SURINAME BLIJFT SLECHTS IN POTENTIE RIJK

Auteur: Armand Snijders

Halverwege de jaren negentig van de vorig eeuw werd Suriname door de Verenigde Naties (VN) het potentieel zeventiende rijkste land ter wereld genoemd. Maar in werkelijkheid is die potentie nooit verzilverd. Integendeel is het land en vooral een groot deel van het volk, alleen maar armer geworden.

 

In 2022 stond Suriname opnieuw op de zeventiende plaats, maar nu op de lijst van de Misery Index van landen met de minst hoopvolle vooruitzichten.

De Misery Index, ook wel Economic Discomfort Index (Economische Ongemak Index) genoemd, wordt sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw opgesteld op initiatief van de vermaarde -in 1980 overleden- econoom Arthur Okun. Hij was lid van de groep economische adviseurs van de Amerikaanse president Lyndon Johnson. Hij ontwikkelde een economische indicator die wordt berekend door het gemiddelde werkloosheidspercentage en het jaarlijkse inflatiepercentage van een land bij elkaar op te tellen.

In grote lijnen dient het als een maatstaf voor de economische gezondheid van het land en de economische nood van de gemiddelde burger. Het wordt door sommigen beschouwd als een ineffectieve maatstaf voor macro-economische omstandigheden, aangezien hij geen rekening houdt met economische groeigegevens.

Maar de index beoogt een snelle indicatie te geven van de hoeveelheid economische ellende” in een land. In de oorspronkelijke vorm bestaat deze index eenvoudig uit de optelsom van de werkloosheid en de inflatie (op jaarbasis): de veronderstelling is dat hiermee een redelijke indicatie wordt verkregen van de actuele economische situatie.

Van een land kan deze index wel een goed beeld geven van de macro-economische ontwikkeling. En wat dat betreft scoort Suriname al jaren slecht. De zeventiende plaats van vorig jaar is wel een verbetering in vergelijking met 2020 (negende plaats) en 2021 (zevende plaats). Dus er zit een stijgende lijn in, dat moet toch enige hoop geven.

Inmiddels staat Suriname volgens de VN al een kleine drie decennia te boek als zeventiende potentieel rijkste land ter wereld. Voor zover bekend is er nooit een update van die lijst gebracht. Suriname is één van de groenste landen ter wereld is, ons regenwoud maakt deel uit van de longen van de wereld en met een overdaad aan natuurlijke hulpbronnen, ligt de rijkdom al tijden in het verschiet. Alleen had de VN destijds geen rekening gehouden met één hele belangrijke factor: de mens. Ofwel de Surinamers die deze rijkdom te gelde hadden moeten maken. En daardoor is er in Suriname, sinds we op die lijst van de VN is geplaatst, weinig vooruitgang geboekt en voorspoed gebracht.

Het beleid van opeenvolgende regeringen was er grotendeels niet op gericht om de bevolking meer welvaart te brengen. Aan enthousiasme was nooit een gebrek, maar de goede voornemens verzandden altijd in persoonlijke en partijpolitieke belangen, waardoor de getergde bevolking nog altijd met lege handen staat.

We hebben -vanuit elke politieke partij- alle droomscenario’s al één en meerdere keren de revue zien en horen passeren. Suriname zou het eco-toeristische walhalla van de wereld worden, een tweede Dubai, een agrarische voorloper op allerlei gebied en de voedselschuur van de regio. De bomen zouden we vooral laten staan, waarvoor we gecompenseerd zouden worden door de rest van de wereld. En alle bodemschatten zouden -al dan niet door multinationals omdat we daar onvoldoende kennis voor in huis hadden- uit de grond worden gehaald en ten gunste van de samenleving te gelde worden gemaakt.

Sinds de jaren negentig zijn de samenleving sprookjes voorgehouden over hoe mooi het zou kunnen worden. Opeenvolgende regeringen bouwden vooral luchtkastelen, zoals het Patamacca-palmolieproject, de Musa-groep met zijn 67 veelbelovende NV’s, een heuse kerncentrale in de jungle, hele nieuwe steden, een nieuwe internationale luchthaven en zeehaven in Commewijne, een sneltram tussen Paramaribo en Onverwagt, een supermoderne snelweg naar Zanderij en een waterstoffabriek in Commewijne. En dat allemaal omdat we het zeventiende rijkste land ter wereld wilden worden.

En dat is slechts een kleine greep uit de groots aangekondigde maar jammerlijk mislukte projecten van opeenvolgende regeringen. Het ontwikkelen en presenteren van die plannen heeft kapitalen gekost waar regeringsvertegenwoordigers en hun vrienden heel wat verdiend hebben, terwijl er niets tastbaars is verrezen. Die regeringen hebben zelfs niet de randvoorwaarden geschapen die een must zijn om van potentieel rijk op den duur echt rijk te kunnen worden.

Die hele oude lijst van de VN was leuk, maar jammer genoeg is er daarna nooit meer een update gekomen. Want de tijden zijn veranderd, het bauxiet wordt bijvoorbeeld voorlopig niet meer naar boven gehaald. Olie en gas komen daar waarschijnlijk voor in de plaats. Dus in potentie blijven we rijk, maar het is voor Surinamers te hopen dat de leiders die rijkdom beter in klinkklare munt weten om te zetten dan ze in de afgelopen dertig jaar hebben gedaan. Anders zal de hoge notering op de Misery Index ons nog heel lang ten deel blijven vallen.

ANALYSE

 

Facebook Comments Box