DUIDELIJKE TEGENSTELLINGEN BINNEN COALITIE OVER PALESTIJNSE KWESTIE
Foto: Paul Somohardjo voorzitter van de PL en Buitenlandse zaken minister Albert Ramdin.
Suriname geeft een verwarrende tot subtiele prowesterse indruk op het internationale toneel met betrekking tot de Palestijnse kwestie.
Zelfs na de bombardementen op Israëlische doelen door de militantengroep Hamas gaf de Surinaamse regering een verklaring uit, waarbij het begrip ‘terrorisme’ werd gebruikt. Coalitiepartij Pertjajah Luhur (PL) was echter scherper met een eigen verklaring waarin werd gesteld dat de omstandigheden die hebben geleid tot de agressie vanuit Palestina niet moeten worden genegeerd.
In de regeringsverklaring worden de aanvallen vanuit Palestijnse gebieden veroordeeld, met weinig aandacht voor het voortraject en het natraject van heftige bombardementen in Palestijnse gebieden die veel mensenlevens hebben gekost.
Internationaal is het sinds het aantreden van het Kabinet Santokhi onduidelijk wat het standpunt van Suriname is.
Ondanks de verklaring dat Suriname de erkenning van Palestina ondersteunt, zijn er handelingen verricht die het tegendeel bewijzen. De toezegging van de minister van Buitenlandse Zaken, Albert Ramdin, om een ambassade in Jeruzalem te openen, blijft ongewijzigd, wat de meest landen weigeren te doen uit protest tegen de Israëlische bezetting van Palestijnse gebieden. Deze soloactie van de minister heeft geen gevolgen voor hem gehad binnen de regering. Israël stelt uit te blijven kijken naar de opening van de ambassade door Suriname.
Coalitiepartij PL maakt echter duidelijk waar zij staat. Hoewel de aanslagen van Hamas worden veroordeeld, wijst de PL ook op het feit dat Palestijnen in 1948 van hun rechten werden beroofd na de proclamatie van de staat Israël. “Ze werden stateloos gemaakt en gevangengezet in hun eigen land”, staat in de verklaring. De verdeeldheid binnen de coalitie is duidelijk zichtbaar wat betreft dit vraagstuk.
UNITEDNEWS

