DE SURINAAMSE VERKIEZINGEN IN CONTEXT BEKEKEN

Get real time updates directly on you device, subscribe now.

Door Wilfred Leeuwin

De boventoon in de nasleep van de recente verkiezingen van 25 mei wordt sterk gekleurd door wenselijkheden, zowel in Suriname en met name in de Nederlandse opinievorming.

Daardoor wordt gevoeglijk aangenomen dat er een totaal nieuwe situatie is aangebroken en Suriname op het punt staat gered te worden, door de VHP van Chandrikapersad Santokhi en de door hem gevormde coalitie met de ABOP, de NPS en de Pertjajah Luhur. De kans is echter groot dat het redden van Suriname als niet op kort termijn, dan wel over vijf jaar een illusie zal blijken te zijn.

Op de verkiezingsdag zelf werd Desi Bouterse verslagen door oppositieleider Chandrikapersad Santokhi. De massamedia, vooral de Nederlandse, opiniemakers en analisten stortten zich op het beeld van ‘de nieuwe belofte’.

De winst van oppositiepartij VHP van Santokhi, door zijn tegenstanders ook wel de „schoothond van Nederland” genoemd, word breed omarmd. De crimineel en drugsveroordeelde Bouterse is verslagen – nu komt ‘The Sheriff’, zoals Santokhi genoemd wordt, Suriname redden.

Dit is een verkeerd beeld van de werkelijkheid.

Het staat buiten kijf dat Bouterse in de afgelopen tien jaar dat hij aan de macht was, er niet in is geslaagd een dusdanig beleid te voeren dat de kiezers hem nog een derde termijn wilden geven. Maar de redenen daarvoor moeten niet, zoals in Nederland wel wordt gesuggereerd, worden gezocht in zijn persoonlijke handelingen, de Decembermoorden van 1982 en zeker  niet in de dubieuze veroordeling in Nederland tot elf jaar celstraf voor Bouterse’s vermeende betrokkenheid bij drugstransporten. Ook bevindt Suriname zich na tien jaar Bouterse niet voor het eerst in een neergaande economische spiraal. De situatie is veel vaker uitzichtloos of onzeker geweest.

Het nieuwe kabinet moet deze terugkerende cyclus van achteruitgang en stilstand doorbreken. Dat is een immense opgave. Het redden van Suriname kan dan ook onmogelijk aan een ideologische sheriff worden overgelaten, aan een man die voor het moment aan de overzeese politieke agenda en aan de eenzijdige opinievorming beantwoordt.

Nee, Suriname wordt pas gered wanneer Surinamers eindelijk tot het besef komen dat zij voor hun grondgebied, waar zij als gevolg van het kolonialisme naartoe zijn gebracht en dat in 1975 hún land is geworden, een gemeenschappelijke, ‘Suriname-droom’ moeten nastreven.

Surinamers zijn het, ongeacht hun etnische afkomst, aan elkaar en hun kinderen verplicht om vooral géén inhoud te geven aan de uitspraak van de Nederlandse minister Stef Blok (Buitenlandse Zaken, VVD), dat de multiculturele samenleving gedoemd is een „failed state” te worden.

Als er sowieso een nieuw ministerie in Suriname in het leven wordt geroepen, dan moet het een ministerie van Cultuur en Natievorming zijn – niet een ministerie voor de Diaspora, zoals in de Surinaamse-Nederlandse gemeenschap wordt geopperd. In het proces van natievorming is geen ruimte voor een eng (Nederlands) belang, doorspekt met verdeel en heers. Een gezonde politieke en bilaterale relatie tussen Suriname en Nederland moet op basis van gelijkheid vorm krijgen. Dan helpt het niet om de publieke opinie in Nederland en Suriname te voeden met een politiek bewuste agenda.

Waarom voeren Nederlandse media voortdurend analisten, programmamakers en journalisten op die zichzelf de titel van ‘Suriname-deskundige’ hebben toegeëigend om vervolgens hun meningen over de Surinaamse samenleving en politiek te ventileren? Zijn mensen als Prem Radhakishun en anderen uit de Surinaamse diaspora nu echt de stem uit Suriname, simpel omdat zij daar zijn geboren? Belachelijker kan het niet worden – zeker niet als je je bedenkt dat diezelfde Radhakishun in een uitzending van radiozender BNR benadrukt Nederlander te zijn en „tegen zijn wil in” bij de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 tot Surinamer te zijn gemaakt en dat hij in hetzelfde radioprogramma zijn geboorteland diverse malen „een heroïnehoer” noemt, een land met een ondankbaar volk waar niets goeds uit kan komen omdat iedereen corrupt en niemand integer is.

