‘YELLOW UNIONS’  ZIJN ALS EEN DOLKSTEEK IN HET HART VAN VAKVERENIGINGEN  

De oprichting van twee nieuwe vakbonden op het ministerie van Openbare Werken heeft noch-al wat stof doen oplaaien. De oprichting komt bijkans een maand na uitspraken van minister Riad Nurmohamed van dit ministerie dat, hij zelf in staat is te zorgen voor de belangen van zijn medewerkers en als minister ervoor moet zorgen dat er balans is in de belangen.

De term ‘Gele vakbonden, ofwel ‘Yellow Unions’’ is in de jaren zeventig bij het opkomen van het facisme gegeven aan vakverenigingen die werden opgericht en gecontroleerd door overheden en werkgeversorganisaties. De term is nog onbekend in Suriname, maar een fenomeen dat mogelijk wel onder de oppervlakte aanwezig is. Het is als een dolksteek die het hart treft, als het gaat om de essentie en het recht van vakverenigingen. De twee nieuwe bonden op het ministerie zijn, de Algemene Werknemers organisatie van het ministerie van Openbare werken (AWOW) en de andere is Bond Personeel Openbaargroen en Afvalbeheer (BPOGA). Met de gedane uitspraken van de bewindsman lijkt het er veel op dat hier sprake zou kunnen zijn van ‘gele vakbonden’.

 “De minister probeert ons uit te schakelen”, zegt vakbondsleider Michael Sallons, voorzitter van de zes bestaande bonden op het ministerie, waarmee Nurmohamed al vanaf zijn aantreden als minister op het ministerie in een dispuut verwikkeld is. 

De voorzitter van de twee nieuwe bonden op Openbare werken is vakbondsleider Donovan Grep. Hij ontkent dat de minister iets te maken heeft met de oprichting van de nieuwe bonden. Volgens hem hebben werknemers van het ministerie en van het directoraat, Openbaar Groen en Afvalbeheer hem al geruime tijd benaderd om de bonden op te richten, ‘omdat zij ontevreden zouden zijn en geen vertrouwen meer zouden hebben in Sallon. “Ik heb ze in eerste instantie altijd terug verwezen naar hun voorzitter” zegt Grep. Echter heeft hij nu toch besloten gehoor te geven aan de oproep van de medewerkers. Grep ziet geen verband te zien in het gegeven daat zowel hij als minister Nurmohamed behoren tot de regeringspartij, de VHP.

De oprichting zou daar niets mee te maken hebben. “Welke vakbondsleider behoort niet bij een politieke partij tegenwoordigd” zegt Grep. Over de uitspraken van Nurmohamed zegt Grep, “De minister is zelf voor zijn uitspraken verantwoordelijk. Ik heb hem zelf ook wel gewezen op uitspraken die hij heeft gedaan ten aanzien van het opvragen van verlof door medewerkers op het ministerie, maar met de oprichting van de bonden heeft hij niets te maken:”, zegt de vakbondsman.

Uitspraken Nurmohamed

Minister Nurmohamed die ook gebeld is geworden om een reactie te geven in dit artikel en hem te confronteren met zijn  uitspraken, heeft echter zijn telefoon meerdere keren niet beantwoord. De oprichting van de beide bonden volgt enkele weken nadat de minister publikelijk heeft aangegeven dat er teveel bonden zijn op zijn ministerie en hij ervoor moet waken dat de belangen niet tegen elkaar botsen. Volgens hem zou in feite er helemaal geen behoefte moeten zijn voor een vakbond omdat hij een openbeleid heeft waar ieder zijn behoefte  kan komen bespreken en hij zelf in staat is de belangen van zijn medewerkers te behartigen. “In de loop der jaren zijn mensen politiek gaan spelen met vakbonden. Wat je ook hebt is dat luie ambtenaren vaak achter vakbonden gaan schuilen om hun ding gedaan te krijgen. Bij deze minister geld dat iedereen zelf zijn ding kan komen bespreken. Het is een open beleid. Er zijn zes bonden bij Openbare werken en ik moet er op letten dat de belangen niet botsen. De ene vraag A  de andere vraag B en  ik moet ervoor zorgen dat als de norm A is de Norm A blijft. Dat is het nadeel van veel bonden bij Openbare Werken. Ik deal met de realiteit; wat speelt er op het veld, waarmee is men bezig, zijn er serieus ambtenaren in dienst of zijn er ambtenaren in dienst die worden misbruikt. Dan moet ik er op letten als minister”, zei Nurmohamed een maand voor de oprichting van de bonden in een interview met het ochtendblad De Ware Tijd, terwijl op de nieuwssite Starnieuws eveneens een artikel is verschenen met dezelfde strekking en inhoud.

