NEDERLANDSE VAKGENOTEN VINDEN HEIL IN SURINAAMSE ADVOCATUUR
PARAMARIBO – Steeds meer Nederlandse gepensioneerde en of ervaren advocaten kiezen ervoor om in Suriname het beroep van advocaat uit te oefenen. Het vorig jaar heeft de advocaten Bali 21 juristen uit Nederland toegelaten.
De Surinaamse wetgeving biedt daartoe ruim de mogelijkheid voor, wat andersom niet het geval is. Hoewel deze trend, qua kwaliteit een versterking is voor het beroep, is deken Harisch Monorath toch sceptisch over het eenzijdig voordeel. Enige repositie zou volgens hem best wel toegepast mogen worden.
Het gaat vooral om ervaren gepensioneerde Nederlanders die na een jarenlange praktijk of na pensionering in Suriname het beroep verder komen uitoefenen. “Ik geloof er wel in dat deze buitenlandse advocaten met hun ervaring een versterking en toegevoegde waarde zijn, maar we zullen op den duur wel gaan moeten denken aan hoe het beroep te beschermen en het niet volledig wordt beheerd door buitenlanders”, zegt Monorath. Het beroep van advocaat is de afgelopen jaren geconfronteerd met tal van nationale en internationale uitdagingen, dus denkt Monorath dat op nationaal niveau er spoedig hierover en over andere onderwerpen een advocaten symposium moet worden gehouden.
Het toelaten van buitenlanders tot de advocatuur is in Suriname niet aan regels gebonden. Elke opgeleidde advocaat van welk land dan ook zou in Suriname het beroep kunnen en mogen uitoefenen. In de wet zijn daar geen restricties voor opgenomen. De enige vereiste is dat de beoefenaar ingezetene moet zijn. “Als de toestroom van advocaten uit Nederland en ook andere landen een trend wordt, zal dat betekenen dat jonge Surinaamse advocaten die pas een dure en lange studie achter de rug hebben moeilijk kunnen concurreren en een carrière opbouwen. Er ontstaat dan ook een scheve groei, dus ongelijkheid in het beroep tussen in Suriname opgeleidde en buitenlandse advocaten”, zegt Monorath. Hij benadrukt dat het in dit geval niet gaat om In Suriname actieve advocaten die de Nederlandse nationaliteit bezitten, daar zijn er al genoeg van in de advocatuur, maar om Nederlanders met een Surinaamse achtergrond die hun pensionering of na hun 65-ste jaar in Suriname het beroep komen uitoefenen.
Reciprociteit
De enige manier om die ongelijkheid enigszins ongedaan te maken en Surinaamse advocaten de gelegenheid te bieden zich een evenredige manier de concurrentie aan te kunnen zou zijn het toepassen van het reciprociteitprincipe. Dat zou beteken dat voor het toelaten van Nederlandse of andere buitenlanders tot de advocatenbalie, daar tegenover zou moeten staan dat onder dezelfde voorwaarden, voor zover die er zijn, Surinaamse advocaten ook in andere landen die toegang moeten krijgen. Wanneer Nederland dit zou weigeren zouden op basis daarvan ook Nederlandse advocaten geweerd kunnen worden. Monorath zegt dat reciprociteit een goede manier is om enige bescherming te bieden. “Wij Surinaamse advocaten kunnen behalve Nederland ook niet makkelijk terecht in de regio omdat die landen hun eigen markt beschermen.”
De bescherming heeft vaak te maken met de voorwaarden die vooral in Nederland gelden om het beroep van advocaat te mogen uitoefenen. Daar is een Advocaat verplicht de permanente opleiding voor de advocaat doorlopen te hebben en is hij verplicht zich jaarlijks te laten bijscholen. In Suriname is dat niet verplicht. Wie in Suriname ooit is beëdigd als advocaat, hoeft voor de rest van zijn leven niet meer aan andere eisen te voldoen. “Daarnaast hebben wij niet genoeg voorwaarden om eventuele concurrentie te toetsen”, zegt Monorath. In het buitenland moet de advocaat aan veel meer eisen voldoen o het beroep uit te kunnen oefenen. Zo moet bijvoorbeeld het kantoor van de advocaat aan verschillend voorwaarden voldoen. In tegenstelling tot Suriname is het de advocaat in het buitenland verboden gelden van cliënten op te laten nemen op zijn persoonlijke bankrekening. Hij zal hiervoor een speciale derden rekening moeten openen of een zogenaamde kantoor rekening. Dan weer moet de advocaat bij zijn met het betalen van zijn contributie aan de orde waar hij bij is aan gesloten. Harisch meent toch dat juist vanwege deze grote verschillen de eigen markt beschermd zal moeten worden.
UNITEDNEWS|WILFRED LEEUWIN