BITCOINS BOVEN BONEN | VOEDSELZEKERHEID IN EL SALVADOR WANKELT
Martín Pineda (rechts) en andere boeren, zoals zijn collega Miguel Ángel García (links), klagen dat de afgelopen dertig jaar geen enkele regering zich heeft ingezet op voedselonafhankelijkheid. | Foto: Edgardo Ayala | Bronnen: MO.be | IPS
Al decennialang slaagt El Salvador er niet in om zelfvoorzienend te zijn. Door de klimaatcrisis zit de landbouwsector in steeds slechtere papieren. Zelfs de meest essentiële gewassen moeten eraan geloven. Boeren vinden dat de regering zich meer bezig houdt met bitcoins dan zich in te zetten op het bevorderen van voedselzekerheid. “Hoe triest is het dat El Salvador nu ook bonen moet importeren terwijl wij ze zelf willen produceren?”
Onder de schaduw van een boom probeert de zeventigjarige boer Martín Pineda zijn gezicht in de plooi te houden. Hij voelt zich wanhopig, haast woedend, als hij vertelt over de manier waarop de Salvadoraanse overheid “komt en gaat, en nooit iets doet voor de landbouwsector in het land”. Hij fronst. “Het is alsof wij er als boeren er niet toe doen.”
Pineda staat aan het hoofd van een boerderij van vier hectare aan de rand van San José Villanueva, in het zuidelijke departement La Libertad. Hij runt de finca samen met elf andere families. De frons op zijn gezicht maakt plaats voor een bezorgde blik terwijl hij uitweidt over het gevaar dat zijn sector loopt nu de klimaatcrisis de ene oogst na de andere vernietigt.
Volgens rapporten is het risico in 2023 nog groter. Dat komt door het weerfenomeen El Niño, dat een opwarming van het zeewater langs de evenaar in de oostelijke Stille Oceaan veroorzaakt. Het fenomeen leidt in de regio tot nieuwe droogtes en dus tot nieuwe mislukte oogsten. “Vorig jaar zijn we al het grootste deel van onze bonen misgelopen. Hetzelfde is gebeurd met onze mais.”
In oktober 2022 kwam daar de tropische storm Julia bovenop: zij vernietigde 8.000 hectare mais en bonen. De totale verliezen worden geschat op 17 miljoen dollar. Daarenboven zijn productiemiddelen in prijs gestegen om redenen die buiten El Salvador om liggen, zoals de oorlog in Oekraïne. De markt in El Salvador had eerder al te maken met ongebreidelde prijsstijgingen. Dat komt door het oligopolie: drie bedrijven in het land monopoliseren de import. Zij maken het de boeren nog moeilijker.
In El Salvador leeft 22,8 procent van de bevolking in armoede. Dat cijfer stijgt naar 24,8 procent op het platteland. 5,2 procent leeft zelfs in extreme armoede. 36 procent van de kwetsbare bevolking van El Salvador is afhankelijk van de landbouw. Het VN-Voedselagentschap vreest dat het land een enorm risico loopt op het vlak van voedselvoorziening, niet enkel door klimaatveranderingen maar ook door de armoede en het geweld in de samenleving.
“Het is van essentieel belang,” klinkt het in een publicatie uit 2023, “dat de getroffen families opnieuw aan productiemiddelen geraken om hun landbouwactiviteiten verder uit te kunnen voeren .” De landbouwsector lijkt daar anders over te denken. Al minstens drie decennia lang krijgt de regering de sector niet opnieuw op gang getrokken. Daarmee is El Salvador een van de landen met de grootste tekorten op het vlak van voedsel. Slechts tien procent van de groenten in het land zijn van eigen kweek, de overige negentig procent importeert El Salvador uit buurlanden zoals Guatemala.
Het is dan ook verontrustend dat ook granen zoals bonen en mais, basisvoeding voor het Centraal-Amerikaanse dieet, niet meer lijken te lukken. De tekorten komen vooral voor bij extreme weerfenomenen zoals overvloedige regen of extreme droogte.