Tijdens de voorbereiding op de oprichting van de nieuwe bonden zou volgens Sallons de minister een belangrijke rol hebben gespeeld. De dag voor de oprichting zouden er vanuit het ministerie met goedkeuring van Nurmohamed bekendmakingen en oproepingen zijn gedaan aan alle medewerkers om de oprichting van de twee bonden bij te wonen. Grep zegt dat hij en niet de minister daar voor verantwoordelijk is.

Yellow Unions

Deze kwestie heeft ook de aandacht getrokken van de arbeidsverhoudingen deskundige, Reynold Simons. Hij is specialist op dit gebied en voormalig topper bij de Internationale Werknemers Organisatie ILO. Hij zegt de uitspraken van Nurmohamed ook gelezen te hebben in de media. Volgens hem zou, strikt formeel,  pas op basis van onderzoek met stelligheid gezegd kunnen worden dat een minister uit het regeerteam zich bezighoudt met het oprichten van een ‘gele vakbond’. In elk geval moet geconstateerd worden dat de door de werkgever erkende vakbonden, waarmee de werkgever in conflict is, dat beweren.  Hij vindt dat zowel deskundigen als beleidsmakers deze ontwikkelingen nauwlettend moeten volgen omdat een dergelijke trend haaks staat op de nationale, regionale en internationale consensus. Het gaat om het principe dat werknemersorganisaties vrij moeten zijn van controle door werkgevers. “Wij hebben dat als land in internationale verdragen en door participatie in de ILO onderschreven. Het is niet nieuw dat bepaalde werkgevers het functioneren van vakbonden willen frustreren door vakbonden op te richten die onder hun controle staan.

In verschillende landen waaronder Nederland en de USA is er speciaal hiervoor wetgeving aangenomen. Werkgevers, ook ministers, zijn niet beter instaat dan een vakbond om de belangen van hun werknemers te behartigen. Dit maakt het probleem zoveel malen erger als het komt van personen met regeringsverantwoordelijkheid hebben” zegt Simons.

“Je kan als persoon je opvattingen hebben maar als minister kan je dat hooguit binnenskamers tot uitdrukking brengen, maar niet a-publiek, want dan wordt het beleid. Er zijn op het stuk van het arbeidsverhoudingen beleid, grondwettelijke uitgangspunten en wettelijke regelingen. Ook heeft de regering een beleid naar de vakbeweging toe en is zij formeel in een Sociaal Akkoord met de vakbeweging. De regering zal dus klaarheid moeten brengen in wat haar beleid op dit stuk is en waar nodig zelfcorrigerend moeten optreden.

