HOOGGERECHTSHOF VS STOPT OMSTREDEN DEPORTATIES | GRONDWETTELIJKE CRISIS DREIGT
Foto: De VS gebruikten een achttiende-eeuwse wet om honderden Venezolanen te deporteren naar de CECOT-gevangenis in El Salvador. | Bron: Aljazeera.
Het Amerikaanse Hooggerechtshof heeft zaterdag vroegtijdig een streep gehaald door de deportatie van twee Venezolaanse mannen die op basis van een eeuwenoude oorlogswet uit 1798 het land uitgezet dreigden te worden.
Met deze uitspraak komt de juridische en politieke spanning tussen de uitvoerende macht en de rechterlijke macht opnieuw op scherp te staan.
De zaak draait om de zogenoemde “Alien Enemies Act”, een wet die stamt uit de achttiende eeuw en tijdens de Tweede Wereldoorlog voor het laatst werd ingezet. De regering-Trump heeft de wet afgestoft om honderden Venezolanen – onder wie vermeende leden van de bende Tren de Aragua – te deporteren naar El Salvador, waar zij in de beruchte CECOT-gevangenis terechtkomen. De Amerikanen beschuldigen hen ervan “onregelmatige oorlogsvoering” te voeren op Amerikaanse bodem.
De advocaten van de verdachten sloegen alarm en dienden een spoedverzoek in bij het Hooggerechtshof. Zij stelden dat hun cliënten zonder enig proces of juridische toetsing op het punt stonden gedeporteerd te worden. De hoogste rechters van het land gaven gehoor aan die oproep en stelden dat geen enkele persoon uit de desbetreffende groep mag worden uitgezet voordat de rechtbank zich inhoudelijk over hun zaak heeft uitgesproken. Enkel de conservatieve rechters Clarence Thomas en Samuel Alito tekenden bezwaar aan tegen de beslissing.
De tijdelijke stopzetting van de uitzettingen werd afgedwongen door de Amerikaanse burgerrechtenorganisatie ACLU. Volgens een van hun advocaten, Lee Gelernt, stonden sommige mannen al op het punt om op bussen te worden gezet toen het bevel van het Hooggerechtshof binnenkwam.
Hij noemt de uitspraak “een opluchting” en waarschuwt dat de betrokkenen anders levenslang in een brute gevangenis hadden kunnen verdwijnen zonder ooit een rechter te hebben gezien.
Opvallend is dat twee federale rechters eerder nog weigerden om de uitzettingen te blokkeren. De ACLU besloot daarop direct in hoger beroep te gaan bij het Hooggerechtshof, omdat de tijd begon te dringen. De regering gaf tijdens een zitting aan op de hoogte te zijn van mogelijke deportaties, maar kon of wilde niet bevestigen of deze daadwerkelijk op korte termijn zouden plaatsvinden.
De controverse kreeg extra lading nadat eerder dit jaar al 238 Venezolanen en 23 Salvadoranen zonder de vereiste juridische procedure gedeporteerd werden, ondanks een rechterlijk bevel om deze uitzettingen voorlopig op te schorten. Eén van hen, Kilmar Abrego Garcia uit de staat Maryland, bleek zelfs over een beschermingsoordeel te beschikken dat zijn uitzetting had moeten voorkomen. Hoewel de regering-Trump later erkende dat zijn deportatie onterecht was, weigert zij tot nu toe gehoor te geven aan het bevel van het Hooggerechtshof om hem terug te laten keren naar de VS.
De zaak heeft inmiddels ook politiek de aandacht getrokken. Senator Chris Van Hollen, die Garcia onlangs bezocht in El Salvador, stelde bij terugkomst dat president Trump “op flagrante wijze het bevel van het Hooggerechtshof negeert”. Volgens hem gaat het niet alleen om deze specifieke zaak, maar staat hier een fundamenteel grondwettelijk principe op het spel: het recht op due process, dat bescherming moet bieden aan iedereen op Amerikaans grondgebied.
De juridische strijd is daarmee nog lang niet gestreden. Maar met deze uitspraak laat het Hooggerechtshof zien dat het zijn rol als hoeder van de rechtsstaat voorlopig niet uit handen geeft.
