ONGEPLANDE HOUTKAP VEROORZAAKT 40 PROCENT MEER SCHADE AAN SURINAAMSE BOSSEN
FLORENCIA / Columbia – Houtkap waarvoor er geen vereiste houtkapplan is goedgekeurd, door Stichting Bosbeheer en Bostoezicht (SBB) veroorzaakt 40 procent meer schade aan het Surinaamse bos.
Hoewel dit een zorgpunt is, zegt hoofdonderzoeker Joey Zaalman van SBB dat dit nog lang geen gevaar vormt voor de 93 procent bosbedekking waaraan Suriname rijk is. Op de Internationale Biodiversiteitsconferentie die deze week in de stad Florencia in Columbia wordt gehouden hebben hij en zijn collega Luciano Doest hun bevindingen uit onderzoekingen gepresenteerd die te maken hebben met houtkap en ontbossing. Hoewel het percentage van 0,07, procent (dat is per jaar 10667 hectare) aan ontbossingsgraad naar internationale maatstaven valt te verwaarlozen, kan niet met zekerheid gezegd worden dat de stabiele trend van ontbossing zich in de toekomst zal voortzetten, als rekening wordt gehouden met de toenemende en toekomstige mijnbouw activiteiten.
De onderzoekers merken op dat van alle bos en houtkap activiteiten, de mijnbouwsector en voornamelijk de illegale mijnbouwsector de grootste veroorzaker is van ontbossing (69 %), gevolgd door het aanleggen van infrastructuur (18 %) en Landbouw (5%)
Houtkap
Zalman legt uit dat bij geplande houtkap er minder CO-2 (emissie) uitstoot is. Dit is een gasvormige substantie die bij ontbossing 30 procent bijdraagt aan klimaatverandering en vernietiging van het bos bij ongeplande houtkap. In zijn onderzoek zijn tien locaties in de houtkapsector bezocht om na te gaan hoeveel schade er wordt veroorzaakt door alle houtkap activiteiten waaronder het vellen van bomen en het aanleggen van infrastructuur om de gevelde bomen uit het bos te halen. Zalman merkt op dat ongeplande houtkap geen illegale houtkap is.
Bij SBB wordt houtkap slechts geaccepteerd wanneer daar een concessie voor is uitgegeven. Voor het vellen van hout dienen de concessiehouders een houtkapplan bij SBB in te dienen. “Er moet sprake zijn van een duurzame planning bij houtkap. “Het vraat om wat investering van de concessiehouders, maar wanneer we ons bos willen beschermen en in stand houden, zal er duurzaam aan houtkap gedaan moeten worden. Overigens heeft het onderzoek ook uitgewezen dat met duurzame houtkap je niet minder hout en houtproducten uit het bos haalt”, zegt Zalman. Volgens hem is houtkap erg interessant omdat in de Surinaamse bossen er behoorlijk wat commerciële houtsoorten voorkomen die erg geliefd zijn. De SBB is volgens de onderzoeker verantwoordelijk voor het monitoren van van geplande en duurzame houtkap. Het kapsysteem is gebaseerd op het zogeheten Celos Management Systeem (CMS) dat al in de zeventiger jaren in Suriname is geïntroduceerd. Belangrijk in dit systeem, is dat wanneer concessiehouders zich hieraan houden er eigenlijk nooit sprake kan zij van verlies van het Surinaams bos middels houtkap. Het systeem is zodanig ingericht dat het bos zichzelf op een natuurlijke manier herstelt. Zelf herbebossing is niet nodig wanneer het systeem strikt wordt nageleefd. “Bij houtkap is er altijd sprake van schade daarom wordt gebruikt gemaakt van de International Reduced Impact Logging richtlijnen. Ongeplande houtkap is sinds 1 juni dit jaar verboden en wordt er dus geen vergunning gegeven zonder een Kaplan. Suriname kan daarnaast met het verbeterde SFISS-systeem een betere controle uitvoeren en dienstverlening geven aan de sector.
Ontbossing
In het onderzoek van Doest zijn koolstofvoorraad, ecosystemen en sluiting van luifels (openingen in het kronendek van het bos) gebruikt als indicatoren om bosdegradatie te meten. Het onderzoek is gedaan in de Greenstone belt, in de gebieden Goliath Mountain en Brownsweg. De studie toonde aan dat illegale goudmijnen geen significante bosdegradatie veroorzaken naar aangrenzende bossen, maar bossen dichter bij mijnen hadden minder opgeslagen koolstof en een gemiddeld lagere luifelsluiting. Er werd ook vastgesteld dat er een gemiddelde randbreedte (buffer) van 30 m was tussen de illegale goudmijnen en het bos. Het bos rond goudmijnen bleek ook meer gefragmenteerd te zijn dan gebieden zonder mijnbouwactiviteiten. De fragmentatie wordt echter ook gedeeltelijk toegeschreven aan andere menselijke activiteiten in het studiegebied, zoals houtkap en een menselijke nederzetting.
UNITEDNEWS
