet naar de keel vlogen’, schrijft C. Raja Mohan, geopolitiek expert aan het Asia Society Policy Institute in Delhi. Die tijd is definitief voorbij.
‘Drie decennia geleden deed India een beroep op Rusland en China om samen een multipolaire wereld te promoten op een unipolair moment dat gedomineerd werd door de Verenigde Staten. Toen het geconfronteerd werd met het vooruitzicht van een door China gedomineerd Azië, wendde India zich tot de Verenigde Staten en hun bondgenoten om de regionale machtsbalans te herstellen. Die overgang is tegelijk urgenter en ingewikkelder geworden door Poetins oorlog tegen Oekraïne en de nieuwe Russisch-Chinese alliantie.’
In zijn wekelijkse column voor The Indian Express stelt Raja Mohan dat India moet kiezen. Ofwel voor het Eurazië van de Shanghai Cooperation Organisatie, dat India, Pakistan en Iran betrekt bij de alliantie van China, Rusland en de Centraal-Aziatische staten. Ofwel voor wat hij het “nieuwe Eurazië” noemt; de groeiende defensiesamenwerking tussen de VS, de Europese Navo-landen en Japan, Zuid-Korea en Australië. Makkelijk is die keuze niet, al neigt India naar alle mogelijkheden die de macht van China en Pakistan inperken.
Historisch heeft India veel affiniteit met Moskou. Dat heeft onder andere als gevolg dat het Indiase leger een vaste klant is bij de Russische wapenindustrie.
Dat was al vervelend lang voordat Poetin en Xi een “verbond zonder grenzen” en “zonder verboden terreinen” sloten in februari 2022. Nu die twee handen op één buik verbonden werden, is de afhankelijkheid van Russisch militair materieel gewoon bedreigend, want India moet het vooral kunnen inzetten om zijn eigen grondgebied te verdedigen tegen … China.