Voor deze gekolonialiseerde geest bestaat er niet zoiets als een Surinaamse keuken, en dus geeft hij het advies dat „wie lekker Surinaams wil eten het best terecht kan bij Lindehof in Nederland”, waar de Surinaamse smaak is verheven. Prem houdt van steak met asperges. Roti, een typisch Surinaams – Indiaas gerecht is ook “gewoon maar een stukje brood”.

De maatschappelijke opinie over Suriname staat niet los van hoe Nederland tegen Suriname aankijkt. De opinievorming in het land van de ex-kolonisator wordt veelal ingegeven door een wenselijk wereldbeeld, van hoe de democratische belevenis moet beantwoorden aan politieke en moreel ethische opvattingen en het politiek belang, dat Nederland ten opzichte van de voormalige kolonie heeft.

Er zijn genoeg redenen te bedenken om een zekere politieke invloed op Suriname te behouden. De voormalige kolonie is in vele opzichten, nog altijd een wingewest, terwijl de steeds meer dubieuze rol van Nederland in de ontwikkeling van Suriname nodig een ander imago behoort te krijgen. In dat kader moet je een politiek bestuur in Suriname hebben dat invulling geeft aan een ongeschreven agenda, zodat het Nederlands belang optimaal kan worden gediend.

Met de staatsgreep in 1980 was Bouterse destijds een zeer welkome factor om af te rekenen met, zoals Nederland het toen noemde, „een politiek systeem van corrupte politici die een sta-in-de-weg zijn voor de verdere ontwikkeling van het land”. Het warme onthaal van de machtsovername en de uitermate goede financiële ondersteuning aan Bouterse zijn daar het beste bewijs van. Maar Bouterse ging een eigen koers varen, hij ‘faalde’ zogezegd in het Nederlandse scenario, en nu mogen Santokhi en zijn nieuwe coalitie met hem afrekenen.

Die nieuwe coalitie, bestaande uit vier partijen, heeft al binnen een week na de verkiezingen een samenwerkingsovereenkomst getekend voor de komende vijf jaar. Ze heeft onderling afgesproken dat Chandrikapersad Santokhi de volgende president van Suriname wordt. Met deze snelle actie hoopt Santokhi’s VHP (die 20 van de 51 parlementaire zetels won)  ongetwijfeld te voorkomen dat de Nationale Democratische Partij (NDP) van Desi Bouterse (zestien zetels) alsnog tot een alternatieve coalitie weet te komen.

Hoe reëel dat risico is, zal blijken wanneer de 51 gekozen parlementariërs maandag, op 29 juni, voor de eerste keer bijeenkomen en dan officieel het proces begint  om  de te kiezen. Vrijwel alle voorgaande verkiezingen leren dat Suriname zich tot dat moment in een cruciale fase bevindt. Want stel, parlementariërs lopen met hun zetels over en kiezen voor een kandidaat die niet de keus van de voorgenomen coalitie is. Ondenkbaar is dat niet; na de verkiezingen van 1996 vertrokken maar liefst vijf gekozen parlementariërs uit de VHP – en ze namen hun zetels mee. Daardoor lukte het de NDP met de toenmalige president Jules Wijdenbosch destijds in het machtscentrum te komen.

Ter afsluiting een nuchtere realiteit: de Surinaamse parlementsverkiezingen zijn door geen enkele partij gewonnen. De Surinaamse bevolking heeft geen president gekozen. Ons kiessysteem laat dat gewoon niet toe. Die keus is, zoals eerder aangegeven, overgelaten aan de politieke partij die een tweederde meerderheid heeft weten te behalen of, zoals nu het geval is, aan politieke partijen die elkaar weten te vinden in een nieuwe coalitie, ongeacht hun zetelwinst.

Noot : Dit opiniestuk is een aangepaste versie van het in het NRC handelsblad verschenen artikel “ Suriname is ons land “, geschreven door de Surinaamse journalist Wilfred Leeuwin.

UNITEDNEWS