NABESTAANDEN TREKKEN ZICH TERUG ALS PROCESPARTIJ DECEMBERSTRAFZAAK
Foto|Advocaat Hugo Essed
Advocaat Hugo Essed heeft maandag tegenover de Krijgsraad verklaard dat de nabestaanden van slachtoffers van de decembermoorden zich uit deze strafzaak wensen terug te trekken.
De Krijgsraad zal hierover nog een besluit nemen. Bij aanvang van de strafzitting kreeg Essed de gelegenheid om toe te lichten waarom de nabestaanden geen procespartij meer willen zijn. Tijdens deze zitting werden pleidooien gehouden in de zaken tegen de verdachten Stephanus Dendoe, Ernst Gefferie, Iwan Dijksteel, Errol Alibux en Winston Caldeira.
Enige tijd geleden hadden de nabestaanden de rechtbank verzocht zich op basis van het Inter-Amerikaans Mensenrechtenverdrag in de zaak te mogen mengen als ‘beledigde partij’. Zo zouden ze in de positie komen om ook bewijsmateriaal aan te dragen in deze zaak. De Krijgsraad besliste echter dat zij op grond van het Surinaams wetboek van Strafrecht konden voegen in deze zaak. In deze positie kunnen zij naderhand slechts civiele vorderingen instellen tegen verdachten en schadevergoeding eisen.
Bij de toelichting legde Essed uit dat de nabestaanden zich als volwaardige strafrechtelijke partij in deze zaak wilden voegen toen de Amnestiewet in 2012 zodanig was gewijzigd door het parlement waardoor verdachten amnestie was verleend. Nadat de toen geschorste strafzaak door de Krijgsraad was hervat werden de nabestaanden toegelaten als procespartij.
Nu de strafzaken zijn hervat maar de toevoeging voor de nabestaanden geen strafrechtelijke waarde heeft en zelfs een civiel-rechtelijk nadeel zou kunnen hebben indien verdachten na het vonnis in hoger beroep gaan, is besloten de voeging ongedaan te maken.
Essed is van oordeel dat dit strafrechtelijke geen nadeel zal hebben voor de verdachten. Ook zal de terugtrekking als procespartij niet voor stagnatie van het strafproces zorgen.
UNITEDNEWS
