COLUMN: ECONOMISCH TERRORISME
Een gevaarlijke strategie, omdat een handelsoorlog ook de internationale verhoudingen op scherp zet. Verschillende landen hebben inmiddels hun ongenoegen uitgesproken over het roekeloze en volstrekt onvoorspelbare beleid van president Trump.
De Russische president Poetin zei eerder deze maand tijdens het St. Petersburg Economic Forum dat landen die in het verleden principes van vrijhandel en eerlijke concurrentie hanteerden nu steeds vaker terugvallen op sancties en handelsoorlogen. Hij noemde geen namen, maar doelde hiermee natuurlijk op het beleid van de Verenigde Staten. Ook China, dat meestal doelwit is van de Amerikaanse acties, durft hard terug te slaan. De Chinese minister van Buitenlandse Zaken Zhang Hanhui beschreef de werkwijze van de Amerikaanse regering als ‘economisch terrorisme’.
Economisch terrorisme
Handelsbeperkingen, importheffingen, sancties en vooral heel veel dreigementen. Dat zijn de belangrijkste instrumenten die Trump hanteert in zijn handelsoorlog tegenover de rest van de wereld. En niet alleen China moet het ontgelden, ook landen als Rusland, Iran en Venezuela worden al door economische sancties getroffen.
Eerder deze maand dreigde de Amerikaanse president ook met importheffingen tegen buurland Mexico, omdat dat land volgens hem te weinig doet om de migratiestroom naar de Verenigde Staten te beperken. Het dreigement werd niet veel later alweer ingetrokken, maar het is duidelijk dat de Amerikaanse regering er niet voor terugdeinst economische sancties te gebruiken voor zowel economische als politieke doeleinden.
Bondgenoten worden niet ontzien
Zelfs Europese bondgenoten worden niet ontzien, want ook bedrijven die werken aan de Nord Stream 2 pijpleiding riskeren nieuwe sancties uit de Verenigde Staten. Energiebedrijven uit Europa en Rusland bouwen samen aan deze gaspijpleiding, omdat Europa het aardgas nodig heeft en Rusland dat tegen een aantrekkelijke prijs kan leveren. De Amerikaanse regering probeert daar om twee redenen een stokje voor te steken. Ten eerste omdat ze vreest voor een grotere Europese afhankelijkheid van Rusland en ten tweede omdat Amerikaanse energiebedrijven schaliegas naar Europa willen exporteren.
Er zijn nog veel meer voorbeelden van economische oorlogsvoering te bedenken. Volgens de Iraanse regering is het geen toeval dat er afgelopen week een olietanker van een Japans bedrijf werd aangevallen. Bijna op hetzelfde moment bracht de Japanse president Shinzo Abe een bezoek aan Iran om te praten over voortzetting van de levering van olie. Dat er zonder overtuigend bewijs meteen met een beschuldigende vinger naar Iran werd gewezen is volgens de Iraanse minister van Buitenlandse Zaken Javad Zarif een duidelijk voorbeeld van ‘sabotage-diplomatiek’ en ‘economisch terrorisme’. Ook Japan heeft de Amerikaanse regering op opheldering gevraagd over dit incident.
BRON|GEO-POLITIEK