Buurlanden als Nicaragua kunnen bonen exporteren naar El Salvador, maar ook zij lijken steeds meer te kampen met een lagere productie. Daardoor stijgen de producten alleen maar in prijs en moet Salvadoranen ze steeds verder gaan zoeken. In 2015 zag het land zich genoodzaakt om 1,5 miljoen kilogram bonen uit Ethiopië af te nemen.
“Hoe triest is het dat El Salvador nu bonen moet importeren terwijl wij ze zelf willen produceren”, klaagt Pineda hardop. “We zouden er ook nog in slagen, mocht de overheid ons wat meer ondersteunen. De afgelopen decennia zagen we amper landbouwbeleid, noch van linkse politici noch van rechtse. Laat staan dat we advies mogen verwachten over hoe onze grond te wapenen tegen deze droogte.”
Volgens Pineda heeft zijn finca nood aan een soort “risicosysteem” in het geval van droogte. Dat zou niet moeilijk te realiseren moeten zijn, want in de buurt ligt een rivier met voldoende stroming. Dus vroeg Pineda technisch advies aan de overheid. Het antwoord was echter “nee”.
“We hebben geen machines, niet eens een irrigatiesysteem, terwijl de rivier zo dichtbij is”, gaat Pineda verder. “Het enige waar we op kunnen terugvallen, zijn twee waterputten. Maar deze tijd van het jaar drogen die op. Dus moeten we water zelf kopen. Efficiënt is dat niet, maar daar moeten we het mee doen.”
Academici zijn het erover eens dat de landbouwsector in slechte papieren zit sinds de burgeroorlog in El Salvador, die dateert van 1980 tot 1992. In die oorlog zijn 75.000 mensen vermoord; 8000 anderen blijven vermist. Maar dat geweld verklaart niet alles. Buurlanden als Guatemala en Nicaragua hadden ook af te rekenen met burgeroorlogen, maar zij zijn wel zelfvoorzienend wat voeding betreft.
Volgens analyses is het de komst van een neoliberale regering in 1989, die aan de macht bleef tot 2009, die de sector leek op te geven. Tijdens hun tweede termijn (van 1994 tot 1999) hamerde de regeringspartij Alianza Republicana Nacionalista (Arena) op werkgelegenheid in de textielindustrie. Het promootte de groei van textielfabrieken, de zogenaamde maquila’s, in en rond de steden. Naar het platteland werd niet meer omgekeken.
En zo komt het, stelt Luis Treminio, dat El Salvador zijn landbouwsector jaren later nog steeds niet op orde heeft. Hij is voorzitter van de kamer van kleine en middelgrote landbouwers in El Salvador, een federatie van 15.000 boeren van de in totaal 400.000 landbouwers in het land.
Treminio refereert naar het plan van huidig president Nayib Bukele, die aan de macht is sinds juni 2019, om de landbouwsector opnieuw aan te zwengelen. Met veel bombarie heeft Bukele dat voornemen aangekondigd in juni 2021. Maar volgens Treminio is het niet realistisch: om zijn plan waar te maken, had Bukele 1.200 miljoen dollar nodig. Dat heeft hij niet gevonden op de internationale markt. Volgens Treminio hadden de internationale banken er geen vertrouwen in.
De voorzitter wil benadrukken dat hij “niet tegen import” is, maar dat de invoer beter gereguleerd moet worden. Want soms voert de regering meer in dan nodig is. “Zo is er voor zuivel een tekort van 40 procent. Daarop besliste de regering om 120 procent van de zuivel in te voeren.” Het resultaat is dat de boeren die wel nog in El Salvador produceren daardoor moeten opboksen tegen concurrentie van buitenaf. Door te veel te importeren, dalen ook hun prijzen, wat het nog minder interessant maakt om de boer op te gaan.
Treminio wijst op een “gebrek aan visie en prioriteiten” bij de regering. Zo zet El Salvador wel in op bitcoins, sinds september 2021 een geldig betaalmiddel in het land, maar niet op landbouw. “Voedselzekerheid is geen prioriteit voor de overheid. Dàt is het echte probleem.” Voor de voorzitter is het een teken aan de wand dat er veel verloop is in de regering. In de bijna vier regeringsjaren dat Bukele aan de macht is, zijn er al evenveel ministers van Landbouw de revue gepasseerd.