Gele vakbonden zijn vakverenigingen die gecontroleerd en mede opgericht worden door de werkgever, zowel bedrijven als de overheid. Ze worden door de overkoepelende internationale en regionale werknemersorganisaties niet erkend. Maar ook voor de Internationale Arbeiders Organisatie (ILO), een deel organisatie van de Verenigde Naties, worden ‘gele vakbonden’ geweerd en gezien als een inbreuk op het internationaal recht van werknemers om hun eigen, onafhankelijke organisaties op te zetten en te leiden. Dit vrij van bemoeienis van de overheid of werkgevers. Als kan worden aangetoond dat een vakbond door de werkgever is opgericht of wordt gecontroleerd, maar meer nog als dit een trend en beleid is in een land, kan bij de ILO daar over aangifte van worden gedaan. De ILO kan daaromtrent zowel in specifieke gevallen of als het ‘overheidsbeleid betreft’ een onderzoek instellen. “Deze kwestie treft het hart van de vrije internationale vakbeweging”, zegt de ILO-deskundigen.  Nogmaals het fundamentele van een vakbeweging is dat werknemers zich onafhankelijk van de werkgever verenigen. In de sociale relatie die er is kan de een de andere niet vertegenwoordigen. Natuurlijk zijn er ook wel gelijke belangen, maar fundamenteel is dat de werkgever op zich niet de belangen van de werknemer kan behartigen omdat er altijd tegenstellingen zijn”.  Verder wijst Simons op de voorbeeldfunctie van de overheid. Wanneer bij bijvoorbeeld een van de grote buitenlandse maatschappijen de directie werknemers bijeenroept om een ‘gele vakbond’ op te richten, de regering en wel het ministerie van arbeid zal moeten ingrijpen om de principes van het arbeidsrecht hoog te houden.  “Maar als een minister nu hetzelfde doet, hoe kan Arbeid dan gaan ingrijpen bij het bedrijf”, zegt Simons.

Bemiddelings Raad

In het dispuut tussen Nurmohamed en de bestaande bonden op het ministerie, waarvan Sallons de voorzitter is van de Werknemers Organisatie Openbare Werken (WOOW), is enige tijd terug de Bemiddelingsraad voor geheel Suriname (BR), ingeschakeld om te bemiddelen. Voorwaarde bij zo een bemiddeling is dat partijen niet in de media treden en acties van bonden worden opgeschort. Sallons heeft afgelopen maandag 28 februari de Bemiddelingsraad aangeschreven dat hij genoodzaakt is de persstilte te doorbreken en de schorsing van de acties op te heffen. In de brief staat, “Terwijl u bezig bent te bemiddelen er waarschijnlijk een loopje genomen wordt met u de WOOW. Dat concluderen wij omdat het ministerie c.q de minister op dit moment hard bezig is de nieuw opgerichte vakbond te faciliteren, met bus, chauffeur, voeding en verblijf naar de districten toe, om zodoende de WOOW en de ABPM, (dat is de bestaande bond bij Openbaar groen), te ondermijnen en mensen met valse voorwendselen en bedreigingen zover te krijgen lid te worden van de nieuwe opgerichte organisatie’. 

“We worden niet gefaciliteerd, zeker niet met voeding en dergelijke zaken. Er is een faciliteit op het ministerie omtrent vervoer en daar hebben wij gebruik van gemaakt”, zegt Grep. Volgens hem verkeerd Sallons in een paniek situatie omdat die zijn draagvlak aan het verliezen is. Dat niet slechts op het hoofdkantoor van het ministerie en bij Openbaar Groen, maar ook bij andere bonden. “Er zijn massale uitschrijvingen”, zegt Grep. Volgens hem hebben werknemers van onder andere Stichting Volkshuisvesting, die leden zijn van een bond die ook door Sallons wordt geleid, hem .Grep dus hem ook al benaderd. Ik heb ze ook verwezen naar hun voorzitter maar als uiteindelijk kaan je als vakbondsman mensen niet in de steek laten”, zegt Grep. Wat betreft de kwestie tussen nieuwe en oude bonden bij Openbare Werken zegt Grep, “Laat Sallons weten dat ik mij aan het voorbereiden ben een referendum aan te vragen bij de Bemiddelingsraad om vast te stellen welke bond wel en welke niet wordt geaccepteerd door de werknemers van het ministerie. Als Sallons zegt dat hij ruim 1100 medewerkers achter zich heeft, dan hoeft hij dus niets te vrezen”, zegt Grep.

UNITEDNEWS|WILFRED LEEUWIN

 

Facebook Comments Box